Overwaarde in de echtelijke woning en fiscus

donderdag, 25 april 2013

Als u met uw ex-echtgenoot of ex-echtgenote overeenkomt dat de partneralimentatie wordt betaald als een som ineens, dan is die afkoopsom voor u als betaler fiscaal aftrekbaar (volgorde: box 1, box 3, box 2) en voor de ontvanger belast (naar het progressief tarief).

Het gaat hier over “inkomen”, meer precies een periodieke uitkering op grond van het familierecht in de zin van artikel 6.3 lid 1 sub a en b van de Wet IB 2001. Die benadering is logisch: ook de maandelijks betaalde en te ontvangen alimentatie is aftrekbaar respectievelijk belast, dus ook de daarvoor in de plaats komende lumpsum.

Zo kan ook de overwaarde in de voormalige echtelijke woning in de fiscale sfeer worden betrokken. Immers, in het geval één der echtgenoten afstand doet van zijn of haar aandeel in die overwaarde om de andere echtgenoot ertoe te bewegen van zijn of haar aanspraak op levensonderhoud af te zien, dient die overbedeling te worden aangemerkt als een afkoopsom van alimentatieverplichtingen in de zin van artikel 6.3 lid 1 sub a en b Wet IB voornoemd. Indien deze uitruil in het convenant als zodanig is neergeschreven, is hier geen enkele (zinnige) discussie over mogelijk. Degene die de overwaarde heeft gelaten heeft een aftrekpost, degene die (in de echtelijke woning en) in de overwaarde is gebleven krijgt een aanslag.

Veelal hebben partijen een dergelijke fiscalisering niet voor ogen en willen zij, indien er geen sprake is van alimentatie (bijvoorbeeld omdat er geen behoefte en/of draagkracht over en weer is), voorkomen dat de fiscus zich op het standpunt stelt dat er sprake is van een schenking of, indien er wel sprake is van behoefte en draagkracht, dat deze via de Wet IB als afkoopsom van alimentatie wordt belast, zoals hiervoor is aangegeven.

In veel convenanten wordt in die gevallen een verdeling zonder betaling van enig bedrag uit overbedeling van de ene partij aan de andere partij overeengekomen, vaak ook gecombineerd met een alimentatie nihilbeding en daaraan gekoppeld een niet-wijzigingsbeding, zeg afstand van partneralimentatie.

Omdat er geen sprake is van een partneralimentatie, kan dus niet worden gesteld dat er sprake is van een afkoopsom ter zake en omdat er geen sprake is van een betalingsverplichting van de ene aan de andere partij is er geen (mogelijke) schenking, zo is de gedachte daarachter. Ook de kwalificatie “natuurlijke verbintenis” komt men tegen als een soort “vangnet”, namelijk voor het geval er sprake is van een overbedeling die dan geschiedt uit oogpunt van een dwingende verplichting uit hoofde van moraal en fatsoen (er zijn bijvoorbeeld kinderen die in de woning zijn en huisvesting behoeven naast –veelal- de ex-echtgenote) en dus “fiscaal neutraal”.

Al deze afspraken zijn absoluut geen garantie voor defiscalisering (hetwelk overigens enkel en alleen aan de wetgever is voorbehouden).

Het biedt intussen de scheidende partijen wel de maximale kans dat de tussen hen getroffen regeling in het convenant niet zal leiden tot belastingaanslagen (in de zin van belastingteruggave en betalingsverplichting). U moet zich bedenken dat deze onderlinge afspraken de fiscus niet raken in die zin, dat de inspecteur op grond van de aangiften zelfstandig een eigen fiscaal oordeel geeft.

Komt het toch tot belastingaanslagen, dan zult u dat onderling moeten oplossen in het licht van de in het convenant gemaakte afspraken. In de onderlinge verhouding was immers de bedoeling anders. Dat kan praktisch lastig of niet uitvoerbaar zijn, omdat er geen financiële middelen (meer) zijn of het verhaal (inmiddels) illusoir. Van groot belang is dat de aangiften inkomstenbelasting gelijkluidend zijn en dat deze door of met behulp van deskundigen worden ingediend. Omdat de fiscus de aangiften op eigen merites beoordeelt en niet aan de onderlinge afspraken is gebonden, ontstaat er een bijzonder vervelende situatie als één van de partijen aangeeft dat er sprake was van afstand van een overbedelingssom en dus afkoop partneralimentatie en dan bijvoorbeeld alle tussen de advocaten gevoerde correspondentie aan de inspecteur overlegt. Alsdan is het niet meer de duidelijke letter van het convenant dat de richting wijst, maar zal onder omstandigheden niet of moeilijk te ontkomen zijn aan de gevolgtrekking dat het prijs geven van de kapitaalsaanspraak van de ene ten opzichte van de andere partner kwalificeert als alimentatie/afkoopsom alimentatie. Derdenbeslag onder de fiscus om het verhaal op de wanpresterende ex-partner die tevens onrechtmatig handelt, zal dan al te laat zijn. De wraaknemende ex is er al met het belastingvoordeel vandoor. En de ander? Die moet maar zien hoe hij respectievelijk zij de schade verhaalt.

Zeer lezenswaardig in dit verband is de uitspraak van de Rechtbank Den Haag van 23 februari 2012, LJN BV8209, AWB 11/7670. De rechtbank toetste in die zaak of de feiten –afgeleid o.a. uit de gevoerde correspondentie- aanleiding gaven tot de conclusie dat sprake was van een afkoopsom tot alimentatie en het antwoord luidde bevestigend. De inspecteur had dus terecht een aanslag in de zin van betalingsverplichting opgelegd, nu de afstand van de overbedelingssom fiscaal kwalificeert als afkoop alimentatie. U bent dus gewaarschuwd!

Auteur