Kort geding om werkdruk verloren

donderdag, 21 januari 2010

De Nederlandse vereniging van anesthesiemedewerkers (NVAM), de landelijke vereniging van operatieassistenten (LVO) en de beroepsvereniging recovery verpleegkundigen (BRV) hebben een kort geding aangespand tegen vijftien ziekenhuizen in de provincies Noord-Brabant, Zeeland en Limburg. Ze eisten kort gezegd dat de ziekenhuizen een convenant voor het gezamenlijk opleiden en inzetten van operatieassistenten en anethesiemedewerkers zouden opschorten.

Meer in het bijzonder gaat het om afspraken over toeslagen, het terugbetalen van studiekosten en afspraken met betrekking tot zzp-ers en detacheringsbureaus. Volgens de beroepsverenigingen zou het convenant van mei 2009 en de uitvoering ervan in strijd zijn met het arbeids- en CAO-recht. De praktijk in de operatiekamers leidt volgens hen tot onveilige situaties voor werknemers en patiënten en de praktijk van structurele onderbezetting zou leiden tot diensten en overuren die ver boven de bij wet en Cao gestelde maxima uitkomen. Het staat de ziekenhuizen niet vrij eenzijdig arbeidsvoorwaarden aan te passen en door het convenant zou de concurrentie op de arbeidsmarkt op ontoelaatbare wijze worden beperkt. De ziekenhuizen stellen dat het convenant een antwoord is op het steeds toenemende tekort aan personeel op de operatiekamers en noodzakelijk is om de continuïteit en kwaliteit van de zorg voor patiënten te kunnen waarborgen, waarbij voldoende ruimte overblijft voor onderlinge concurrentie tussen de betrokken ziekenhuizen.

De voorzieningenrechter oordeelt dat onvoldoende aannemelijk is dat de afspraken in het convenant in arbeidsrechtelijke zin ontoelaatbaar zijn, danwel wanprestatie of onrechtmatig handelen opleveren jegens de anesthesiemedewerkers of operatieassisenten. Reeds in november 2008, dus voor het tot stand komen van het convenant, zagen de beroepsverenigingen aanleiding om in een persbericht aandacht te vragen voor de te hoge werkdruk op de OK’s. Dat de beroepsverenigingen het convenant zien als een gemiste kans om tot afspraken met de ziekenhuizen te komen over de arbeidsomstandigheden moge zo zijn, maar dat maakt het convenant nog niet onrechtmatig of de toepassing daarvan naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar. Ten aanzien van de gestelde schending van het mededingingsrecht geldt dat naar het voorlopig oordeel van de rechter niet apert onaannemelijk is dat voor het handelen van de ziekenhuizen een rechtvaardiging bestaat. Dat betekent dat de voorzieningenrechter de vorderingen van NVAM en LVO afwijst. BRV is niet ontvankelijk verklaard in haar vorderingen, omdat het convenant geen betrekking heeft op recoveryverpleegkundigen.