Ontbinding arbeidsovereenkomst: geen dringende reden

dinsdag, 9 december 2014

De kantonrechter te Breda heeft uitspraak gedaan in een ontbindingsprocedure die aanhangig was gemaakt door een ziekenhuis, werkgever. De grondslag voor die ontbinding was (primair) een dringende reden. De kantonrechter achtte een dringende reden niet bewezen en ontbond de arbeidsovereenkomst op grond van een vertrouwensbreuk, zonder dat enige ontbindingsvergoeding werd toegekend.

Feiten

Werkgever is een ziekenhuis met een zogenaamde “level 3” IC-afdeling, ofwel het hoogste niveau van IC-afdelingen in Nederland. Op die afdeling worden patiënten één op één verzorgd door een daartoe gespecialiseerde verpleegkundige. Werkneemster werkt al 35 jaar als verpleegkundige op de IC-afdeling van werkgever. Tijdens één van de nachtdiensten neemt werkneemster haar dochter mee naar de IC-afdeling. Haar dochter wil ten behoeve van de internationale Miss-verkiezing haar portfolio uitbreiden met een item over de gezondheidszorg in Nederland. Werkneemster geeft haar dochter haar witte uniformjasje, haar mondkapje, handschoenen en een muts. Vervolgens maakt de werkneemster, vijftien foto’s van de dochter op verschillende plekken binnen de IC-afdeling. Daarop is onder meer te zien dat de dochter medische apparatuur aanraakt en voor computerbeelden met patiëntgegevens zit. Behalve een schouder zijn op de foto’s geen patiënten te zien. Twee collega’s vragen ten tijde van de “fotoshoot” of werkneemster toestemming heeft gekregen om deze foto’s te maken, waarop zij in strijd met de waarheid, bevestigend heeft geantwoord. Diezelfde nacht werd door de dochter acht foto’s op haar Facebook pagina gezet inclusief een begeleidende tekst. Deze foto’s werden opgemerkt door de leidinggevende van werkneemster. Naar aanleiding hiervan is werkneemster eerst op non-actief gesteld, waarna, na een onderzoek, ontslag op staande voet volgde.

Werkgever verzoekt nu een ontbinding van de arbeidsovereenkomst voorzover vereist en voert een groot aantal verwijten aan. De grondslag van de ontbinding is primair een dringende reden, subsidiair een vertrouwensbreuk.

De kantonrechter loopt daarna elk door het ziekenhuis gemaakte verwijt na en komt tot de conclusie dat alle omstandigheden van het geval meegenomen, dat, ondanks de (ernstige) verwijten die aan werkneemster gemaakt kunnen worden, er geen sprake is van een dringende reden. De kantonrechter acht aldus bewezen dat werkneemster een aantal (ernstige) verwijten heeft gemaakt. Werkgeefster mag werkneemster haar handelen ernstig aanrekenen, zo oordeelt de kantonrechter. Maar, zo oordeelt de kantonrechter, al die verwijten zijn terug te voeren op één relatief korte gebeurtenis, waarbij werkneemster ondoordacht en onzorgvuldig heeft gehandeld. Van kwade bedoelingen is nimmer gebleken. Bij de beoordeling van de ernst van het handelen van de werkneemster, dienen ook de gevolgen van haar handelen voor werkgever en/of haar patiënten worden betrokken. Zowel de belangen van het ziekenhuis (werkgeefster) als haar patiënten zijn weliswaar in het geding geweest, maar van daadwerkelijke en concrete schade of negatieve gevolgen is niet gebleken. Verder is sprake van een zeer lang dienstverband, meer dan 35 jaar, waarin werkneemster te allen tijde goed heeft gefunctioneerd. De kantonrechter komt tot de conclusie dat het verwijtbaar handelen van werkneemster gezorgd heeft voor een vertrouwensbreuk die zodanig is dat de arbeidsovereenkomst moet eindigen. Daarbij acht de kantonrechter het niet billijk om aan werkneemster een ontbindingsvergoeding toe te kennen. De reden daarvoor is, dat de kantonrechter werkneemster het verwijt maakt van de vertrouwensbreuk. De verwijten die werkgeefster aan werkneemster kan maken, blijven immers (grotendeels) staan en brengen mee dat een vergoeding niet passend is, aldus de kantonrechter.

Ondanks een lang en smetteloos dienstverband kan, zo blijkt uit deze uitspraak, het eenmalig ondoordacht en onzorgvuldig handelen voor een werknemer verstrekkende gevolgen hebben. Samengevat wordt het werkneemster in deze zaak zwaar aangerekend dat zij haar eigen belang heeft laten prevaleren boven het belang van werkgeefster en/of patiënten.

Bron: kantonrechter Breda, 10 juni 2014, RAR 2014/156

Auteur