Ontbinding arbeidsovereenkomst bij frequent ziekteverzuim

donderdag, 14 mei 2009

De kantonrechter te Assen ontbindt de arbeidovereenkomst tussen Stichting Wilhelmina Ziekenhuis te Assen (SWA) en werkneemster wegens frequent ziekteverzuim. Aan een ontbinding van de arbeidsovereenkomst of een opzegging van de arbeidsovereenkomst in verband met het frequent ziekteverzuim worden strenge eisen gesteld. 

Werkneemster is vanaf 1989 in dienst bij SWA in de functie van Specialistisch Verpleegkundige. Volgens SWA is sprake van een extreem frequent ziekteverzuim aan de zijde van werkneemster. Dat verzuim is niet werkgerelateerd. Het is in bijzonder de frequentie die tot problemen aanleiding geeft, omdat er heel vaak op korte tijd een medewerker binnen een vastgesteld team wegvalt. Collega’s van werkneemster worden hierdoor onevenredig belast. SWA geeft aan dat zij gedurende een aantal jaren frequent met werkneemster over haar ziekteverzuim en de gevolgen daarvan heeft gesproken. Die gesprekken hebben niet geleid tot een afname van de ziekmeldingen. Daarnaast heeft SWA werkneemster alle tijd en gelegenheid geboden om een andere passende functie, intern danwel extern, te zoeken. Uiteindelijk heeft werkneemster, na aandringen van SWA, slechts intern naar een andere passende functie gezocht; dit heeft echter geen resultaat gehad. SWA verzoekt dan ook een ontbinding van de arbeidsovereenkomst en is bereid een vergoeding te betalen conform de neutrale kantonrechtersformule.

Werkneemster stelt, ten eerste, dat geen sprake is van verandering in de omstandigheden, zodat een ontbinding dient te worden afgewezen. De ziekmeldingen die het gevolg zijn van migraineaanvallen zijn er al sinds haar indiensttreding geweest en zij zijn niet volgens werkneemster in grote lijnen toe- of afgenomen. Daarnaast heeft werkneemster er alles aan gedaan om tot een reductie van het ziekteverzuim te komen. Daarnaast staat werkneemster open voor passend alternatief werk, zowel intern als extern, maar alleen met een terugkeergarantie bij een externe functie. Volgens werkneemster zou SWA slechts eenmaal een concreet voorstel voor een functie hebben gedaan waarvoor werkneemster na een assessment niet geschikt bleek te zijn. Werkneemster verzoekt dan ook afwijzing van de ontbinding en wanneer de ontbinding wordt toegewezen een vergoeding toe te kennen conform de kantonrechtersformule met een correctiefactor 1,5.

De kantonrechter stelt voorop dat de ziekmeldingen niet werkgerelateerd zijn en dat de ontbinding, evenals opzeggen via UWV WERKbedrijf, op grond van frequente ziekmeldingen mogelijk is. Voor de beoordelingen sluit de kantonrechter aan bij de beleidsregels die de voormalige CWI (nu UWV WERKbedrijf) bij opzegging hanteert, namelijk:

  1. er moet sprake zijn van regelmatig ziekteverzuim;
  2. het ziekteverzuim moet dusdanig verstorend werken op het arbeidsproces of onevenredig zwaar drukken op de andere werknemer dat het van de werkgever in redelijkheid niet verlangd kan worden de arbeidsrelatie voort te zetten;
  3. naar verwachting zal de werknemer niet binnen 26 weken hersteld zijn;
  4. het is redelijkerwijs niet mogelijk de werknemer te herplaatsen in een aangepaste of andere passende functie binnen de organisatie.

Vervolgens toetst de kantonrechter bovenstaande criteria, waarbij van belang is dat vast is komen te staan dat sprake is van regelmatige ziekmeldingen (vanaf 1997) en dat de frequente ziekmeldingen risico’s opleveren voor de zorgverlening. Bovendien heeft SWA een proefperiode ingesteld waarin werkneemster enkel in dagdiensten heeft gewerkt (dit omdat werkneemster zelf stelt dat de frequente ziekmeldingen mede worden veroorzaakt door de onregelmatige diensten). Ook na die proefperiode dient echter te worden geconcludeerd dat de uitval van werkneemster niet af is genomen. Bovendien zijn ook diverse ziekmeldingen gedaan die geen verband hielden met migraine van werkneemster. De kantonrechter concludeert dan ook dat niet te verwachten valt dat binnen een periode van bijvoorbeeld, zoals UWV WERKbedrijf noemt 26 weken, een verandering kan worden verwacht in het ziekteverzuim.

Tot slot beoordeelt de kantonrechter of SWA voldoende heeft gedaan om werkneemster te herplaatsen. Interne zorggerelateerde functies leveren het probleem op dat dezelfde ongewenste consequenties optreden van de ziekmeldingen als in de huidige functie. De functies die werkneemster heeft aangedragen zijn nu niet als zodanig aanwezig of leveren dezelfde consequenties op. Binnen de organisatie bestaat daarom geen herplaatsingsmogelijkheid. Bovendien is werkneemster niet bereid om een externe functie te aanvaarden of dat door een externe bureau te laten onderzoeken.

De kantonrechter oordeelt dat de arbeidsovereenkomst dient te worden ontbonden wegens frequent ziekteverzuim waarbij de kantonrechter het redelijk acht om een vergoeding conform de neutrale kantonrechtersformule toe te kennen (ongeveer € 40.000,- bruto). Aan SWA kan het ziekteverzuim van werkneemster niet worden verweten. Wel ligt het ziekteverzuim van werkneemster in beginsel in de risicosfeer van SWA. Anderzijds kan ook aan werkneemster geen verwijt worden gemaakt met betrekking tot haar medische klachten. De kantonrechter betrekt daarbij ook het toekomstperspectief van werkneemster dat in dit geval niet al te rooskleurig zal zijn. Deze omstandigheid zet de kantonrechter af tegen de pogingen die SWA heeft ondernomen om voor werkneemster intern danwel extern een nieuwe passende functie te vinden. Geen van de partijen kan in overwegende mate een verwijt worden gemaakt, zodat een neutrale vergoeding op de plaats is.

Auteur