Periodiek toetsen inspanningsverplichting van alimentatiegerechtigde om werk te zoeken is een recht!

dinsdag, 30 augustus 2016

Een veel gehoord geluid in echtscheidingsprocedures is dat degene die alimentatie vraagt best zelf in zijn of haar eigen levensonderhoud kan voorzien. Bepleit wordt dat diegene een verdiencapaciteit heeft. Alles wordt uit de kast getrokken om aan te tonen welke opleiding de alimentatiegerechtigde heeft genoten, op welke vacatures hij of zij kan solliciteren en welk inkomen dit zou kunnen opleveren. Logisch, want het toerekenen van een bepaalde verdiencapaciteit, levert in veel gevallen een lager bedrag aan te betalen alimentatie op.

Geregeld oordeelt de rechter echter dat op het moment van scheiding nog niet van de alimentatiegerechtigde verwacht kan worden dat die geheel of gedeeltelijk in zijn of haar eigen levensonderhoud kan voorzien, maar dat verwacht mag worden dat de alimentatiegerechtigde zich ervoor inspant om dat binnen afzienbare tijd wel te doen. Hoewel niet de uitkomst zoals gehoopt, maar wel een mooie overweging voor de alimentatieplichtige om de alimentatiegerechtigde in de toekomst te houden aan deze inspanningsverplichting.

Maar hoe gaat het dan verder?

De alimentatiegerechtigde zal zich moeten gaan inspannen om betaald werk te vinden. Hij of zij zal moeten gaan solliciteren of, zo nodig, de afstand tot de arbeidsmarkt moeten verkleinen door bijvoorbeeld een aanvullende opleiding. De alimentatieplichtige is vaak niet op de hoogte of en welke actie de alimentatiegerechtigde vervolgens onderneemt. Omdat er niet meer met elkaar gesproken wordt of omdat, daarnaar gevraagd, geen inlichtingen over de al dan niet verrichte activiteiten worden gegeven. De vrees bij de alimentatieplichtige bestaat dat er niets gebeurt en de jaren verstrijken waarin slechts alimentatie wordt betaald en de kans op het vinden van betaald werk door de alimentatiegerechtigde alleen maar afneemt.

Wordt er vervolgens een procedure gestart tot wijziging van de alimentatie met als grond dat inmiddels wél van de onderhoudsgerechtigde verwacht kan worden dat die (deels) in het eigen levensonderhoud voorziet, dan kan tegengeworpen worden dat de alimentatieplichtige niet kan worden ontvangen in dit verzoek. Hij zou niet-ontvankelijk verklaard moeten worden. Voor een wijziging van een eerdere alimentatie-uitspraak is immers een wijziging van omstandigheden noodzakelijk waardoor de eerdere uitspraak niet meer aan de wettelijke maatstaven (behoefte en draagkracht) voldoet. Deze situatie deed zich voor in de zaak die kort geleden voorlag aan het Gerechtshof Den Haag en waarin het hof op 29 juni 2016 (ECLI:NL:GHDHA:2016:2308) uitspraak deed. Het hof oordeelde:

``Het hof is van oordeel dat gelet op de hiervoor omschreven omstandigheden – te weten de afnemende lotsverbondenheid in samenhang met de inspanningsverplichting aan de zijde van de alimentatiegerechtigde en het feit dat de vrouw uitdrukkelijk weigert om de man enige inzage te geven in de wijze waarop zij invulling geeft aan haar inspanningsverplichting – het tijdsverloop van vijf jaar na het wijzen van de beschikking van 25 mei 2011 van dit hof (…), een rechtens relevante wijziging van omstandigheden vormt, die noopt tot een herbeoordeling van de alimentatie-aanspraak. De man heeft immers (…) het recht om periodiek te laten toetsen of de vrouw aan haar inspanningsverplichting voldoet. Het vorenstaande leidt tot de conclusie dat de man reeds op die grond kan worden ontvangen in zijn wijzigingsverzoek´

Een mooie uitspraak voor de alimentatieplichtige. Overigens blijkt hieruit dat het belangrijk kan zijn voor de alimentatieplichtige om schriftelijk te vragen naar de sollicitatieactiviteiten van de alimentatiegerechtigde. In een eerder blog schreef ik al dat het relevant kan zijn de alimentatiegerechtigde ook geregeld schriftelijk te wijzen op zijn of haar inspanningsverplichting.