Ontslag op staande voet arbeidsongeschikte werknemer wegens lopen van marathon

donderdag, 30 april 2015

Werknemer is al geruime tijd arbeidsongeschikt en wordt op enig moment (juli 2013) op staande voet ontslagen. Hem wordt met name verweten dat hij deelneemt aan hardloopwedstrijden en heeft geklust aan zijn huis, zonder hiervoor toestemming te vragen. In kort geding heeft werknemer tewerkstelling in een passende functie (dan wel voortzetting re-integratietraject) en loondoorbetaling gevorderd en dit is afgewezen. De door werkgever gelijktijdig verzochte (voorwaardelijke) ontbinding wordt toegewezen, zonder toekenning van vergoeding. Werknemer start vervolgens een bodemprocedure.

Houdt het ontslag op staande voet stand of krijgt werknemer alsnog gelijk? 

Standpunt werkgever

Kort samengevat heeft werkgever werknemer op staande voet ontslagen wegens een dringende reden bestaande uit schending van zijn re-integratieverplichtingen en de mededelingsplicht. Het wordt werknemer met name verweten dat hij, ondanks pogingen om te re-integreren, heeft deelgenomen aan hardloopwedstrijden (waaronder hele en halve marathons) en aan zijn woning heeft gewerkt (waaronder het vervangen van dakgoten). 

Voorts verwijt werkgever aan werknemer dat hij haar geen toestemming heeft gevraagd voor deelname aan deze hardloopwedstrijden en voor de klusactiviteiten aan zijn woning. De werknemer heeft bij de bedrijfsarts ten onrechte de indruk gewekt dat hij incidenteel zo af en toe wat jogde, doch in werkelijkheid deed hij mee aan allerlei hardloopwedstrijden. Hij had dat moeten melden, aldus de werkgever. 

Ten aanzien van de klusactiviteiten aan zijn woning heeft de werknemer toegegeven dat hij hieromtrent niets heeft gemeld, terwijl hij dit wel had moeten doen volgens werkgever. 

Standpunt werknemer

Werknemer is van mening dat hij zich niet schuldig heeft gemaakt aan schending van zijn re-integratieverplichtingen, waaronder zijn mededelingsverplichting. Hij heeft daartoe aangevoerd dat hij bij de bedrijfsarts heeft verteld dat hij hardloopt en het op de weg van de bedrijfsarts heeft gelegen om hierover door te vragen. De werkgever was eveneens op de hoogte van de hardloophobby. 

Verder neemt werknemer het standpunt in dat de stelling van werkgever (dat hij zijn re-integratieverplichtingen heeft geschonden) een medisch oordeel betreft en dit slechts is voorbehouden aan een arts. Nog voordat de bedrijfsarts de mate van inzetbaarheid van werknemer kon beoordelen, heeft werkgever de werknemer op staande voet ontslagen en de afspraak bij de bedrijfsarts afgezegd. Werknemer wijst er hierbij nog op dat hij al jarenlang deelneemt aan hardloopwedstrijden en dit daarom niet schadelijk is voor zijn gezondheid, integendeel juist. 

Wat betreft de kluswerkzaamheden ontkent werknemer niet dat hij werkzaamheden aan zijn woning heeft verricht, maar in tegenstelling tot hetgeen de werkgever stelt heeft hij het zware werk aan anderen overgelaten.

Oordeel rechter

De rechter overweegt dat - gelet op het ingrijpende karakter van ontslag - het op de weg van werkgever heeft gelegen om eerst in overleg te treden met de bedrijfsarts. De werkgever beschikte over geen enkel medisch oordeel c.q. bewijs dat de hardloopactiviteiten, dan wel de werkzaamheden rondom zijn woning aan de re-integratie van werknemer in de weg stonden. Pas na een beoordeling door de bedrijfsarts had een eventuele sanctie kunnen volgen. 

De rechter voegt daar nog aan toe dat als er al een verplichting voor werknemer zou bestaan om zijn activiteiten bij de bedrijfsarts te melden, en hij, door dit na te laten, deze verplichting heeft geschonden, een dergelijke schending evenmin een grond zou opleveren voor een ontslag op staande voet. 

De rechter betrekt hierbij de totstandkomingsgeschiedenis van de betreffende wetsbepalingen en wijst erop dat het de bedoeling van de wetgever is geweest hieraan slechts de sanctie van opschorting van het loon te verbinden. De rechter concludeert vervolgens dat van een dringende reden voor ontslag op staande voet pas sprake kan zijn bij de aanwezigheid van bijkomende omstandigheden. Daarvan is in deze zaak geen sprake volgens de rechter. 

Conclusie

Weliswaar krijgt de werknemer in de bodemprocedure gelijk, echter dit levert hem ‘slechts’ een paar maanden loon op. De kantonrechter had immers al (voorwaardelijk) ontbonden en een ontbindingsvergoedingvergoeding is hierbij niet toegekend. 

De werkgever krijgt dus ongelijk in de bodemprocedure. Voor u als werkgever is het van belang te onthouden dat een medisch oordeel over de belastbaarheid van werknemer is voorbehouden aan de bedrijfsarts (of UWV). 

Zelfs indien u het medisch oordeel aan uw zijde heeft, blijft het oppassen geblazen. De wet schrijft in bepaalde gevallen concrete sancties voor en die dient u als werkgever toe te passen. Bij een arbeidsongeschikte werknemer kan slechts in bijkomende omstandigheden – en die doen zich niet snel voor – sprake zijn van een dringende reden voor een (rechtsgeldig) ontslag op staande voet. 

Auteur