Nieuwe Richtlijn: meer schadeclaims kartelslachtoffers?

donderdag, 13 november 2014

Na 10 jaar intense discussie heeft de Raad van Ministers van de EU deze week een wetsvoorstel van de Europese Commissie goedgekeurd. Het gaat om een Richtlijn die het makkelijker moet maken voor kartelslachtoffers om volledige schadevergoeding te claimen bij karteldeelnemers. Meer dan een jaar geleden bespraken wij al het voorliggende voorstel.

Bij afwezigheid van geharmoniseerde Europese wetgeving is het grotendeels aan de EU lidstaten om ervoor te zorgen dat kartelslachtoffers naar nationaal recht volledige compensatie kunnen krijgen voor kartelschade.

De praktijk blijkt wat dat betreft weerbarstig. Onder meer loopt het nationale (proces)recht binnen de EU sterk uiteen, hetgeen leidt tot rechtsonzekerheid en onverwachte uitkomsten. Er spelen bij dit type procedures steevast een aantal rechtsvragen die door nationale rechters verschillend worden beantwoord. Daarnaast blijken dit soort schadeclaims (vooralsnog) met name in Nederland, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk aanhangig gemaakt te worden. Tot slot is er de lastige verhouding tussen enerzijds civielrechtelijke handhaving van het mededingingsrecht (bijvoorbeeld met schadevorderingen door kartelslachtoffers) en anderzijds publiekrechtelijke handhaving, met name in de vorm van kartelonderzoeken en boeteprocedures.

Reden genoeg om op Europees niveau afspraken te maken.

Samenvatting nieuwe regels

De nu aangenomen Richtlijn heeft als belangrijkste doelstelling in alle EU lidstaten volledige schadevergoeding te mogelijk maken voor kartelslachtoffers. Op een meer effectieve wijze dan nu het geval is. Het maakt daarbij in principe niet uit of kartelslachtoffers individueel hun schade claimen, danwel collectief.

De Europese Commissie geeft enkele highlights van deze Richtlijn voor de praktijk:

  • Toegang tot bewijs: Als een kartelslachtoffer documenten nodig heeft die in bezit zijn van andere procespartijen of derden, mag zij de rechter toegang verzoeken. De rechter toetst of een verzoek proportioneel is en of het niet gaat om vertrouwelijke informatie. Ook wordt het mogelijk gemaakt om ineens toegang te krijgen tot een categorie van documenten.
  • Bewijskracht nationaal inbreukbesluit: Indien een nationaal besluit waarbij een kartelinbreuk werd vastgesteld onaantastbaar is geworden, geldt dat besluit rechtens als sluitend bewijs van die kartelinbreuk in die EU lidstaat (dit gold eerder al voor besluiten van de Europese Commissie). In andere EU lidstaten vormt een dergelijk besluit rechtens minstens een prima facie bewijsvermoeden dat die kartelinbreuk heeft plaatsgevonden.
  • Verjaringstermijn: De Richtlijn schrijft een verjaringstermijn voor schadeclaims voor van 5 jaar. Deze termijn loopt vanaf het moment dat het kartelslachtoffer de mogelijkheid had erachter te komen dat zij daadwerkelijk schade had geleden dankzij een kartel. Als een Europese of nationale mededingingsautoriteit in de EU lidstaten een kartelonderzoek start, stuit dat de verjaringstermijn (een stuitingsbrief kan in Nederland hetzelfde effect sorteren). Nadat vervolgens een besluit waarbij een kartelinbreuk werd vastgesteld onaantastbaar is geworden, moet een kartelslachtoffer nog minimaal 1 jaar hebben om een schadevordering in te stellen.
  • Passing on” verweer: De Richtlijn geeft regels hoe dit type verweer te beoordelen, waarbij een (vermeend) karteldeelnemer stelt dat haar klanten geen of minder kartelschade hebben opgelopen, omdat zij (een deel van) die schade hebben doorberekend en afgewenteld op hun eigen klanten. De Richtlijn beoogt zowel de “directe” klanten van de karteldeelnemer, als de “indirecte” klanten in de gelegenheid te stellen volledige schadevergoeding te claimen. Tegelijkertijd is het niet de bedoeling dat de karteldeelnemer uiteindelijk meer compenseert dan de daadwerkelijk geleden schade.
  • Volledige schadevergoeding: De Richtlijn preciseert volledige schadevergoeding als: (1) geleden verlies, (2) gederfde winst, plus (3) rente vanaf het moment van de inbreuk tot het moment van volledige schadevergoeding.
  • Bewijsvermoeden: De Richtlijn stelt vast dat er rechtens een bewijsvermoeden is, dat kartels schade veroorzaken. Karteldeelnemers kunnen dit bewijsvermoeden in een concreet geval weliswaar weerleggen, echter dat zal vermoedelijk zeer lastig worden. De Europese Commissie haalt onder meer een externe studie aan, waaruit bleek dat er in 90% van de kartels sprake is van schade door prijsverhogingen.
  • Hoofdelijke aansprakelijkheid: In beginsel is elke karteldeelnemer tegenover een kartelslachtoffer hoofdelijk aansprakelijk voor de gehele schade die het kartel bij dat slachtoffer heeft veroorzaakt. MKB-bedrijven die anders failliet zouden gaan kunnen onder omstandigheden van deze regel worden uitgezonderd. Ook clementieverzoekers kunnen onder omstandigheden bescherming krijgen. Zulke partijen hoeven in sommige gevallen alleen hun eigen (directe en indirecte) klanten te compenseren.

De Richtlijn zal binnen de EU de positie van kartelslachtoffers overwegend versterken – hoewel zij er op onderdelen ook op achteruit  kunnen gaan. Dat hangt mede af van de nationale (proces)regels in de jurisdictie waar zij op dit moment verkiezen te procederen.

Wat betreft Nederland, is het de vraag in hoeverre deze Richtlijn tot materiële wijzigingen gaat leiden. Het lijkt erop dat Nederlandse rechters die momenteel op verzoek van kartelslachtoffers een civielrechtelijke schadeclaim moeten beoordelen, een pragmatische benadering hebben gevonden om dergelijke kwesties op te lossen in lijn met de Richtlijn. In dat geval is implementatie door nieuwe nationale (proces)regels mogelijk niet nodig. Waar de Richtlijn echter geen verduidelijking biedt, maar echt nieuwe regels bevat ten opzichte van de huidige situatie, moet Nederlandse wetgever mogelijk wel in actie komen. Dit zou het geval kunnen zijn ten aanzien van toegang tot bewijs. De Richtlijn gaat in dat opzicht verder dan de Nederlandse praktijk.

De praktijk zal moeten uitwijzen of het streven om een volledige schadevergoeding voor kartelslachtoffers overal mogelijk te maken, wordt behaald.

Ook buiten kartelrecht relevant

Overigens strekt de materiële reikwijdte van deze Richtlijn zich verder uit dan alleen kartelslachtoffers. Ook slachtoffers van misbruik van een dominante marktpositie, bijvoorbeeld concurrenten of leveranciers die misbruikt worden door een monopolist, kunnen zich na inwerkingtreding beroepen op de rechtsbescherming die deze Richtlijn biedt.

Het vervolg

De Richtlijn zal naar verwachting eind deze maand door het Europese Parlement worden goedgekeurd. Daarna verschijnt de tekst in het officiële publicatieblad van de EU. Twintig dagen daarna is het van kracht. EU lidstaten krijgen vervolgens twee jaar de tijd om de Richtlijn, voor zover nodig, om te zetten in nationale wetgeving.