Liegende werkneemster ontvangt ontslagvergoeding

maandag, 1 januari 2001

Werkneemster is op 5 april 2004 bij werkgever in dienst getreden. Enige tijd later heeft zij zich ziek gemeld. Hierbij heeft werkneemster aangegeven dat ze aan leukemie leed, waarop werkgever haar taken en het aantal te werken uren heeft aangepast. In 2008 stelde werkneemster dat zij een borstamputatie heeft moeten ondergaan en een abortus heeft gehad. Nadat werkgever werkneemster om haar medisch dossier vroeg, werd duidelijk dat werkneemster over alles heeft gelogen. Ondanks het feit dat werkneemster werkgever heeft misleid, doet zij een loonvordering ad € 5550,25.

Verzoek

Werkgever stelt dat er door het handelen van werkneemster sprake is van een vertrouwensbreuk. De verhoudingen zijn verstoord en werkgever is dan ook van mening dat de arbeidsovereenkomst wegens veranderingen in de omstandigheden moet worden ontbonden. Werkgever vindt een vergoeding niet op zijn plaats, aangezien werkneemster heeft gelogen en werkgever hiervan de rekening heeft kunnen betalen.

Daar werkneemster aan een psychische aandoening lijdt, was zij gedwongen te liegen over ernstige ziektes. Werkneemster stelt dat het ontbindingsverzoek is ingediend naar aanleiding van de ingeleide loonvorderingsprocedure en is van mening dat de arbeidsovereenkomst niet kan worden ontbonden en vordert een vergoeding.

Oordeel kantonrechter

De kantonrechter heeft geoordeeld dat de gedragingen van werkneemster de vertrouwensbreuk hebben veroorzaakt en de arbeidsrelatie hebben verstoord. De omstandigheid dat het verzoek is ingediend na het door werkneemster inleiden van de loonvorderingsprocedure doet daaraan niet af, omdat de vertrouwensbreuk en verstoorde arbeidsrelatie al eerder waren ontstaan. De kantonrechter komt dan ook tot de conclusie dat de arbeidsovereenkomst moet eindigen.

De vraag of aan werkneemster een vergoeding toekomt wordt beantwoord door een oordeel te geven over de toerekenbaarheid van partijen ten aanzien van de ontstane vertrouwensbreuk en de verstoorde arbeidsrelatie. Werkgever heeft naar aanleiding van de - achteraf - verzonnen ziektes het aantal te werken uren en de taken van werkneemster aangepast. Werkgever valt redelijkerwijs dan ook geen verwijt te maken. Gezien de ziekte van werkneemster kan haar evenmin een verwijt worden gemaakt. De ontstane vertrouwensbreuk en de verstoorde arbeidsrelatie komen echter wel voor haar rekening. De kantonrechter acht een vergoeding gebaseerd op de kantonrechtersformule met een correctiefactor 0,5 billijk. Dit betreft een vergoeding ad € 2775,12.

www.rechtspraak.nl, LJN:BM0584

Auteur