Motivering concurrentiebeding in arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd

donderdag, 31 maart 2016

Sinds de invoering van de WWZ geldt als uitgangspunt dat in een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd géén concurrentiebeding kan worden opgenomen, tenzij de werkgever deugdelijk en schriftelijk motiveert dat het beding noodzakelijk is vanwege zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen. Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat aan deze motivering hoge eisen worden gesteld. Maar wanneer voldoet een motivering aan de minimale formele vereisten? De kantonrechter te Arnhem kreeg die vraag voorgelegd, in een kort gedingprocedure (ECLI:NL:RBGEL:216:1385).

Werknemer was bij werkgever in dienst op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. In de arbeidsovereenkomst met de werknemer, die de functie bekleedde van Zwembadmonteur, was een concurrentiebeding opgenomen. Op basis van dit beding was het werknemer – kort gezegd – niet toegestaan om gedurende een tijdvak van twee jaren na datum einde dienstverband, binnen een straal van 30 km. rond Ede voor een concurrent werkzaam te zijn. Als motivering was bij het beding opgenomen:

          Er is sprake is van zwaarwegende bedrijfsbelangen van de werkgever omdat:

tot de werkzaamheden van de werknemer behoort dat hij kennis neemt van klantenlijsten / prijslijsten / kostprijzen / leveranciersgegevens / werkwijze / know-how, met name deze klantenlijsten / prijslijsten / kostprijzen / leveranciersgegevens / werkwijze / know-how bepalend zijn voor het succes van de onderneming van de werkgever;

kennisname van deze klantenlijsten / prijslijsten / kostprijzen / leveranciersgegevens / werkwijze / know-how door directe concurrenten van de werkgever ertoe kan leiden dat de werkgever grote schade ondervindt in de vorm van toenemende concurrentie door deze concurrenten;

De onderneming van de werkgever zijn producten / diensten aanbiedt binnen het gebied dat hierboven is beschreven;

De werkgever er zwaarwegend belang bij heeft te voorkomen dat concurrenten in het hierboven beschreven gebied op oneigenlijke wijze kennisnemen van deze klantenlijsten / prijslijsten / kostprijzen / leveranciersgegevens / werkwijze / know-how door de werknemer in dienst te nemen of op andere wijze van zijn dienste gebruik te maken.

 

De werknemer heeft in kort geding schorsing gevorderd van het concurrentiebeding. De kantonrechter oordeelde als volgt over de volgende vragen:

  • Is het concurrentiebeding geldig?
    De kantonrechter oordeelde dat de hierboven aangehaalde formulering aan de minimale formele vereisten voor de motivering voldoet. Uit het beding blijkt welke zwaarwegende bedrijfs- en/of dienstbelangen het betreft en waarom deze belangen het volgens de werkgever noodzakelijk maken dat een uitzondering op de hoofdregel (geen concurrentiebeding in een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd) nodig is. De kantonrechter oordeelde dat de motivering niet specifiek gericht hoefde te zijn op de zwembadbranche.
  • Is het beding noodzakelijk vanwege zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen van werkgever?
    De kantonrechter beantwoordt deze vraag bevestigend. Omdat werknemer, die overigens ook regelmatig door werkgever op cursus is gestuurd, in zijn hoedanigheid van Zwembadmonteur regelmatig onderhoudswerkzaamheden verrichtte bij de belangrijkste klanten van werkgever, is hij zeer goed op de hoogte van de aangebrachte installaties. Werknemer heeft dus klantinformatie en wetenschap van de prijsstelling van diverse producten, omzetten en bedrijfsresultaten. Volgens de kantonrechter heeft de werkgever hiermee voldoende onderbouwd waarom zij de werknemer met het oog op de door hem uit te voeren werkzaamheden en de in die hoedanigheid te verkrijgen kennis over klanten, prijzen, leveranciersgegevens, werkwijze en know-how, in het bediende afzetgebied heeft willen binden aan het concurrentiebeding.
  • Wordt werknemer onbillijk benadeeld door het concurrentiebeding?
    De kantonrechter oordeelt dat de werkgever gerechtvaardigd belang heeft bij handhaving van het concurrentiebeding, dat werknemer ervan weerhoudt om bij de grootste concurrent van werkgever in dienst te treden. Het beding is geografisch beperkt (straal van 30 km.) en werknemer is niet beperkt tot de zwembadbranche, gelet op zijn elektrotechnische achtergrond en ervaring. Werknemer ondervindt door het beding (beperkt in geografie) geen ernstig nadeel bij het vinden van een passend werkkring.

 

De rechter ziet enkel aanleiding om het concurrentiebeding in duur te beperken, tot de – volgens de kantonrechter – steeds meer gebruikelijke periode van (maximaal) 12 maanden. De kantonrechter overweegt daarbij dat informatie over prijzen en dergelijke naar haar aard, na verloop van tijd minder concurrentiegevoelig wordt en dat tussen partijen (ook) een geheimhoudingsbeding geldt.

Alhoewel veelal werd aangenomen dat de motivering van een concurrentiebeding dient aan te sluiten bij de specifieke functie van de werknemer en/of de specifieke branche (als werkgever kunt u daarbij handig gebruikmaken van het functieprofiel van de werknemer), lijkt de kantonrechter in deze zaak wat milder te staan ten aanzien van de (hoge) vereisten die aan de motiveringsplicht zijn gesteld. Met de meer algemene formulering is het beding voldoende gemotiveerd en bovendien wordt het beding noodzakelijk geacht, ondanks het feit dat werknemer een niet een commerciële, strategische en/of leidinggevende functie bekleedt.

Heeft u hulp nodig bij het formuleren van een concurrentiebeding en/of de motivering daarvan, neem dan contact op met één van de leden van het team Arbeidsrecht.