Onvoldoende potentiële kandidaten voor OR-lidmaatschap? OR instellen kan toch verplicht zijn.

donderdag, 28 mei 2015

Het Hof Den Haag heeft arrest gewezen over de verplichting tot het instellen van een ondernemingsraad (“OR”) in een zaak waarin de ondernemer meende geen OR te hoeven instellen omdat hij verwachtte dat zich onvoldoende kandidaten zouden melden en hij had voorzien in alternatieve medezeggenschap.  

Feiten

Bij de betreffende onderneming zijn meer dan 50 werknemers werkzaam. Tot 2011 had zij een op grond van de WOR ingestelde OR. Eind 2011 hebben de leden van de OR besloten terug te treden als gevolg waarvan de onderneming op zoek is gegaan naar nieuwe kandidaten. Omdat zich hiervoor geen kandidaten beschikbaar hebben gesteld, is de OR opgehouden te bestaan. De onderneming heeft vervolgens besloten een andere vorm van medezeggenschap binnen haar organisatie te hanteren: op vrijwillige basis worden werkgroepen van werknemers gevormd die het bestuur van de onderneming adviseren over diverse thema’s, zoals pensioen.  

Een deel van de bij de onderneming werkzame personen is lid van FNV, waardoor FNV hoogte krijgt van de medezeggenschapsperikelen bij de onderneming. FNV besluit de situatie voor te leggen aan de bedrijfscommissie, die bemiddelt in geschillen met betrekking tot de OR voor de betreffende branche. De bedrijfscommissie acht het in haar advies zinvol voor de onderneming om OR-verkiezingen te organiseren. Aan dat advies geeft de onderneming geen gehoor.  

Eerste aanleg

FNV heeft zich vervolgens tot de kantonrechter gewend. Zij verzoekt de rechter (kort gezegd) te bepalen dat de onderneming gehouden is een OR in te stellen.   

De onderneming acht zich niet verplicht een OR in te stellen. Zij stelt dat de actie van FNV niet wordt ondersteund door bij haar werkzame FNV-leden. Daarom zou FNV geen belanghebbende zijn in de zin van de WOR en bij de rechter geen instelling van een OR kunnen vorderen. Ter onderbouwing legt de onderneming een drietal brieven van werknemers over, waaruit blijkt dat zij niet op de hoogte zijn gesteld van de acties van FNV en daarvan afstand nemen. Daarnaast benadrukt de onderneming dat slechts 20% van haar werknemers lid is van de FNV.  De FNV heeft daarop aangevoerd dat in ieder geval één werknemer achter de acties staat. De kantonrechter acht dit echter niet voldoende. Geoordeeld wordt dat FNV geen belanghebbende is. FNV wordt niet ontvankelijk verklaard.   

Hoger beroep

FNV gaat tegen deze uitspraak in hoger beroep en vordert nogmaals veroordeling van de ondernemer tot instelling van een OR. Het Hof acht FNV wel ontvankelijk. Het Hof overweegt dat FNV tot doel heeft de werknemersmedezeggenschap te bevorderen. Daarbij staat vast dat 20% van de werknemers van de onderneming lid is van FNV en in ieder geval een aantal van hen prijs stelt op instelling van een OR. Volgens het Hof heeft FNV daarom een redelijk en eigen belang om in haar verzoeken te worden ontvangen.  

In hoger beroep voert de onderneming aan dat zij geen OR hoeft in te stellen omdat zij in een andere vorm van medezeggenschap voorziet. Ook voert zij aan dat uit enquêtes blijkt dat niet voldoende OR-kandidaten gevonden zouden kunnen worden (de wet vereist voor deze onderneming vijf OR-leden). De onderneming stemt niet in met een OR die minder leden kent. Bovendien, zo stelt de onderneming, steunt een aantal (ex)-leden van FNV de procedure niet.  

Volgens het Hof doen de argumenten van de onderneming niet af aan de wettelijke verplichting om een OR in te stellen. De onderneming mag er volgens het Hof niet al op voorhand vanuit gaan dat zich onvoldoende kandidaten zullen melden. Het Hof oordeelt dat zelfs als zich minder dan vijf kandidaten melden, het zo kan zijn dat de onderneming daarmee moet instemmen als een goede werking van de WOR dat vergt. Ook het hebben van een alternatieve vorm van medezeggenschap is niet relevant. Dit ontslaat de onderneming evenmin van de wettelijke verplichting een OR in te stellen.  

Tot slot

Zoals uit het arrest blijkt moet de wettelijke verplichting om een OR in te stellen voor bedrijven met meer dan vijftig werknemers, serieus worden genomen. Dat geldt ook indien binnen de onderneming alternatieve vormen van medezeggenschap zijn georganiseerd.  

Wilt u meer weten over de verplichtingen uit hoofde van de WOR, neemt u dan gerust contact op met de medewerkers van onze sectie Arbeidsrecht.  

Geke Bosch
Karen Knook