Misbruik identiteitsverschil met rechtspersoon

woensdag, 4 maart 2009

Op 27 februari 2009 heeft de Hoge Raad arrest gewezen met betrekking tot een zaak waarin sprake was van onrechtmatig misbruik van het identiteitsverschil tussen een natuurlijk persoon en een rechtspersoon (LJN BG6445).

X heeft voorafgaand aan zijn faillissement de eigendom van een door hem bewoond monumentaal pand ondergebracht in diverse stichtingen. Nadat X is gefailleerd vraagt de curator in zijn faillissement een verklaring voor recht dat deze eigendomsconstructie onrechtmatig is, aangezien zij louter dient om het woonhuis te onttrekken aan het verhaal van schuldeisers. Zowel de rechtbank als het Hof geven de curator gelijk. Eén van de stichtingen stelt cassatie in bij de Hoge Raad.

In cassatie staat de vraag centraal of de stichting zich jegens de crediteuren in het faillissement van haar oprichter X schuldig heeft gemaakt aan een onrechtmatige daad, door medewerking te verlenen aan de instandhouding van een eigendomsconstructie die uitsluitend ten doel heeft het woonhuis te onttrekken aan het verhaal van de schuldeisers van X. De stichting ontkent dat van enig onrechtmatig handelen sprake is. Zij stelt dat het woonhuis, dat zij van een derde heeft gekocht, nooit in juridisch eigendom aan X heeft toebehoord en dus nooit tot zijn vermogen heeft behoord. Van onttrekking van het woonhuis door de stichting aan het verhaal van de crediteuren van X kan volgens haar dan ook niet worden gesproken.

Deze Hoge Raad deelt de opvatting van de stichting niet. Het is volgens de Hoge Raad geen noodzakelijke voorwaarde dat het woonhuis ooit aan X in juridische eigendom heeft toebehoord, om te kunnen oordelen dat sprake is van onrechtmatig misbruik van het identiteitsverschil tussen de stichtingen onderling en tussen de stichtingen en X, jegens de crediteuren van X.

Van een dergelijk misbruik kan ook sprake zijn indien iemand een goed waarvan hij alle voordelen geniet met gebruikmaking van dat identiteitsverschil buiten zijn vermogen brengt of houdt zonder daarmee een zelfstandig belang van de betrokken rechtspersoon of -personen te dienen, maar enkel met het oogmerk dat goed aan verhaal van zijn crediteuren te onttrekken.