Publicatie

Noot mr. M.R. Rijks bij Hoge Raad: Boston Scientific/OrbusNeich

dinsdag, 12 november 2013

De Hoge Raad onderstreept met onderhavig arrest dat aan de stel- en motiveringsplicht van de verwerende partij hoge eisen worden gesteld, zeker gelet op de omstandigheid dat het voor de verwerende partij praktisch gezien erg lastig is om – anders dan op basis van het uurtarief en aantal uren in – in te schatten of het totaal gevorderde bedrag voor een bewuste zaak ‘redelijk en evenredig’ is voor de complexiteit, omvang en urgentie in een bepaald geval. Daar komt nog bij dat een vergelijking met de door de verwerende partij zelf gevorderde proceskosten volgens de Hoge Raad op zichzelf ook onvoldoende grond oplevert om de gevorderde proceskosten als redelijk en evenredig aan te merken. Deze op zich bekende ‘parameters’ uit het Endstra-arrest uit 2008 en ook lagere rechtspraak heeft de Hoge Raad in onderhavig arrest aangevuld. 

27 september 2013, ECLI:NL:HR:2013:CA1733.

Gepubliceerd in tijdschrift Jurisprudentie in Nederland 12 november 2013

Auteur