Niet liegen over kwaliteitskeurmerk

vrijdag, 16 oktober 2015

De rechtbank Midden-Nederland vernietigde onlangs een opleidingsovereenkomst tussen een cursusleider en consument. De cursusleider, een ZZP’er, had het doen voorkomen alsof zij over bepaalde certificaten en kwaliteitskeurmerken beschikte, terwijl dat niet het geval was. De consument had reeds een fors deel van het cursusgeld voldaan. Dit moest de cursusleider terugbetalen, met proces- en reiskosten. Liegen over een kwaliteitskeurmerk. Met name online aanbieders die veel met consumenten te maken hebben, doen er goed aan weg te blijven van dit soort oneerlijke, want misleidende handelspraktijken.

De achtergrond van deze zaak was een geschil als duizend andere. Een consument wilde zich inschrijven voor een cursus. Daarmee kon zij Hijama-therapeut worden. De cursusleider had bij inschrijving op haar website een aantal kwaliteitskeurmerken gepubliceerd, namelijk die van AVAR (visitatiebureau kwaliteitscontrole in de zorg), BVHC (Beroepsvereniging voor hijama en cupping), BAH (British Association Hirudotherapy) en NVF (Nederlandse Vereniging Fytotherapie).

Tussen partijen kwam vervolgens een overeenkomst van opdracht tot stand (artikel 7:400 BW). Omdat daarbij de ene partij een consument was, en de ander een natuurlijk persoon die professioneel handelde, moest deze overeenkomstde wettelijke consumentenbescherming respecteren (afdeling 3A van titel 3 van boek 6 BW).

De consument kwam er na verloop van tijd achter dat de cursusleider had gelogen. De consument verweet haar oneerlijke handelspraktijken. Zij had valse keurmerken gevoerd, althans deze onterecht gevoerd. Die keurmerken waren van doorslaggevend belang geweest bij haar beslissing de cursus te volgen. De consument besloot in actie te komen.

Beoordeling

Het liegen over kwaliteitskeurmerken is een oneerlijke handelspraktijk. Artikel 6:193g(b) BW bepaalt:

De volgende handelspraktijken zijn onder alle omstandigheden misleidend: […] (b) een vertrouwens-, kwaliteits- of ander soortgelijk label aanbrengen zonder daarvoor de vereiste toestemming te hebben gekregen;

In dit geval kon de consument met succes de opleidingsovereenkomst vernietigen. Artikel 6:193j(3) BW bepaalt namelijk:

Een overeenkomst die als gevolg van een oneerlijke handelspraktijk tot stand is gekomen, is vernietigbaar.

Vernietiging van de overeenkomst heeft tot gevolg dat de rechtsgrond komt te ontvallen aan elke betaling die reeds is verricht. De consument had onverschuldigd betaald. Het bedrag moest door de cursusleider worden terugbetaald (artikel 6:203 BW).

Het verweer van de cursusleider dat de keurmerken die zij voerde uitsluitend van toepassing waren op een andere onderneming die zij had, en (dus) geen rol speelden met betrekking tot de opleiding in kwestie, werd verworpen. Volgens de rechtbank deed niet ter zake of de keurmerken betrekking hadden op de tussen partijen overeengekomen opleiding. Vast stond dat de cursusleider ten tijde van het sluiten van de overeenkomst niet beschikte over een AVAR- of BAH-keurmerk. Indien een handelaar een kwaliteitslabel aanbrengt zonder daarvoor de vereiste toestemming te hebben, dan is op grond van artikel 6:193g(b) BW onder alle omstandigheden sprake van een misleidende handelspraktijk. Wat na het moment van totstandkomen van de bewuste overeenkomst nog gebeurde, was niet relevant (r.o. 4.3).

Commentaar

Wie consument is tegenover een professionele partij staat sterk (ook als dat een natuurlijk persoon is, bijvoorbeeld een ZZP’er). Er is een serie wetsartikelen die de consument bescherming geeft. In veel gevallen is het bij misleiding of oneerlijke handelspraktijken mogelijk de overeenkomst te vernietigen en/of schade te vorderen.

Vanwege de terugwerkende kracht van vernietiging, worden daarmee alle verbintenissen op grond die zijn voortgevloeid uit de betrokken overeenkomst in beginsel ongedaan gemaakt. Zo krijgt in dit geval de consument haar inschrijfgeld terug.

De uitspraak is mijns inziens niet verrassend, maar wel een goede reminder voor bedrijven die de zaken mooier voorstellen dan dat zij zijn. Wie bijvoorbeeld aspirant-lid is van een certificeringsorganisatie of een ander kwaliteitskeurmerk, doet er goed aan zich niet als volwaardig lid te presenteren. Anders kunnen er problemen ontstaan, zoals in dit geval.

De rechtbank oordeelde in lijn met andere rechtspraak. In een eerdere zaak bijvoorbeeld, waarbij een professionele autoverkoper zich ten tijde van het aangaan van een koopovereenkomst met een consument ten onrechte voordeed als FOCWA-lid, leverde dit ook een misleidende handelspraktijk op (artikel 6:193c BW). Ook die overeenkomst bleek vernietigbaar.

Nota bene dat consumentenbescherming enkel dient ter bescherming van consumenten. Dat betekent dat handelsprakijken tussen ondernemingen onderling, waaronder ook kleine zelfstandigen of ZZP’ers, in beginsel buiten geen aanspraak kunnen maken op bescherming (Nadere MvA EK, Kamerstukken I 2007/08, 30928 E, p.6).

Relevante rechtspraak

  • Rb Midden-Nederland 30 september 2015, ECLI:NL:RBMNE:2015:6985
  • Rb Noord-Holland 13 november 2014, ECLI:NL:RBNHO:2014:12536
  • Rb Midden-Nederland 12 maart 2014, ECLI:NL:RBMNE:2014:2577

 

BIJLAGE 1 – Keurmerken goedgekeurd door ConsuWijzer.nl

BIJLAGE 2: Keurmerken online aanbieders, e-commerce, webwinkels