Rechter vernietigt miljoenenboetes opgelegd aan thuiszorginstellingen

dinsdag, 1 mei 2012

De rechtbank Rotterdam heeft de boetes die de Nederlandse Mededingingsautoriteit ('NMa') eerder aan enkele thuiszorginstellingen had opgelegd vernietigd. De NMa is er niet in geslaagd haar besluiten op deugdelijke wijze te motiveren. Dit betekent dat de NMa zich opnieuw moet uitspreken over de bezwaren die eerder zijn geuit door de thuiszorginstellingen tegen de boetes die de NMa hen had opgelegd. 

Verloop procedure

In september 2008 beboette de NMa thuiszorginstellingen in Kennemerland en ’t Gooi wegens kartelvorming. De boetes varieerden van EUR 611.000,-  tot ruim EUR 4.000.000,- De NMa stelde zich destijds op het standpunt dat de keuzevrijheid werd beperkt door het gedrag van de thuiszorginstellingen. De thuiszorginstellingen in Kennemerland zouden de markt geografisch hebben verdeeld. Ook zouden ze onderling cliënten doorverwijzen. De thuiszorginstellingen in ’t Gooi zouden activiteiten aan elkaar hebben overgedragen waardoor een gebiedsverdeling ontstond. Ook zouden deze instellingen cliënten onderling doorverwijzen om een werk- en gebiedsverdeling in stand te houden.

De thuiszorginstellingen gingen hierop in bezwaar en beroep.

Uitspraak rechtbank Rotterdam

De rechtbank oordeelt ten aanzien van de thuiszorginstellingen in ’t Gooi dat de NMa niet heeft kunnen aantonen dat sprake was van overtreding van de Mededingingswet (‘Mw’). De rechtbank is van mening dat de NMa nader onderzoek moet doen naar de omstandigheden in de markt. De rechtbank wijst hierbij op de betekenis van het garantiebudget, de rol van het zorgkantoor, de aanwezigheid van wachtlijsten en de groeiruimte voor de mogelijkheden tot concurrentie. Niet duidelijk is welke invloed deze aspecten hebben gehad op de concurrentiemogelijkheden van de thuiszorginstellingen. Het gevolg van hiervan is dat de rechter niet kan vaststellen of bovengenoemde afspraken van de thuiszorginstellingen geschikt waren om de concurrentie te beperken. Uit het onderzoek dat de NMa tot dusver heeft gedaan blijkt dit niet.

Ook ten aanzien van de thuiszorginstellingen in het Kennemerland oordeelt de rechtbank dat de NMa niet voldoende onderzoek heeft gedaan naar de omstandigheden in de markt. Ook hier wijst de rechtbank op de garantiebudgetten, de wachtlijsten en de rol van het zorgkantoor. Bovendien is de rechtbank van mening dat tussen de thuiszorginstellingen in het Kennemerland geen sprake was van concurrentie op de markt van het zorgkantoor van regio de Kennemerland. Gelet hierop oordeelt de rechtbank dat in het midden kan blijven wat de precieze bedoeling en betekenis was van de afspraken tussen de thuiszorginstellingen.

De rechter vernietigt in beide zaken de besluiten van de NMa. De NMa is er niet in geslaagd haar besluiten deugdelijk te motiveren. De rechter draagt aan de NMa op nieuwe besluiten te nemen met inachtneming van de uitspraak.