Noodregeling Indover omgezet in faillissement

maandag, 1 januari 2001

Op 1 december jongstleden heeft de Rechtbank Amsterdam de op 6 oktober 2008 over de Indonesische Overzeese Bank N.V. (Indover) uitgesproken noodregeling omgezet in een faillissement. Het verzoek tot omzetting werd gedaan door de bewindvoerders van Indover, enerzijds omdat de bank een negatief eigen vermogen had, maar ook omdat het doel van de aan de bewindvoerders verleende machtiging op basis van de Wet op het financieel toezicht (Wft) niet meer kon worden bereikt.

De Wft bepaalt onder meer dat indien sprake is van een situatie waarin de liquiditeit van een kredietinstelling met zetel in Nederland tekenen van een gevaarlijke ontwikkeling vertoont en er redelijkerwijs in die ontwikkeling geen verbetering is te voorzien de rechtbank binnen het rechtsgebied waar de kredietinstelling haar zetel heeft, op verzoek van DNB ten aanzien van de gezamenlijke schuldeisers de noodregeling kan uitspreken.

Toepassing van de noodregeling houdt eenvoudig gezegd in, dat een rechtbank op verzoek van DNB een of meer bewindvoerders benoemt, die de boedel van een kredietinstelling of verzekeraar afwikkelen. Daarbij is het de bedoeling dat vorderingen van schuldeisers zoveel mogelijk worden voldaan. Afwikkeling kan hierbij bestaan in een doorstart van (delen van) de kredietinstelling of verzekeraar, dan wel in liquidatie daarvan. De noodregeling wordt gezien als ultimum remedium, wat blijkt uit het feit dat toezichthouders eerst andere handhavingsinstrumenten plegen toe te passen (zoals de stille curatele), voordat DNB als bevoegde toezichthouder de rechtbank verzoekt de noodregeling uit te spreken.

Verhouding noodregeling en faillissement
De noodregeling treedt in de plaats van het middel van surseance van betaling, dat normaal in het bedrijfsleven openstaat. Indien zich een situatie voordoet dat de noodregeling niet langer een effectief middel is om de verhoudingen binnen een kredietinstelling te herstellen en de financi?le onderneming ook niet beschikt over voldoende middelen om de vorderingen van alle schuldeisers grotendeels te voldoen, kan het aanvragen van het faillissement van de betreffende kredietinstelling een logische en noodzakelijke vervolgstap zijn.

Noodregeling en Indover
Bij het uitspreken van de noodregeling over Indover, heeft de Rechtbank Amsterdam op 6 oktober 2008 de bewindvoerders gemachtigd (om over te gaan tot) zowel tot overdracht van het geheel of een gedeelte van de verbintenissen van de bank, als tot gehele of gedeeltelijke liquidatie van het bankbedrijf.

De bewindvoerders van Indover hebben er ter zitting van 1 december 2008 bij diezelfde rechtbank op gewezen dat het Indover niet is gelukt om nieuw kapitaal aan te trekken.

Daarnaast voerden zij aan dat een overname door een andere bank niet tot de mogelijkheden behoorde. Voorts wezen de bewindvoerders op het feit dat de diverse uitstaande beleggingen en leningen van Indover grotendeels betrekking hadden op de markten in Oost-Europa en Indonesi? en dat daarop grote bedragen moesten worden afgeschreven.

Kortom, het met de verleende machtiging te bereiken doel (sanering/liquidatie van de bank) kon door de bewindvoerders niet worden bereikt, alle schuldeisers konden niet (grotendeels) worden voldaan, zodat slechts resteerde het uitspreken van het faillissement van de bank.