Ouderschapsverlof: werknemer in de problemen bij opname op een niet geaccordeerde dag (ontbinding ondanks opzegverbod van artikel 7:670 lid 7 BW) en werkgever in de problemen bij het ontbreken van een urenregistratie

donderdag, 28 juni 2012

Het (in beginsel absolute) recht op ouderschapsverlof kent ten aanzien van de spreiding van de uren, een weigeringsgrond voor werkgever op grond van zwaarwegende bedrijfs – of dienstbelangen. In een zaak was daarvan sprake en het leidde door bijkomende omstandigheden zelfs tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst ondanks het opzegverbod van artikel 7:670 lid 7 BW. Uit een andere zaak blijkt dat indien het ouderschapsverlof eenmaal is toegekend, de werknemer daar ook gebruik van moet kunnen maken. Is daar een geschil over, dan zal werkgever een deugdelijke registratie van de arbeidstijden van werknemer dienen over te leggen, anders loopt werkgever het risico van toekenning van een loonvordering. 

Zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang

In de casus die de Kantonrechter te Amsterdam beoordeelt, vordert werkgever een ontbinding van de arbeidsovereenkomst.

Werknemer, werkzaam als docent, vraagt ouderschapsverlof voor één dag per week en stelt tijdens het overleg met werkgever daarover dat dat de vrijdag zou moeten zijn. Als argument voert werknemer aan dat hij vanwege de korte schooldag van zijn dochter op die dag op haar zou kunnen oppassen en zij niet naar de kinderopvang hoeft.
Werkgever, een school voor voortgezet onderwijs, doet al het mogelijke om deze wens om vrijdags geen les te geven in te willigen, maar om roostertechnische en onderwijskundige redenen is dat niet mogelijk.
Werknemer wordt dat tijdig voor de aanvang van het nieuwe schooljaar meegedeeld en wordt vrijdags ingeroosterd. Het nodige overleg nadien leidt niet tot een oplossing.

De dag voor de eerste ingeroosterde vrijdag laat werknemer weten niet te komen lesgeven en hij verschijnt de vrijdag ook niet. Ook de volgende vrijdag verschijnt werknemer niet, ondanks de daaraan voorafgaande schriftelijke mededeling van werkgever dit onaanvaardbaar te zullen achten en dat als werkweigering te zullen aanmerken. 


Werkgever wenst ontbinding van de arbeidsovereenkomst

De Kantonrechter wijst het ontbindingsverzoek toe, ondanks het feit dat de ontbinding verband houdt met het feit dat werknemer zijn recht op ouderschapsverlof geldend maakt en er dus sprake is van het opzegverbod van artikel 7:670 lid 7 BW.
Niettegenstaande dat verbod zijn er aldus de Kantonrechter gewichtige redenen tot ontbinding.
De Kantonrechter oordeelt dat er een zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang is voor werkgever om de wens tot het opnemen van ouderschapsverlof op vrijdag opzij te zetten. Dat belang is van roostertechnische en onderwijskundige aard. De eindexamen leerlingen op de school volgen het door hen gekozen vakkenpakket in systematisch bij elkaar horende en op elkaar aansluitende clusters. Uitgangspunt daarbij is dat één vak door één docent wordt gegeven en niet over meerdere docenten wordt verspreid. Vanwege deze uitgangspunten en het feit dat meerdere docenten parttime werken is het niet mogelijk om werknemer op de vrijdag uit te roosteren.

Daar staat tegenover dat werknemer niet meer heeft aangevoerd als belang dan dat hij op vrijdag thuis moet zijn voor zijn oudste dochter van wie de schooltijd om 12.00 uur eindigt.

Tevens betrekt de Kantonrechter in zijn oordeel dat werknemer in de plaats van een voorlopig oordeel aan de voorzieningenrechter te vragen gewoon tot twee keer toe is weggebleven op de vrijdag. Daarmee heeft werknemer de zaak verwijtbaar op de spits gedreven.

Al deze omstandigheden leiden er toe dat niettegenstaande het genoemde opzegverbod gewichtige redenen tot ontbinding leiden.

Loonvordering ter zake niet-genoten ouderschapsverlof

In de casus die de Kantonrechter te Nijmegen in mei 2012 beoordeelde vorderde de werkneemster, een spoedeisende hulparts, loon wegens niet-genoten ouderschapsverlof. Werkneemster had zes uur (onbetaald) ouderschapsverlof per week opgenomen. Zij stelde echter in de praktijk geen ouderschapsverlof te hebben kunnen genieten omdat ze te veel uren moest werken. De werkgever is niet in staat om een deugdelijke registratie ter zake van de arbeidstijden over te leggen. Aangezien werkgever die plicht heeft ingevolge artikel 4:3 lid 1 Arbeidstijdenwet en daar kennelijk niet aan heeft voldaan, kan werkgever haar verweer inhoudende dat werknemer wel het ouderschapsverlof heeft genoten, niet afdoende motiveren. De vordering van werkneemster inzake betaling van loon over het niet-genoten ouderschapsverlof wordt toegewezen.

Bron: kantonrechter Amsterdam, 3 november 2011, JAR 2012/138 en kantonrechter Nijmegen, 27 april 2012, LJN: BW 4395

 

Auteur