Mogen passagiers terugbetaling van redelijke kosten vorderen?

maandag, 1 januari 2001

Advocaat-generaal E. Sharpston heeft recent een conclusie gegeven omtrent prejudiciële vragen. Passagiers waren naar de rechter gestapt om een vergoeding te vorderen als compensatie voor de annulering van de vlucht. De vlucht vertrok als gepland, maar keerde korte tijd later terug naar de vertrekkende luchthaven. De nationale rechter verzoekt het Hof van Justitie onder meer om een prejudiciële beslissing te geven over de vraag of de bedoelde gebeurtenissen als een 'annulering' kunnen worden beschouwd.

De conclusie van de advocaat-generaal zal het Hof van Justitie niet binden. De advocaat-generaal heeft als taak het Hof in volledige onafhankelijkheid een juridische oplossing te bieden voor het concrete geschil.

Alle passagiers hadden een vlucht geboekt voor een Air France vlucht van Parijs naar Vigo op 25 september 2008. Deze vlucht vertrok op tijd, maar keerde korte tijd later terug naar de luchthaven Charles de Gaulle wegens een technisch probleem met het vliegtuig. Allen werden omgeboekt naar andere vluchten voor een dag later. Alle passagiers stapte naar de rechter om elk 250 EUR te vorderen als compensatie voor de annulering van de vlucht. Drie families vorderden extra vergoeding voor taxikosten en uit hoofde van immateriële schade.

De nationale rechter heeft het Hof van Justitie om een prejudiciële beslissing verzocht over de volgende vragen. Kunnen de bedoelde gebeurtenissen als een 'annulering' worden beschouwd? En is de 'verdere compensatie' aan te merken als een compensatie die een passagier mag vorderen wanneer deze betrekking heeft op de in de verordening neergelegde soorten compensatie (zoals verzorgingskosten) dan wel heeft deze tevens betrekking op andere schade, als immateriële schade?

Sharpston is van mening dat kan worden gesproken van een 'geannuleerde vlucht' indien een vlucht van A vertrekt en dan naar A terugkeert en niet verder gaat. Een vlucht wordt geacht passagiers van A naar B te vervoeren. Bij de Air France vlucht is deze verrichting niet uitgevoerd aangezien de luchtvaartmaatschappij niemand ergens heen heeft vervoerd.

In de verordening is het volgende opgenomen: "Wanneer de vlucht wordt geannuleerd zonder enige voorafgaande waarschuwing of met een laattijdige waarschuwing en er geen buitengewone omstandigheden zijn, hebben de passagiers tevens recht op compensatie?de toepassing ervan doet geen afbreuk aan het recht van een passagier op verdere compensatie"?. De advocaat-generaal van het Hof van Justitie oordeelt in deze dat de verwijzing naar 'verdere compensatie' niet kan worden beperkt tot het soort compensatie waarin de verordening voorziet. Deze vraag moet worden beantwoord in het licht van het nationale recht en kan daarom betrekking hebben op immateriële schade.

Uit de verordening blijkt dat de luchtvaartmaatschappij in afwachting van een latere vlucht ook gepaste verzorging moet bieden. Sharpston is dan ook tevens van oordeel dat een passagier compensatie mag vorderen voor kosten die werden gemaakt omdat de luchtvaartmaatschappij heeft verzuimd verzorging en bijstand te bieden.

Tot slot komt de advocaat-generaal tot de conclusie dat de verplichting om compensatie te betalen voor een geannuleerde vlucht en de verplichting om verzorging en bijstand te bieden gelijktijdig gelden en cumulatief zijn. De luchtvaartmaatschappij kan niet aan haar aansprakelijkheid ontkomen door de ene verplichting te verrekenen met de andere.

De rechters van het Hof zijn 28 juni jl. begonnen met de beraadslagingen in deze zaak. Het arrest zal op een latere datum worden gewezen.