Publicatie

Real Madrid en Barcelona maken dienst uit

donderdag, 19 april 2012

‘Financial fair play’-regels van UEFA nauwelijks een wapen tegen excessen in de voetbalwereld.

In zijn strijd tegen financiële uitwassen en monsterschulden in het betaald voetbal heeft Michel Platini, de voorzitter van de Europese voetbalbond Uefa, zich onlangs verzekerd van steun van de Europese Commissie. Vraag blijft of de Uefa het aan zal durven bij overtreding van regels daadwerkelijk op te treden.

Het bondgenootschap tussen de Uefa en de Europese Commissie is op 21 maart tijdens het Uefa-congres in Istanbul bezegeld door het uitbrengen van een gezamenlijke verklaring. Belangrijkste boodschap is dat de ‘financial fair play’-regels (FFP) van de Uefa verenigbaar zijn met het staatssteunbeleid van de Europese Unie.

Over 2010 schreven de Europese voetbalclubs uit de hoogste divisies gezamenlijk een recordverlies van ?1,6 mrd, ten opzichte van 2009 een toename met 36%. De oplopende verliezen vertalen zich bij veel voetbalclubs nog niet in lagere transfersommen of spelerssalarissen. In 2007 stelde Platini zich tot doel de financiële misstanden in het betaald voetbal aan te pakken. De uitgesproken steun van een machtig instituut als de Europese Commissie zal hem daarbij ongetwijfeld van pas komen. Juridisch gezien is de verklaring echter ‘een open deur’.

De FFP-regels van de Uefa houden in dat er vanaf seizoen 2013-2014 een nieuw licentiereglement van kracht is met maxima voor de schuldenlast, het financieringstekort en de jaarlijkse verliezen. Op grond van de ‘break-even rule’ worden clubs verplicht hun voetbalgerelateerde uitgaven en inkomsten in evenwicht te brengen. Het Financial Control Panel van de UEFA, geleid door de voormalige Belgische premier Jean-Luc Dehaene, zal toezien op de naleving van de nieuwe regels. Als clubs in overtreding zijn, kan uitsluiting van Europees voetbal het gevolg zijn.

Dat de FFP-regels verenigbaar zijn met het Europese staatssteunbeleid is populair gezegd een ‘no brainer’. Staatssteun bestaat uit overheidsmaatregelen die aan één of meer ondernemingen een financieel voordeel verlenen. Op grond van het verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is staatssteun verboden, tenzij de maatregel is goedgekeurd door de Europese Commissie, of sprake is van een uitzondering — vrijstelling. Het centrale uitgangpunt van de FFP-regels is dat clubs ‘should live within their own means’. De verenigbaarheid van de FFP-regels met het Europese staatssteunbeleid is daarmee een gegeven. Als voetbalclubs immers een gezond financieel beleid voeren, bestaat er geen noodzaak om met publieke middelen bij te springen en blijven de Europese staatssteunregels buiten beeld.

Ook zonder de gezamenlijke verklaring was, kortom, al duidelijk dat de Europese staatssteunregels geen obstakel vormen voor de implementatie en handhaving van de FFP-regels. De verklaring is pr-technisch een slimme zet van de UEFA, maar niet meer dan dat. De echte uitdaging wordt gevormd door de enorme macht en populariteit van grote voetbalclubs als Real Madrid, Barcelona en Manchester United.

Vraag blijft of de Uefa naleving van de FFP-regels afwingt. Van grote banken werd tijdens de kredietcrisis gezegd dat zij ‘too big to fail’ zijn. Voor de grote voetbalclubs zou wel eens kunnen gelden dat zij ‘too popular to fail’ zijn. Daarbij is de Uefa doodsbenauwd dat de grote clubs een eigen competitie opzetten als te veel beperkingen worden gesteld aan het binnenhalen en belonen van nieuwe voetbalsterren.

Dit artikel werd op 19 april 2012 gepubliceerd in het Financieele Dagblad

Gepubliceerd in tijdschrift 19 april 2012