NMa legt huisartsen miljoenenboete op

donderdag, 12 januari 2012

De Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV) krijgt een boete van bijna 8 miljoen euro van de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa). De brancheorganisatie bemoeit zich met het vestigingsbeleid van haar leden en dat mag niet. Huisartsen moeten zich kunnen vestigen waar zij willen, maar de LHV adviseert haar leden om de vestigingsvrijheid in te perken. Dit meldde de NMa maandag 9 januari 2012.

Ook twee functionarissen van de LHV krijgen een persoonlijke boete, van respectievelijk 50.000 en 25.000 euro, omdat de NMa hen verantwoordelijk houdt voor de aanbeveling aan de leden.    

"We hebben de LHV al in 2001 duidelijk gemaakt dat het beperken van de vestigingsmogelijkheden van huisartsen verboden is", zei bestuurslid Henk Don van de NMa. De LHV heeft de leden geadviseerd om huisartsen alleen in een praktijk toe te laten, als de artsen die er al zitten, het daarmee eens zijn. "Daardoor is de kans groot dat een nieuwe huisarts geen eerlijke kans krijgt."    

Niet alleen die huisartsen kunnen daardoor worden benadeeld, maar ook patiënten en zorgverzekeraars, stelt de NMa. Om er geen misverstand over te laten bestaan dat de LHV de aanbeveling moet intrekken, is er ook een last onder dwangsom opgelegd.    

De NMa is in de materie gedoken na signalen van ongeruste huisartsen. Volgens de autoriteit heeft de LHV haar leden geadviseerd om huisartsen alleen in een praktijk toe te laten, als de artsen die er al zitten, het daarmee eens zijn. Op die manier is het lastiger voor net afgestudeerde artsen of artsen die verhuizen om binnen te komen in een praktijk. Patiënten en zorgverzekeraars kunnen hierdoor ook benadeeld worden.

Vrijwel alle Nederlandse huisartsen zijn aangesloten bij de LHV. Mocht de LHV inderdaad de boete moeten betalen, dan zal dat uit eigen kas moeten komen of via de contributie van de leden.

De LHV gaat in hoger beroep tegen de boete die de NMa de beroepsorganisatie oplegt voor het vermeend overtreden van de Mededingingswet. De LHV stelt zich op het standpunt de Mededingingswet niet te hebben overtreden en ziet de uitkomst van de beroepsprocedure met vertrouwen tegemoet.