Rechtbanken gaan uniforme aanpak hanteren voor branches waar onredelijke boetebedingen voorkomen

woensdag, 24 maart 2010

Rechtbanken gaan vanaf 1 juli 2010 een uniforme aanpak hanteren voor branches, waarvan bekend is dat daar veel oneerlijke boetebedingen voorkomen. In februari 2010 heeft de werkgroep van de landelijke vergadering van sectorvoorzitters van civiele en kantonsectoren (LOVCK) een rapport genaamd: ‘Ambtshalve toepassing van Europees consumentenrecht’, geïntroduceerd. Dit rapport behandelt de ambtshalve toepassing van Europees consumentenrecht in het algemeen en gaat vervolgens – in het bijzonder – in  op twee soorten boetebedingen.

Hierbij gaat het vooral om twee soorten boetebedingen. Dit zijn de boete bij het niet tijdig inleveren van een creditcard aan het einde van het contract en de boete voor het niet op tijd betalen van een abonnement voor een mobiele telefoon. Aan de werkgroep is gevraagd of de Nederlandse rechter ambtshalve bedingen in algemene voorwaarden moet toetsen.

De rechter is op grond van de Europese rechtspraak verplicht oneerlijke bedingen buiten toepassing te laten, ook als de consument hier geen bezwaar tegen maakt. Dat gebeurt bijvoorbeeld als de consument in de procedure verstek laat gaan, of als hij zijn rechten niet kent. De werkgroep heeft de gevolgen van deze Europese rechtspraak voor Nederland beschreven en hierover aanbevelingen opgesteld.

De werkgroep heeft onder andere aanbevelingen gedaan voor de opgelegde boetes in creditcardzaken en telefoonzaken. Zij bevelen aan een opgelegde boete voor het niet tijdig inleveren van een creditcard die hoger kan oplopen dan EURO 1000 te vernietigen. Indien er een boete en een dwangsom wordt gevorderd of alleen een dwangsom wordt gevorderd, zal de dwangsom of de boete en dwangsom samen niet hoger moeten worden gesteld dan EUR 1000. Als overgangsmaatregel kunnen bedingen dit tot een hogere boete dan EUR 1000 leiden in het kalenderjaar 2010 gematigd worden tot EUR 1000 in plaats van deze volledig te vernietigen.

In telefoonzaken beveelt de werkgroep onder andere aan dat minimumeisen moeten worden gesteld aan de in de dagvaarding te verstrekken informatie, zoals het verstrekken van het contract en de algemene voorwaarden. Indien beroep wordt gedaan op een beding dat leidt tot onmiddellijke opeisbaarheid van de resterende abonnementstermijnen zonder dat de abonnee nog kan bellen, zal een dergelijk boetebeding (zo nodig ambtshalve) moeten worden vernietigd. Er zijn ook nog aanbevelingen voor beroepzaken opgenomen.

Deze – en de andere – aanbevelingen zijn aanvaard in de vergadering van de werkgroep van 1 februari 2010. De aanbevelingen binden de rechter echter niet en zijn dus geen rechtsregels in de zin van artikel 79 Wet op de rechterlijke organisatie. De werkgroep zal het rapport en de aanbevelingen na twee jaar (rond 1 juli 2012) evalueren. Indien nodig zal deze evaluatie eerder plaatsvinden.