Regel uw zaken op tijd: De VAR komt te vervallen, de wet DBA komt in beeld!

maandag, 25 april 2016

De problematiek van de intrekking van de VAR heeft ruim aandacht gekregen in het nieuws. Per 1 mei 2016 komt de Verklaring arbeidsrelatie (hierna: VAR) te vervallen. Dit is geregeld in de Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelatie (hierna: Wet DBA), die vanaf 1 mei 2016 in werking treedt.

Het feit dat de VAR komt te vervallen, kan vervelende consequenties hebben voor zowel de opdrachtgever als de opdrachtnemer. In deze nieuwsbrief gaan wij hier nader op in.

Waarom is VAR destijds in het leven geroepen?

De opdrachtnemer kon de Belastingdienst verzoeken om toekenning van een VAR. De opdrachtnemer kon deze VAR vervolgens overleggen aan de opdrachtgever, die daarmee duidelijkheid verkreeg over de inhouding van loonheffingen en de afdracht van sociale premies voor wat betreft de werkzaamheden van de opdrachtnemer.    

De Belastingdienst had vier soorten VAR’s beschikbaar, namelijk de VAR-loon, de VAR-resultaat uit overige werkzaamheden (afgekort: VAR-row), de VAR-winst uit onderneming (afgekort: VAR-wuo) en de VAR-directeur-grootaandeelhouder (VAR-dga). Indien er door de Belastingdienst een VAR-wuo of een VAR-dga was afgegeven aan de opdrachtnemer, dan kon de opdrachtgever hieraan vertrouwen ontlenen en hoefde zij geen loonheffingen en sociale premies in te houden dan wel af te dragen.
 Dit betekende dat de Belastingdienst ook geen naheffingsaanslag bij de opdrachtgever kon opleggen.

Waarom afschaffing van de VAR?

Met de inwerkingtreding van de Wet DBA beoogt de Belastingdienst schijnzelfstandigheid te bestrijden, dat wil zeggen situaties waarbij eerder sprake zou zijn van een dienstbetrekking dan van ondernemerschap.  Ook zou het door de inwerkingtreding van de Wet DBA makkelijker worden voor de Belastingdienst om handhavend op te treden. Met deze wet kan namelijk de Belastingdienst een naheffingsaanslag loonheffingen opleggen aan de opdrachtgever, indien toch sprake blijkt te zijn van een dienstbetrekking. Dit was onder de VAR niet mogelijk. Met de inwerkingtreding van de Wet DBA is dus veel meer sprake van een gedeelde verantwoordelijkheid van opdrachtgever en opdrachtnemer.

Wat verandert er met de inwerkingtreding van de Wet DBA?

De VAR komt te vervallen en er komt een nieuw systeem van beoordeling van overeenkomsten tussen een opdrachtgever en opdrachtnemer.

De Belastingdienst heeft een aantal modelovereenkomsten gepubliceerd op haar website. Hiervan kan gebruik worden gemaakt, maar dat is zeker niet verplicht. Uitgaan van een modelovereenkomst heeft als voordeel dat het relatief makkelijk en goedkoop is. Het biedt zekerheid, mits de overeenkomst  daadwerkelijk strookt met de realiteit. Het nadeel is dat er nog maar een paar algemene overeenkomsten zijn en slechts enkele specifieke overeenkomsten. Bovendien is de kans groot dat de overeenkomsten nader worden beoordeeld en aangepast. Een modelovereenkomst die nu is geplaatst, kan zelfs worden teruggetrokken. Dit biedt dus nog geen zekerheid. Daarnaast is er weinig ruimte tot veranderingen in de overeenkomst, want zo geldt bijvoorbeeld dat:

  1. je niet mag afwijken van de gemarkeerde delen in de voorbeeldovereenkomsten;
  2. je dient bepaalde ficties, zoals voor ‘gelijkgestelde’ en ‘thuiswerkers’, expliciet  uit te sluiten in de overeenkomst; en
  3. je dient expliciet het aan de modelovereenkomst toegekende nummer te vermelden in de overeenkomst.

Kortom: er zitten nogal wat haken en ogen aan het gebruik van een modelovereenkomst!

Uiteraard kan ook gebruik worden gemaakt van een zelf opgemaakte overeenkomst. Een eigen overeenkomst vereist maatwerk. Het is mogelijk om een dergelijke overeenkomst op bepaalde onderdelen te laten aansluiten bij een modelovereenkomst, maar dat hoeft zeker niet. In ieder geval geldt dat er bij een zelf opgemaakte overeenkomst een nadere fiscaalrechtelijke en civielrechtelijke toets moet worden uitgevoerd, bijvoorbeeld om uit te sluiten dat sprake is van een arbeidsovereenkomst. Immers, de Belastingdienst hoeft een dergelijke overeenkomst niet te accepteren. Dit geldt ook voor de civiele rechter. Het verdient met name aandacht om uw specifieke wensen en de fiscale en civiele gevolgen in ogenschouw te nemen. Een zelf opgemaakte overeenkomst kan vervolgens worden voorgelegd aan de Belastingdienst, die dan kan verklaren hoe zij deze overeenkomst kwalificeert. 

