Persoonlijke aansprakelijkheid arbiters

donderdag, 4 maart 2010

De Hoge Raad heeft uitspraak gedaan in een zaak die ziet op de persoonlijke aansprakelijkheid van arbiters die zich bevoegd hebben geoordeeld te beslissen over een vordering, maar waarvan na een procedure bij de overheidsrechter bleek dat een geldige overeenkomst tot arbitrage ontbrak. De Hoge Raad heeft daarbij een strikte norm aangelegd voor de persoonlijke aansprakelijkheid van arbiters.

Nadat tussen Sagro Aannemingsmaatschappij Zeeland B.V. (hierna: Sagro) enerzijds en een Duitse vennootschap en Greenworld anderzijds een geschil was ontstaan over de betaling van een aantal in het kader van de uitvoering van een aannemingsovereenkomst door Sagro verzonden facturen, is door Sagro bij het NAI arbitrage aangevraagd tegen zowel de Duitse vennootschap als Greenworld.

In de arbitrageprocedure heeft Greenworld bij incidentele memorie beroep gedaan op de onbevoegdheid van de arbiters. Het betoog van Greenworld kwam er op neer dat geen geldige overeenkomst tussen haar en Sagro bestond die een grondslag voor arbitrage tussen deze partijen kon opleveren, zodat de arbiters niet bevoegd waren een vonnis te wijzen waarin mede ten laste van Greenworld veroordelingen werden uitgesproken. 

Uiteindelijk hebben de arbiters een scheidsrechterlijk tussenvonnis, tevens gedeeltelijk eindvonnis, gewezen waarin zij, onder meer, zich bevoegd hebben verklaard tot beslechting van het geschil.

De door Greenworld bij de rechtbank te Middelburg ingestelde vordering tot vernietiging van het arbitrale vonnis is afgewezen. In het door Greenworld tegen dat vonnis ingestelde hoger beroep heeft het gerechtshof te ’s-Gravenhage dat vonnis vernietigd en, opnieuw rechtdoende, het arbitrale vonnis vernietigd voor zover gewezen tussen Sagro enerzijds en Greenworld anderzijds.

In onderhavig geding heeft Greenworld vervolgens de arbiters gedagvaard met als grondslag dat zij onrechtmatig hebben gehandeld door, ondanks het verweer dat een arbitrageovereenkomst ontbrak, welbewust hun bevoegdheid aan te nemen in de door Sagro aangespannen arbitrageprocedure en veroordelende vonnissen jegens Greenworld te wijzen, waardoor zij inbreuk hebben gemaakt op haar recht om geschilbeslechting door de gewone burgerlijke rechter te laten plaatsvinden. Deze vordering is door zowel rechtbank als hof afgewezen.

De Hoge Raad overweegt vervolgens dat de in Boek 4 Rechtsvordering geregelde arbitrage aan arbiters en aan hun uitspraken een verregaande autoriteit, en ook aan het instituut van arbitrage een verregaande betekenis toekent. Op een aantal nader omschreven punten bestaat er volgens de Hoge Raad ook gelijkenis tussen overheidsrechtspraak en de in Boek 4 Rechtsvordering geregelde arbitrage. Ten aanzien van beide vormen van rechtspraak dient dan ook te worden aanvaard dat slechts in uitzonderlijke gevallen een na instelling van een rechtsmiddel onjuist bevonden (scheids)rechterlijke uitspraak kan leiden tot aansprakelijkheid op grond van onrechtmatig handelen.

De wettelijke regeling van tegen rechterlijke beslissingen aan te wenden rechtsmiddelen is namelijk niet gebaseerd op de gedachte dat slechts één uitspraak betreffende een tussen partijen gerezen geschil de juiste is. De regeling van de rechtsmiddelen stelt weliswaar de laatst gedane uitspraak boven de eerdere uitspraak, maar dat is nog geen grond de eerdere (scheids)rechterlijke beoordeling in de vernietigde uitspraak in beginsel voor onrechtmatig te houden. Ook de omstandigheid dat de (scheids)rechter in vrijheid en onbevangenheid over het hem voorgelegde geschil moet kunnen oordelen, waarbij over de beslissing van de zaak dikwijls in redelijkheid verschillend kan worden gedacht, noopt ertoe om een uitspraak die na aanwending van een rechtsmiddel wordt vernietigd slechts in uitzonderlijke gevallen onrechtmatig te achten.

Arbiters kunnen volgens de Hoge Raad wel persoonlijk aansprakelijk worden gesteld indien zij met betrekking tot de vernietigde beslissing opzettelijk of bewust roekeloos hebben gehandeld dan wel met kennelijke grove miskenning van hetgeen een behoorlijke taakvervulling meebrengt. Een maatstaf voor aansprakelijkheid van arbiters die aldus gelijk is aan die voor overheidsrechters. Daarvan was in onderhavige zaak geen sprake en de Hoge Raad liet het vonnis van rechtbank en hof dan ook in stand.

Hoge Raad 4 december 2009, LJN: BJ 7834.