Ontslag op staande voet voor werknemer die shag van collega steelt

maandag, 1 januari 2001

Werknemer vindt een pakje shag in de rokersruimte en steekt dit bij zich, maar wordt betrapt. Hij heeft toegegeven dat dit vaker is voorgekomen, maar heeft nooit gepoogd het pakje aan de benadeelde terug te geven. Hierdoor is de werkgever het vertrouwen in de werknemer verloren, waardoor voortzetting van de arbeidsovereenkomst ondenkbaar zou zijn. Vooral nu het een uitzendkracht betreft, die de verhoudingen tussen de werkgever en de inlener in gevaar zou kunnen brengen. De kantonrechter oordeelt dat het ontvreemden van pakjes shag van collega's de ontbinding van de arbeidsovereenkomst rechtvaardigt.

In deze zaak heeft de mondelinge behandeling van het verzoekschrift gelijktijdig plaatsgevonden met de mondelinge behandeling van de door de werknemer ingestelde vordering tot loondoorbetaling en wedertewerkstelling. De werkgever heeft bij verzoekschrift verzocht de gesloten arbeidsovereenkomst te ontbinden op grond van gewichtige redenen in de zin van artikel 7:685 BW, voor het geval de arbeidsovereenkomst nog zou bestaan.

Op 20 augustus 2009 heeft werknemer in de rookruimte van de inlener geconstateerd dat zijn pakje shag leeg was, waarna hij gebruik heeft gemaakt van het pakje shag die daar op tafel lag. Vervolgens heeft werknemer dit pakje shag bij zich gestoken. Na het verlaten van de rokersruimte is werknemer aangesproken door twee werknemers van inlener. Werknemer heeft op vragen van de werknemers van inlener en aan de productieleider en kwaliteitsmanager van inlener aangegeven dat hij het pakje shag tot zich had genomen. Voorts heeft werknemer later verklaard dat hij zich vaker pakjes shag heeft toegeëigend.

Werkgever stelt dat er sprake zou zijn van een verandering in de omstandigheden, die ontbinding van de arbeidsovereenkomst rechtvaardigt, omdat werknemer zijn vertrouwen heeft geschaad. Naar het oordeel van de kantonrechter en gelet op de omstandigheden van het geval, kan geen andere conclusie worden getrokken dan dat werkgever terecht het vertrouwen in haar werknemer is verloren. Werkgever heeft met werknemer gesproken over de consequenties van zijn gedrag. Hierna is hem zijn ontslagbrief ter hand gesteld. Na bespreking van deze brief heeft werknemer de brief ondertekend.

Werknemer stelt dat er slechts sprake is van het wegnemen van een zaak met betrekkelijk geringe waarde en dat hij onder druk is gezet om de ontslagbrief te ondertekenen. Naar het oordeel van de kantonrechter blijkt in voldoende mate dat werknemer vaker pakjes shag heeft meegenomen. Voorts heeft inlener aan de werkgever laten weten werknemer niet meer tot haar bedrijf toe te laten. Mede gezien deze omstandigheden kan van werkgever niet worden gevergd te volstaan met een lichtere sanctie dan ontslag op staande voet.

De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst met onmiddellijke ingang, voor zover deze nog niet is geëindigd door het ontslag op staande voet. De vorderingen tot loondoorbetaling en wedertewerkstelling van werknemer worden afgewezen.

Rechtbank Leeuwarden, 5 februari 2010 LJN: BL2315[NBSP]en LJN: BL2328

Auteur