Nevenvoorzieningen: een voortdurende doolhof

dinsdag, 27 maart 2007

Sedert de inwerkingtreding van de Lex Polak op 1 oktober 1971 speelt de schuldvraag voor de totstandkoming van de echtscheiding nog maar een zeer beperkte rol. In 1993 is het schuldverweer geheel uit het Nederlands wettelijk systeem verbannen. Dat blijkt uit de bijdrage van Koens en Van Raak-Kuiper “Een leugen(tje) om bestwil”, die hiervoor is opgenomen. Als de schuldvraag niet van belang is voor het totstandkomen van de echtscheiding, is die schuldvraag evenmin relevant voor het al dan niet toewijzen van nevenvoorzieningen. Dat was voor 1971 anders. Een vrouw tegen wie echtscheiding op grond van door haar gepleegd overspel was uitgesproken, kon bijvoorbeeld geen aanspraak maken op alimentatiebetaling door de man. 

Tot 1 januari 1993 werd een echtscheidingsprocedure op tegenspraak gevoerd door middel van een dagvaardingsprocedure. Naast echtscheiding konden diverse nevenvoorzieningen worden gevorderd. Dat betrof in ieder geval de nevenvoorzieningen, zoals die thans in artikel 827 Rv zijn opgenomen. Bij dagvaarding konden allerlei voorzieningen worden gevorderd, zolang de wet voor bepaalde voorzieningen maar geen verzoekschriftenprocedure kende of de beslissing had opgedragen aan bijvoorbeeld de Kantonrechter. Zo kon in het kader van de echtscheidingsprocedure een declaratoir vonnis worden gevraagd, bijvoorbeeld omtrent de omvang en de wijze van waardering van de huwelijkse vermogensgemeenschap c.q. de wijze waarop deze tussen partijen zou moeten worden gescheiden en gedeeld. Een voorbeeld is HR 26 september 1980, NJ 1980, 186 met betrekking tot de certificering van aandelen. Partijen konden evenwel niet met succes vorderen dat de rechter de verdeling op een bepaalde wijze zou vaststellen. Artikel 3:185 BW was nog niet in werking getreden. Een partij kon een nevenvordering instellen tot veroordeling van de andere partij om met hem of haar over te gaan tot scheiding en deling van de te ontbinden huwelijkse gemeenschap, tot benoeming van een notaris en eventueel onzijdige personen. Het primaat van de boedelscheiding lag bij de notaris, die vervolgens, als partijen niet tot overeenstemming konden komen, een proces-verbaal van zwarigheden opstelde. Zo’n proces-verbaal van zwarigheden was nodig om bij separate procedure te kunnen komen tot boedelscheiding. Al met al een buitengewone omslachtige procedure.

Sedert 1 januari 1993 kunnen nevenvoorzieningen in het verzoekschrift tot echtscheiding worden gevraagd. De wetgever limiteerde evenwel bij de inwerkingtreding van de verzoekschriftprocedure de te vragen nevenvoorzieningen. Slechts mondjesmaat en alleen wanneer de wetgever door de praktijk daartoe werd gedwongen, werd door de jaren heen de mogelijkheid om nevenvoorzieningen te vragen verruimd. Hoewel ook de feitenrechters het vragen van nevenvoorzieningen zoveel mogelijk beperkten, vervulde de Hoge Raad diverse malen een verruimende rol. 

Download bijlage: Artikel_nevenvoorzieningen_een_voortdurend_doolhof (DOC, 50 KB)