Ontwikkelingen in aanbestedingsland

maandag, 26 april 2004

De stemming blijft somber in aanbestedingsland. Steeds weer komen nieuwe schaduwboekhoudingen boven water. Het verleden blijft de bouw achtervolgen. "Beul maak het kort" was de oproep van AVBB-voorzitter Brinkman. Dat zit er voorlopig niet in: de procedures bij de NMa, de Raad van Arbitrage voor de Bouw en de civiele rechter kunnen nog jaren duren. De onvolkomenheden uit het verleden moeten zorgvuldig worden afgewikkeld, maar repressieve maatregelen zijn geen vanzelfsprekende oplossingen voor de toekomst.

Kijkend naar de toekomst is het verder van belang om te constateren dat de regelgeving op essentiële punten wordt gewijzigd. Er is een nieuwe Europese aanbestedingsrichtlijn. Daarin zijn de oude richtlijnen voor leveringen, diensten en werken samengevoegd. Deze richtlijn zal in Nederland moeten worden omgezet in een aanbestedingswet.

Voorts is de vervanger van het UAR 2001 in aantocht, het ARW 2004 (Aanbestedings-Reglement Werken 2004). Het ARW 2004 biedt minder bescherming tegen leuren en daarnaast is een aantal nieuwe bepalingen tot stand gekomen naar aanleiding van de resultaten van het parlementaire bouwonderzoek. De volgende zaken springen in het oog:

  • de afschaffing van de rekenvergoeding (was eigenlijk al praktijk);
  • de non-kartelverklaring van bestuurders van inschrijvende partijen;
  • de omkering van de bewijslast bij een niet-passende aanbieding;
  • aanbestedingsgeschillen worden niet langer voorgelegd aan de Raad van Arbitrage voor de Bouw, maar aan de gewone rechter.

Het omkeren van de bewijslast ten nadele van een inschrijvende partij is een kwetsbaar uitgangspunt. Indien een opdrachtgever van oordeel is dat de laagste inschrijver geen passende aanbieding heeft gedaan, dan valt op voorhand niet goed in te zien waarom en hoe de laagste inschrijver moet aantonen dat zijn inschrijving wel degelijk marktconform is. Verder is het buitenspel zetten van de Raad van Arbitrage voor de Bouw bij de beslechting van aanbestedingsgeschillen minder goed doordacht. Aanbestedingsgeschillen worden er snel en efficiënt afgewikkeld. Bovendien kent men bij de civiele rechter niet de mogelijkheid van een spoedprocedure, dat wil zeggen een procedure waarbij het geschil ten gronde met spoed wordt beslecht.