NEC: gemeente schiet naast bij Europese rechter

dinsdag, 17 maart 2015

NEC verkeert financieel in zwaar weer. Bovendien is de Nijmegense voetbalclub voorwerp van een onderzoek door de Europese Commissie naar verboden staatssteun. De gemeente Nijmegen probeerde de Europese rechter dit staatssteunonderzoek te laten verbieden, maar kreeg deze maand nul op het rekest.

Het gaat financieel slecht met sommige Nederlandse voetbalclubs. De licentiecommissie van de KNVB heeft NEC inmiddels, samen met 11 anderen, onder streng financieel toezicht geplaatst (NRC).

Om de situatie te verergeren, hebben sommige voetbalclubs te maken met een Europees onderzoek naar eventueel verboden staatssteun door lokale overheden.

In het geval van NEC had de voetbalclub het recht een multifunctioneel sportcomplex te kopen. De gemeente Nijmegen kocht dit recht terug van NEC en betaalde daarvoor EUR 2,2 miljoen.

Gerecht EU 3 maart 2015, zaak T‑251/13

In 2013 besloot de Europese Commissie in voorlopige zin, dat de steun die lokale overheden aan vijf Nederlandse voetbalclubs hadden gegeven, waaronder deze transactie uit 2010 tussen NEC en de gemeente Nijmegen, kwalificeerde als ‘staatssteun’ en mogelijk onverenigbaar was met de interne markt. Reden voor de Europese toezichthouder om na haar voorlopige onderzoek (fase 1) een volwaardig onderzoek te openen (fase 2).

De gemeente Nijmegen was het hiermee niet eens. Zij stelde tegen deze beslissing beroep in bij de Europese rechter. Die oordeelde echter dat de gemeente niet-ontvankelijk was; kort samengevat omdat er nog geen sprake was van een voor beroep vatbare beschikking.

In essentie onderzocht het Gerecht van de EU “of het bestreden besluit met betrekking tot de aan de orde zijnde maatregel een voldoende onmiddellijke en reële juridisch bindende werking heeft jegens de lidstaat waaraan het is gericht en jegens de begunstigde(n) van de maatregel die voorwerp van onderzoek is” (r.o. 34). Dat blijkt niet het geval. Het bestreden besluit bracht voor de gemeente Nijmegen geen dwingende rechtsgevolgen teweeg, die de gemeente in haar belangen raken doordat haar rechtspositie aanmerkelijk wordt gewijzigd:

38      In de eerste plaats moet erop worden gewezen dat in het onderhavige geval vaststaat dat de uitvoering van de aan de orde zijnde maatregel niet kan worden opgeschort aangezien de maatregel volledig tot uitvoering was gebracht toen het bestreden besluit werd vastgesteld. […]

40      In de tweede plaats kan het bestreden besluit, gelet op de inhoud en strekking ervan, voor de betrokken lidstaat niet leiden tot de verplichting over te gaan tot terugvordering van de in het kader van de aan de orde zijnde maatregel verleende steun. […]

49      In de derde plaats kan niet worden aangenomen dat de vermeende wijziging van de commerciële relaties van NEC als gevolg van de onzekerheid over de rechtmatigheid van de aan de orde zijnde maatregel aan te merken is als een uit het bestreden besluit voortvloeiend zelfstandig rechtsgevolg.

Vervolg: nader onderzoek

Staatssteun die uiteindelijk onverenigbaar wordt geoordeeld met de interne markt moet worden terugbetaald. Er staat voor NEC dus veel op het spel. Het volwaardige (fase 2) onderzoek van de Europese Commissie naar de transactie gaat nu voort, en kan uiteindelijk tot de volgende uitkomsten leiden:

  • Geen staatssteun
  • Staatssteun, maar verenigbaar
  • Staatssteun, niet-verenigbaar (in dit geval is de desbetreffende EU lidstaat in beginsel verplicht de steun terug te vorderen)

Nederland heeft zich tegen de aantijging van onverenigbare staatssteun verweerd, door te stellen dat NEC bij de transactie geen ‘selectief voordeel’ heeft genoten, omdat deze in lijn met normale marktcondities is uitgevoerd. Selectiviteit is een noodzakelijke voorwaarde voor onverenigbare staatssteun.