Non-concurrentiebedingen

vrijdag, 25 april 2008

In de huidige krappe arbeidsmarkt, spelen regelmatig problemen met een non-concurrentiebeding. Non-concurrentiebedingen worden vaak opgenomen in een personeelshandboek, waarnaar in de arbeidsovereenkomst wordt verwezen. Is daarmee sprake van een geldig non-concurrentiebeding? De Hoge Raad sprak zich op 31 maart 2008 uit over een dergelijke vraag. 

De werknemer was sinds 1987 in dienst van werkgever. Destijds waren arbeidsvoorwaarden van toepassing waarin een non-concurrentiebeding was opgenomen. In 1997 zond werkgever werknemer een vernieuwd exemplaar van die arbeidsvoorwaarden toe, waarin nog steeds een non-concurrentiebeding staat. Door ondertekening van de bij het vernieuwd exemplaar van de arbeidsvoorwaarden gevoegde brief, verklaart werknemer zich akkoord met de inhoud van de gewijzigde arbeidsvoorwaarden. Bovendien voegt werknemer handgeschreven toe: “deze zijn door mij geaccordeerd”.

Op het moment dat werknemer in 2006 in dienst wil treden bij een concurrent, ontstaat een geschil over de vraag of het non-concurrentiebeding rechtsgeldig is overeengekomen. Immers, de wet stelt dat een non-concurrentiebeding slechts geldig is indien de werkgever dit schriftelijk is overeengekomen met een meerderjarige werknemer. Dit ter bescherming van de werknemer, wiens vrijheid om te werken waar hij wil wordt beperkt door een non-concurrentiebeding. Kortom: is wel voldaan aan het in de wet gestelde “schriftelijkheidsvereiste”?

De Kantonrechter heeft het non-concurrentiebeding geschorst overwegend dat twijfelachtig is of is voldaan aan het schriftelijkheidsvereiste.

Het Gerechtshof heeft geoordeeld dat wél is voldaan aan het schriftelijkheidsvereiste. Het Hof acht doorslaggevend dat werknemer vooral met de handgeschreven toevoeging uitdrukkelijk te kennen heeft gegeven met de nieuwe arbeidsvoorwaarden in te stemmen.

Werknemer heeft tegen het arrest van het Hof cassatie ingesteld. Volgens de werknemer moeten de arbeidsvoorwaarden zélf zijn ondertekend, dan wel had in de voor akkoord ondertekende brief uitdrukkelijk naar het non-concurrentiebeding moeten zijn verwezen.

De Hoge Raad overweegt dat in dit geval aan het schriftelijkheidsvereiste is voldaan. Doorslaggevend acht de Hoge Raad of het non-concurrentiebeding in een bijgevoegd schriftelijk document aan werknemer ter hand is gesteld, zodat werknemer de consequenties daarvan goed heeft kunnen overwegen.

Conclusie: het verdient de voorkeur om een non-concurrentiebeding op te nemen in de individuele arbeidsovereenkomst, die werknemer per pagina voor akkoord ondertekent. In het geval in uw organisatie een non-concurrentiebeding is opgenomen in een personeelshandboek of arbeidsvoorwaardenreglement, is dat beding niet rechtsgeldig overeengekomen. In dat geval verdient het aanbeveling het handboek/reglement te overhandigen/verzenden (niet digitaal!) aan de werknemers, met het verzoek de begeleidende brief voor akkoord te ondertekenen en retour te zenden. In de begeleidende brief dient te zijn opgenomen dat werknemer door ondertekening van de brief goede nota heeft genomen van de inhoud van het handboek/reglement en met de inhoud daarvan instemt.