Niet aan criteria voldaan, toch Overbruggingsregeling transitievergoeding

donderdag, 2 juni 2016

De introductie van de transitievergoeding heeft tot gevolg dat werkgevers die voorheen bij ontslag via het UWV WERKbedrijf geen transitievergoeding verschuldigd waren, dit nu wel zijn. Om te voorkomen dat met name kleine werkgevers hierdoor in de problemen komen als het financieel al slecht gaat, is de zogeheten overbruggingsregeling transitievergoeding (‘Overbruggingsregeling’) ex artikel 7:673d BW in het leven geroepen. In praktijk blijkt de regeling, vanwege de strikte criteria, niet meer dan een wassen neus. Werkgevers dienen nagenoeg failliet te zijn alvorens zij een beroep kunnen doen op de regeling.  

Criteria Overbruggingsregeling

Werkgevers komen in aanmerking voor de Overbruggingsregeling als zij minder dan 25 werknemers in dienst hebben en hun werknemers ontslaan vanwege een slechte financiële situatie. In dat geval  mag de werkgever de maanden voor 1 mei 2013 buiten beschouwing laten voor de berekening van de transitievergoeding. Een werkgever komt in aanmerking voor de regeling, indien:

  1. het netto resultaat van de onderneming van de werkgever over de drie boekjaren voorafgaand aan het boekjaar waarin de arbeidsovereenkomst eindigt of niet wordt voortgezet kleiner is geweest dan nul;
  2. de waarde van het eigen vermogen van de onderneming van de werkgever, als bedoeld in het Besluit modellen jaarrekening, negatief was aan het einde van het boekjaar voorafgaand aan het boekjaar waarin de arbeidsovereenkomst eindigt of niet wordt voortgezet; en
  3. binnen de onderneming van de werkgever aan het einde van het boekjaar dat eindigt voorafgaand aan het boekjaar waarin de arbeidsovereenkomst eindigt of niet wordt voortgezet, de waarde van de vlottende activa kleiner is dan de schulden met een resterende looptijd van ten hoogste een jaar.

Hoewel het de bedoeling van de wetgever was dat slechts gebruik kon worden gemaakt van de Overbruggingsregeling indien sprake was van een zeer nijpende financiële situatie, lijkt de rechtspraak de toepassing van de regeling al te verruimen.

Kantonrechter Maastricht

Een recente uitspraak van de kantonrechter Maastricht (AR 2016-0547) laat zien dat minder strikt met de criteria wordt omgegaan indien de werkgever wel heeft gehandeld in de ratio van de Overbruggingsregeling. In betreffende zaak hebben partijen uitsluitend gediscussieerd over de vraag of voldaan was aan het eerste vereiste, inhoudende dat het netto resultaat van de onderneming over de drie boekjaren voorafgaand aan het boekjaar waarin de arbeidsovereenkomst eindigt kleiner was dan nul. Dat was in het geval van deze werkgever niet aan de orde daar hij in 2012 nog een positief bedrijfsresultaat heeft behaald. Desondanks was volgens de kantonrechter voldaan aan de bedoeling van het eerste vereiste nu de werkgever zich in 2012 in plaats van het maximum van EUR 44.000,-- slechts  EUR 21.311,-- aan privé-opnamen had toegekend. De ratio van de Overbruggingsregeling is immers om de financiële gevolgen van de transitievergoeding te verzachten voor kleine werkgevers die onvoldoende tijd hebben gehad om een voorziening te treffen, terwijl zij genoodzaakt zijn vanwege aanhoudende financiële problemen de arbeidsovereenkomst op te zeggen. Betreffende werkgever is volgens de rechter zonder twijfel een dergelijke werkgever. Bovendien was wel sprake geweest van een negatief resultaat indien de werkgever zichzelf het maximum aan privé-opnamen had toegekend. Voorgaande leidt ertoe dat de maanden voor 1 mei 2013 buiten beschouwing mogen worden gelaten bij de berekening van de transitievergoeding.

Conclusie

Gelet op bovenstaande uitspraak lijkt de rechtspraak ervoor open te staan de reikwijdte van de Overbruggingsregeling op te rekken. Van belang daarbij is dat het duidelijk om een werkgever moet gaan in een dusdanige slechte financiële situatie, waarvoor de regeling ook bedoeld is.

Heeft u vragen over de Overbruggingsregeling of andere arbeidsrechtelijke vragen neemt u dan gerust contact met ons op.