Ontslag wielrenner Rasmussen onverwijld gegeven

donderdag, 27 juni 2013

Het Gerechtshof Amsterdam, nevenzittingsplaats Arnhem, heeft voormalig profwielrenner Michael Rasmussen in zijn zaak tegen Rabo Wielerploegen B.V. (hierna: “Raboploeg”) in het ongelijk gesteld [1]. In zijn arrest van 25 juni 2013 oordeelde het hof dat de Deen Rasmussen op 26 juli 2007 rechtsgeldig op staande voet is ontslagen. Het hof heeft de dopingbekentenis van Rasmussen eerder dit jaar bij dit oordeel buiten beschouwing gelaten. In deze bijdrage wordt met name ingegaan op de bij een ontslag op staande voet vereiste onverwijldheid. Anders dan de kantonrechter kwam het hof in deze zaak tot de conclusie dat het ontslag op staande voet onverwijld was gegeven.

Casus

Rasmussen was sinds 2003 in dienst bij de Raboploeg. Als profwielrenner was hij gebonden aan de Anti Doping Rules van de ‘Union Cycliste Internationale’(UCI). Volgens deze regeling dient hij opgave te doen van zijn ‘accurate whereabouts information’, teneinde dopingcontroles mogelijk te maken. Vlak voor de Tour de France van 2007, op 29 juni, krijgt Rasmussen een ‘recorded warning’ van de UCI omdat hij niet voldaan had aan deze verplichting. De Raboploeg heeft naar aanleiding van dat incident Rasmussen op 3 juli 2007 een boete opgelegd. Als de pers hier vervolgens lucht van krijgt, belegt Rasmussen op 24 juli 2007 een persconferentie. Tijdens deze persconferentie geeft Rasmussen aan dat hij in juni 2007 in Mexico verbleef. Op 25 juli 2007 komt echter aan het licht dat hij in die periode niet in Mexico, maar in Italië verbleef. De Raboploeg haalt Rasmussen diezelfde dag nog uit de Tour. De Deen ging op dat moment, vier dagen voor het einde van de Tour, aan de leiding in het algemeen klassement. Een dag later, op 26 juli 2007, wordt hij op staande voet ontslagen. De reden(en) voor dit ontslag op staande voet was/waren – kort gezegd – dat Rasmussen volgens de Raboploeg in strijd met de geldende regels (van de UCI en zijn arbeidsovereenkomst) belangrijke onjuiste informatie met betrekking tot zijn verblijfplaats in de maand juni 2007 had verstrekt.

Rechtsgeldig ontslag?

Voor een rechtsgeldig gegeven ontslag op staande voet is het noodzakelijk dat de werknemer aan de werkgever een dringende reden heeft gegeven, die zowel objectief (gemeten naar de aard van de verweten gedraging) als subjectief (gerelateerd aan de mate van voortvarendheid waarmee de opzegging heeft plaatsgevonden) dringend dient te zijn. In onderhavige zaak is het met name de vraag of er sprake is van subjectieve dringendheid. Met andere woorden: is het ontslag op staande voet onverwijld gegeven? Onverwijld betekent overigens niet dat er helemaal geen tijdsverloop tussen de constatering van de dringende reden en het ontslag op staande voet mag zitten. Afhankelijk van de omstandigheden, mag een werkgever bijvoorbeeld wel de tijd nemen om een onderzoek in te stellen of rechtskundig advies in te winnen.

In de zaak Rasmussen oordeelde de kantonrechter Utrecht [2] in eerste aanleg dat de Raboploeg op het moment dat de boete aan Rasmussen werd gegeven (3 juli 2007) wist, althans had kunnen weten, dat Rasmussen een onjuiste opgave had gedaan van zijn verblijf in juni 2007. Dat op een later moment in brede kring duidelijk werd dat hij onjuiste informatie over zijn verblijfplaats had gegeven, kan volgens de kantonrechter niet als een nieuw feit worden aangemerkt. Dit betekent dat de Raboploeg al te lang op de hoogte was van de feiten die aan het ontslag op staande voet ten grondslag waren gelegd, zodat niet aan het vereiste van onverwijldheid is voldaan. De kantonrechter kwam dan ook tot de conclusie dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig was gegeven, tengevolge waarvan de Raboploeg schadeplichtig was.

In hoger beroep gaat het hof hier niet in mee. Uit het arrest van het hof van 25 juni 2013 blijkt dat het hof het doorslaggevend acht dat Rasmussen op essentiële momenten heeft gelogen over zijn verblijfplaats. Deze leugens zijn pas aan het licht gekomen op 25 juli 2007. Er zijn verder ook geen aanwijzingen dat de Raboploeg vóór 25 juli 2007 op de hoogte was het feit dat Rasmussen in juni 2007 niet in Mexico verbleef. Het hof concludeert derhalve dat het ontslag op staande voet rechtsgeldig is gegeven. De reden voor ontslag is zowel objectief als subject dringend. Daarbij verdient opmerking dat het hof bij de beoordeling van de rechtsgeldigheid van het ontslag op staande voet – terecht – de recente ontwikkelingen rondom dopinggebruik en de dopingbekentenis van Rasmussen buiten beschouwing heeft gelaten. De omstandigheid dat Rasmussen heeft bekend doping te hebben gebruikt, staat immers los van de vraag of het ontslag onverwijld is gegeven.

Hoewel het hof uiteindelijk oordeelt dat het ontslag op staande voet onverwijld was gegeven, bevestigt deze zaak eens te meer dat een werkgever in geval van een (mogelijke) dringende reden voortvarend te werk zal moeten gaan.

[1]Gerechtshof Amsterdam, nevenzittingsplaats Arnhem, 25 juni 2013, zaaknummer: 200.015.508.

[2] Kantonrechter Utrecht 2 juli 2008, RAR 2008, 154.