Kosten voor GBA mogelijk in strijd met Europees recht

dinsdag, 13 november 2012

Het gerechtshof Den Bosch heeft aan het Hof van Justitie van de Europese Unie de vraag voorgelegd of voor een uittreksel uit de gemeentelijke basisadministratie (GBA) kosten in rekening mogen worden gebracht. Volgens het gerechtshof Den Bosch is het in rekening brengen van leges mogelijk in strijd met de richtlijn betreffende persoonsgegevens.

De vragen aan het Hof van Justitie zijn gesteld naar aanleiding van een zaak betreffende een verkeersovertreding. De vrouw die de overtreding had begaan was eind 2008 meerdere malen verhuisd. Daarom vroeg zij de gemeente welke adresgegevens in 2008 en 2009 waren opgenomen in de GBA. Voor het verstrekken van deze gegevens brengt de gemeente leges in rekening. De vrouw vond dat deze leges niet geheven mochten worden en heeft daarom de zaak laten voorkomen bij het gerechtshof Den Bosch.

Het gerechtshof Den Bosch heeft de zaak bestudeerd en is van mening dat het vragen van leges voor het GBA-uittreksel mogelijk in strijd is met het Europees recht. De verstrekking van persoonsgegevens is vastgelegd in Richtlijn 95/46/EG. In Nederland is deze richtlijn geïmplementeerd in de Wet bescherming persoonsgegevens (Wpb).

Volgens het gerechtshof is het in de Europese richtlijn niet duidelijk of het in rekening brengen van leges toegestaan is. Om die reden heeft het gerechtshof prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie gesteld. Het gerechtshof wil weten of de verstrekking van een GBA-uittreksel onder de richtlijn valt en of hier kosten voor in rekening mogen worden gebracht. Vervolgens wil het gerechtshof weten of deze kosten schappelijk zijn. In afwachting van het antwoord van het Hof van Justitie wordt de zaak aangehouden. Dit duurt ongeveer een jaar tot anderhalf jaar. Wanneer het gerechtshof in Den Bosch het antwoord heeft ontvangen, zal het zo snel mogelijk zelf uitspraak doen in deze zaak.

(Bron: www.europadecentraal.nl)