Opvallende uitspraak Hof Den Bosch in franchisezaak (2): exoneratiebeding

dinsdag, 15 december 2015

Recent publiceerde het Hof ’s-Hertogenbosch haar uitspraak d.d. 1 december 2015 in een franchisegeschil waarin BANNING de franchisegever bijstond. De uitspraak ziet o.a. op de uitleg van en het beroep op een exoneratiebeding binnen een verhouding tussen commerciële partijen.

Op twee onderdelen is deze uitspraak van het Hof nuttig voor de rechtsontwikkeling c.q. verduidelijkt zij de bestaande rechtsregels, namelijk ten aanzien van: (1) de zorgplicht van de franchisegever; en (2) een beroep op een exoneratiebeding. Het deel van de uitspraak over het exoneratiebeding wordt toegelicht in een aparte blog (zie hier).

Exoneratiebeding: welke schade? 

Ten aanzien van de gevorderde schadevergoeding beroept franchisegever zich onder meer op het exoneratiebeding zoals opgenomen in de franchiseovereenkomst. Dit beding sluit aansprakelijkheid van de franchisegever voor indirecte schade uit. Het Hof herhaalt in overweging 3.15.1 de welbekende Haviltex-norm die van toepassing is bij de uitleg van overeenkomsten:

“De betekenis van een omstreden beding in een schriftelijke overeenkomst moet door de rechter worden vastgesteld aan de hand van hetgeen partijen over en weer hebben verklaard en uit elkaars verklaringen en gedragingen overeenkomstig de zin die zij daaraan in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs mochten toekennen, hebben afgeleid en van hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten.”

Van belang was dat er niet was gesteld dat over de tekst van het exoneratiebeding was onderhandeld tussen partijen of dat mondeling of schriftelijk verklaringen waren afgelegd welke van belang konden zijn voor de uitleg van het begrip schade in de zin van het artikel of dat zij zich op een voor de uitleg van die bepaling relevante wijze hadden gedragen.

De eerste vraag was of de schade zoals gevorderd door franchisenemer kon worden aangemerkt als ‘indirecte schade’ als bedoeld in het exoneratiebeding. Het Hof overweegt daarover in 3.15.2:

“De schade welke HB Israël vordert, betreft investeringen en verliezen, gederfde toekomstige winst en reputatieschade. De eerste twee schadeposten zijn uitdrukkelijk in artikel 10.2 benoemd, namelijk als verlies van omzet en het mislopen van winst. De derde schadepost, reputatieschade, is door HB Israël niet nader omschreven. Gelet daarop wordt aangenomen dat deze schade een zodanig ver verwijderd gelegen gevolg is van de door HB Israël gestelde tekortkomingen van [International] , dat deze schade als gevolgschade in de zin van artikel 10.2 dient te worden verstaan.”

De aansprakelijkheid van franchisegever was dus uitgesloten voor de schade zoals gevorderd door franchisenemer zodat de vordering niet kon worden toegewezen.

Beroep op exoneratiebeding

In rechtsoverwegingen 3.16 en 3.17 gaat het Hof in op de vraag of een beroep van franchisegever op het exoneratiebeding in dit geval naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn. Dit hangt volgens het Hof af van alle omstandigheden van het geval. Als uitgangspunt geldt volgens het Hof dat een exoneratiebeding in het algemeen buiten toepassing dient te blijven indien de schade te wijten is aan opzet of bewuste roekeloosheid van degene die zich op het exoneratiebeding beroept.

Conclusie

De lessen die ten aanzien van een exoneratiebeding uit deze uitspraak kunnen worden gehaald zijn de volgende:

  1. exoneratiebedingen worden op dezelfde manier uitgelegd als andere bepalingen in een overeenkomst, waarbij van belang is of er is onderhandeld over het exoneratiebeding, of er verklaringen t.a.v. het beding zijn afgelegd en of partijen zich op een voor de uitleg van het beding relevante wijze hebben gedragen; en
  2. een beroep op een exoneratiebeding wordt niet snel als onaanvaardbaar beschouwd (binnen een verhouding tussen twee commerciële partijen). Daarvoor is over het algemeen opzet of bewuste roekeloosheid nodig van degene die zich op het beding beroept.

Meer weten?

Mail vrijblijvend met Minos van Joolingen (LinkedIn hier en website hier) of Esra van der Wolk (LinkedIn hier en website hier).