Mag 'ik ga weg' als een ontslagname worden opgevat?

maandag, 1 januari 2001

In deze zaak heeft de kantonrechter te Venlo reeds uitspraak gedaan. Hierin speelde het volgende. Werknemer heeft na een discussie gezegd: "ik ga weg", waarop werkgever heeft gezegd: als je nu gaat, hoef je niet meer terug te komen. Werkgever was vervolgens in de veronderstelling dat werknemer ontslag had genomen en werknemer dacht dat werkgever de arbeidsovereenkomst per direct had opgezegd. De kantonrechter heeft de vorderingen van werknemer toegewezen. De vraag in hoger beroep rest thans, was dit terecht?

De feiten

 

Werknemer is op 13 november 2006 voor de duur van zes maanden als montagemedewerker in dienst getreden bij werkgever. Op 13 mei 2007 en op 13 november 2007 zijn nogmaals arbeidsovereenkomsten gesloten voor de duur van zes maanden.

Op 28 november 2007 heeft er tussen partijen een discussie plaatsgevonden in verband met het vrij nemen voor een tandartsbezoek. Na deze discussie heeft werknemer zijn sleutels ingeleverd en is hij vertrokken met de mededeling: ?ik ga weg?, waarop werkgever heeft gezegd: ?als je nu gaat, hoef je niet meer terug te komen?.

Nu stelt werknemer dat werkgever hem heeft ontslagen op 28 november 2007 en werkgever is daarentegen in de veronderstelling dat werknemer zelf ontslag heeft genomen.

De kantonrechter heeft de vorderingen van werknemer, zijnde: gefixeerde schadevergoeding ad € 7.961,95 bruto, achterstallig vakantiegeld ad € 630,86 bruto en een vergoeding voor niet opgenomen vakantiedagen ad € 1.459,20 bruto toegewezen. Voorts wees de kantonrechter een wettelijke verhoging, wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten toe.

Werknemer legde aan zijn vordering ten grondslag dat werkgever schadeplichtig was geworden, daar hij niet tot opzegging bevoegd was. De mogelijkheid van tussentijdse opzegging zou niet tussen partijen zijn overeengekomen en er waren geen dringende reden aanwezig op welke grond werkgever gerechtigd was de arbeidsovereenkomst op te zeggen.

Werkgever stelt dat de kantonrechter de vorderingen van werknemer ten onrechte heeft toegewezen. Hij stelt dat werknemer zelf ontslag heeft genomen en dat werknemer nooit op de mededeling 'ik ga weg' is teruggekomen. Werknemer is niet meer op het werk verschenen, waarna de ontslagname door werkgever schriftelijk is bevestigd.

Oordeel Hof

Het hof oordeelt dat de in de bevestigingsbrief geschetste gang van zaken niet de conclusie rechtvaardigt dat werknemer duidelijk en ondubbelzinnig te kennen heeft gegeven dat hij de arbeidsovereenkomst wilde beëindigen. Werknemer heeft uit de opmerking: als je nu gaat, hoef je niet meer terug te komen, mogen afleiden dat werkgever hem niet meer terug wilde zien en de arbeidsovereenkomst niet meer wenste voort te zetten. Dat werknemer niet meer op het werk is verschenen, doet daar niets aan af.

Het hof concludeert dat niet werknemer maar werkgever de arbeidsovereenkomst per direct heeft opgezegd. De opzegging was onregelmatig, waarop de kantonrechter terecht de vorderingen van werknemer heeft toegewezen.

Kortom, daar ook de grieven niet kunnen slagen, bekrachtigt het hof het vonnis en veroordeelt werkgever in de proceskosten.

www.rechtspraak.nl, LJN: BO1090

 

Auteur