Nog geen rust in aanbestedingsland

zaterdag, 1 november 2003

AVBB-voorzitter Brinkman verklaarde onlangs dat de afwikkeling van de bouwfraude-enquête hem te lang duurt. Voor de bouwsector wil hij graag snel rust brengen, maar dat zit er voorlopig niet in. Er zal eerst nog geprocedeerd moeten worden over de gevolgen van de gestelde kartelvorming en prijsafspraken. Intussen gaat de NMa (Nederlandse Mededingsautoriteit) gewoon door met het doen van controles. 

De onrust wordt versterkt door de teruglopende markt voor aanbestedingen in de bouw. Daarnaast zijn er tegenvallende berichten over de HSL-lijn, de Betuweroute en Noord-Zuidlijn in Amsterdam.

Deze ontwikkelingen stimuleren echter ook het denken over innovatieve samenwerkingsvormen in de bouw met als uiteindelijk doel een tevreden opdrachtgever. Het inventariseren en spreiden van risico's tussen opdrachtgever en uitvoerende partijen is daarbij van groot belang om tot een succesvolle aanbesteding te komen (gebrekkige risico-analyse is één van de oorzaken van de moeizame aanbesteding van de verschillende onderdelen van de Noord-Zuidlijn in Amsterdam). Ook opdrachtgevers kunnen niet achterover blijven leunen. "Rethinking Construction" zoals de Engelsen dat noemen. In Nederland gebeurt dat ook.

In Nederland krijgt het vertrouwde bouwteammodel hernieuwde aandacht. Het ministerie van VROM heeft onderzoek laten uitvoeren, waaruit blijkt dat toepassing van het bouwteammodel resulteert in lagere bouwkosten. Private opdrachtgevers zijn zo in staat om ca. 15 % goedkoper te bouwen dan de rijksoverheid. Het bouwteammodel geeft echter niet de gewenste oplossing, aangezien de voorkeurspositie van de bouwteamaannemer op gespannen voet staat met de Europese aanbestedingsregelgeving. Het uitgangspunt van de bouwteamgedachte blijft echter actueel: bij een strikte scheiding tussen ontwerp en uitvoering zouden partijen kunnen vervallen in oude fouten, aangezien het gunningscriterium van de laagste prijs dan van overwegend belang zal blijven.

Er wordt nu in de bouw intensief nagedacht over innovatieve samenwerkingsvormen - zoals alliantievorming - die in overeenstemming kunnen worden gebracht met de Europese aanbestedingsregelgeving. Innovatieve samenwerkingsvormen moeten leiden tot innovatief aanbesteden. Bij innovatief aanbesteden ligt de nadruk minder op de vooraf geoffreerde prijs en dit beperkt de kans op leuren door opdrachtgevers en kartelvorming door aannemers. Overigens betekent dit niet dat de bouwkosten stijgen, aangezien uit de praktijk blijkt dat de omvang van het meerwerk sterk afneemt bij innovatieve samenwerkingsvormen, vanwege de grotere betrokkenheid van de uitvoerende partijen bij de bouw.