Wat zijn de fiscale gevolgen?

Als de relatie met een zelfstandige opdrachtnemer niet goed is geregeld, dan bestaat er een groot risico dat de Belastingdienst achteraf vaststelt dat een bepaalde relatie kwalificeert als een dienstbetrekking. Dit heeft aanzienlijke fiscale gevolgen. Zo kan er een naheffingsaanslag loonheffingen worden opgelegd aan de opdrachtgever. Ook dient de opdrachtgever dan premies werknemersverzekeringen en de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (Zvw) af te dragen. De loonheffingen kan de opdrachtgever verhalen op de opdrachtnemer, maar dat geldt niet voor de premies werknemersverzekeringen en de bijdrage Zvw.

Aan de zijde van de opdrachtnemer geldt, dat als daar loonheffingen zijn ingehouden, dat deze loonheffingen als voorheffing kunnen worden verrekend bij zijn aangifte inkomstenbelasting. De opdrachtnemer is – indien de relatie dient te worden gekwalificeerd als een dienstbetrekking – doorgaans verzekerd voor werknemersverzekeringen. Van de zijde van de opdrachtnemer geldt wel dat als sprake is van een dienstbetrekking, dat de opdrachtnemer zijn positie als fiscaal ondernemer verliest. Dit betekent dat er geen recht bestaat op diverse ondernemersfaciliteiten in de sfeer van de inkomstenbelasting zoals de zelfstandigenaftrek.

Wat zijn de civielrechtelijke gevolgen?

De modelovereenkomsten zijn met name vanuit fiscaalrechtelijk perspectief ingestoken. Toch is het raadzaam om nader de civielrechtelijke gevolgen te bekijken. Hierbij is niet alleen de tekst van belang, ook de bedoelingen van partijen en de feitelijke uitvoering. Het is bijvoorbeeld mogelijk dat partijen alles keurig hebben vastgelegd in een (model)overeenkomst van opdracht. Als het feitelijk echter zo is dat de uitvoering alle kenmerken van een reguliere arbeidsrelatie heeft, dan kan het zo zijn dat toch wordt aangenomen dat een arbeidsovereenkomst tot stand is gekomen.

Het is bovendien zo dat vanuit fiscaal oogpunt bepaalde zaken wel kunnen worden meegenomen in een overeenkomst, maar vanuit het civiele recht een andere toets wordt aangelegd.

Per wanneer?

Met ingang van 1 mei 2016 treedt de Wet DBA in werking. Betekent dit dat u dan alle overeenkomsten moet hebben aangepast? Nee, dat hoeft niet. Opdrachtgevers en opdrachtnemers krijgen tot 1 mei 2017 de tijd om hun overeenkomst en  werkwijze aan te passen. Voor zowel de opdrachtgever en opdrachtnemer geldt wel voor het komende jaar een inspanningsverplichting. U moet beiden actief bezig zijn dat de arbeidsrelatie zodanig vorm te geven dat er geen sprake is van een dienstbetrekking. Dit betekent dat u aantoonbaar met elkaar in gesprek zult moeten gaan over het gebruik van een modelovereenkomst, dan wel een nieuw op te maken overeenkomst.

Wat kunnen wij concreet voor u doen?

Het is van belang dat snel actie wordt ondernomen om ervoor te zorgen dat zo snel mogelijk, doch uiterlijk voor 1 mei 2017, goed is geregeld. We kunnen samen met u – als opdrachtgever, of als opdrachtnemer - een inschatting maken van de risico’s en bekijken wat voor u vanuit een fiscaalrechtelijke en arbeidsrechtelijke  gewenst is. Zo kan worden gekeken of voor uw situatie een modelovereenkomst uitkomst biedt, dan wel of er een eigen overeenkomst moet worden opgemaakt en wat dan concreet de vervolgstappen zijn. Wij  kunnen dus actief aan de slag gaan met uw concrete wensen. Bij een eigen overeenkomst kunnen de fiscalisten van BANNING deze voorleggen aan de Belastingdienst, waardoor snel kan worden geschakeld op fiscaal niveau.

De advocaten en fiscalisten van BANNING trekken in dit kader samen op om te zorgen voor een full-service dienstverlening. Wij zijn u graag van dienst!

Auteur