Mag de werkgever eenzijdig de vakantie vaststellen van de werknemer?

vrijdag, 12 september 2014

Een werknemer wil enig jaar geen vakantiedagen opnemen. Bent u als werkgever dan bevoegd om eenzijdig de vakantie vast te stellen van uw werknemer? De wet voorziet in een duidelijke regeling. In de praktijk blijkt echter dat nog regelmatig vragen bestaan over de vaststelling van de vakantie. 

De hoofdregel voor het vaststellen (en het opnemen) van een vakantie is dat de werkgever de tijdstippen van aanvang en einde van de vakantie vaststelt, overeenkomstig de wensen van de werknemer. Uitsluitend gewichtige redenen kunnen zich hiertegen verzetten. Deze hoofdregel geniet uitzondering, als in een CAO of schriftelijke overeenkomst (bijvoorbeeld de individuele arbeidsovereenkomst) een regeling voor de vaststelling van de vakantie is opgenomen. 

In de zaak die op 20 februari 2007 speelde bij de kantonrechter in Rotterdam was geen regeling over de vaststelling van de vakantie in de individuele arbeidsovereenkomst of in een geldende CAO opgenomen. In deze zaak wilde de werknemer geen vakantie opnemen. De kantonrechter sloot voor zijn oordeel aan bij de wet en de toelichting daarbij. De wettelijke regeling over het vaststellen van de vakantie heeft als uitgangspunt dat de werknemer bepaalt of, wanneer en hoe lang hij vakantie neemt. Er bestaat aldus geen verplichting voor de werknemer om een minimum vakantie te genieten, noch een recht voor de werkgever om eenzijdig een vakantie op te leggen. In deze zaak oordeelt de kantonrechter dan ook dat de hoofdregel van de wettelijke bepaling geldt, zodat de werkgever de tijdstippen van aanvang en einde van de vakantie vaststelt, overeenkomstig de wensen van de werknemer. De kantonrechter voegt daaraan wel toe dat onder omstandigheden het eenzijdig vaststellen van de vakantie door de werkgever (ondanks de uitdrukkelijke wens van de werknemer om geen vakantie op te nemen) toch rechtsgeldig kan zijn, als de wens van de werknemer om geen vakantie op te nemen in strijd zou zijn met goed werknemerschap of naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn. De enkele omstandigheid dat het niet opnemen van vakantie, tegen het einde van de arbeidsovereenkomst, financieel nadelig(er) was voor de werkgever, leidde volgens de kantonrechter niet tot de conclusie dat de werknemer tegen zijn wens in vakantie had behoren op te nemen.

Indien u voorziet dat een (collectieve) vaststelling van vakantie noodzakelijk is, dan is het raadzaam daarover een regeling in de arbeidsovereenkomst of personeelshandboek op te nemen (als een eventuele CAO daarin niet voorziet).

Auteur