Rechter bevestigt overtreding kartelverbod door investeringsmaatschappij

maandag, 6 februari 2017

In 2014 beboette de ACM voor het eerst twee investeringsmaatschappijen voor het overtreden van de mededingingsregels. Investeringsmaatschappij Bencis had een meerderheid van de aandelen en daarmee zelfstandige zeggenschap in Meneba, één van de betrokken ondernemingen bij het meelkartel. Het bezwaar van Bencis werd in 2015 afgewezen door de ACM, daarover meer in onze andere blog. Op 26 januari jl. verklaarde ook de rechtbank haar beroep ongegrond.

Toerekeningsleerstuk: aansprakelijkheid van een andere onderneming dan de feitelijk overtreder

Voor de rechtbank voerde Bencis opnieuw aan dat zij als investeringsmaatschappij niet aansprakelijk kan worden gehouden voor een kartelovertreding die een andere onderneming heeft begaan. Bencis voert daartoe meerdere formele verweren aan. Daarnaast voert zij aan dat er geen rechtsgrondslag bestaat voor het toerekenen van een inbreuk van het kartelverbod aan een ander dan de rechtstreeks betrokken rechtspersoon en is de toerekening volgens Bencis in strijd met de beginselen ‘geen straf zonder schuld ‘en ‘persoonlijke beboeting’. De rechtbank veegt deze stellingen van tafel en verwijst naar het toerekeningsleerstuk van het Europees Hof van Justitie:

“Volgens vaste rechtspraak kan het gedrag van een dochteronderneming aan de moedermaatschappij worden toegerekend, vooral wanneer de dochteronderneming, hoewel zij een afzonderlijke rechtspersoonlijkheid heeft, niet zelfstandig haar marktgedrag bepaalt, maar in hoofdzaak de haar door de moedermaatschappij verstrekte instructies volgt, in het bijzonder gelet op de economische, organisatorische en juridische banden die deze twee juridische entiteiten verenigen.”

Aansprakelijkheid van private equity bedrijven

De rechtbank oordeelt dat dit leerstuk ook van toepassing kan zijn op investeringsmaatschappijen. Private equity bedrijven beheren één of meerdere investeringsfondsen die op hun beurt deelnemingen verwerven in één of meerdere portfolio ondernemingen. Het toerekeningsleerstuk is toepasbaar op meerdere maatschappijen die samen tot dezelfde keten behoren en sluit investeringsmaatschappijen niet uit. De rol van een private equity bedrijf binnen een portfolio onderneming beperkt zich niet altijd tot die van financieel investeerder. Indien een private equity bedrijf een beslissende invloed kan uitoefenen op een portfolio onderneming, en deze dus niet meer zelfstandig zijn marktgedrag kan bepalen, kunnen een investeringsmaatschappij en een portfolio onderneming als eenheid worden beschouwd. In een dergelijk geval kan het toerekeningsleerstuk voor moederondernemingen mutatis mutandis toegepast worden op private equity bedrijven.

Investeringsmaatschappijen die slechts de rol van financieel investeerder innemen hebben in dit kader in beginsel niks te vrezen. Indien deze rol echter meer sturend is en/of zij beslissende invloed kan uitoefenen op het beleid van haar porfolio ondernemingen, doet zij er verstandig aan om een due dilligence onderzoek naar eventuele mededingingsovertredingen te laten uitvoeren. Dit kan eventueel hoge boetes besparen. Participatiemaatschappijen blijven dus gewaarschuwd. Zie in dit kader ook de speech van ACM bestuursvoorzitter Chris Fonteijn bij de Nederlandse Vereniging Participatiemaatschappijen.

Meer weten? Neem vrijblijvend contact op met  Silvia Vinken en/of Sophia Wittkämper.