Kort geding na een onterecht gepubliceerde boete

dinsdag, 8 april 2014

Op 20 maart 2014 heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in de zaak tussen de AFM en een vennootschap. AFM had de betreffende vennootschap namelijk een boete opgelegd en dit boetebesluit ook op haar website gepubliceerd. De hoogste rechter heeft dit besluit vernietigd, waardoor de vennootschap haar naam gezuiverd wilde zien. Hoewel AFM (deels) tegemoet is gekomen aan het verzoek, stapt de onderneming alsnog naar de voorzieningenrechter.

De AFM heeft de betreffende vennootschap op 8 april 2010 een boete opgelegd van EUR 24.000 wegens overtreding van artikel 115 lid 1 van het Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft (BGfo). Nadat AFM het bezwaar van de vennootschap ongegrond had verklaard, is de vennootschap naar de rechter gestapt. De rechtbank heeft het besluit vervolgens vernietigd en het boetebesluit herroepen. Het CBb heeft dit oordeel bevestigd.

Ruim twee maanden na de uitspraak van het CBb heeft de vennootschap AFM schriftelijk verzocht het betreffende boetebesluit en daaraan gerelateerde informatie van haar website te verwijderen. Ook heeft de vennootschap AFM verzocht een rectificatie op haar website te plaatsen waarin duidelijk naar voren komt dat de boete onterecht is opgelegd en gepubliceerd. De AFM heeft laten weten tegemoet te komen aan deze verzoeken.

De vennootschap heeft alsnog een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend, omdat er nog steeds verwijzingen naar het boetebesluit op de website waren te vinden. Daarnaast was het geplaatste bericht haar inziens onvoldoende en onjuist. AFM heeft vervolgens aangegeven bezig te zijn om alle verwijzingen naar het boetebesluit te verwijderen.

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is er geen sprake van een spoedeisend belang nu het boetebesluit van de website van AFM is verwijderd en er ook geen aanleiding bestaat om aan te nemen dat AFM het bericht opnieuw op haar website zal plaatsen. Daarnaast is de voorzieningenrechter van mening dat het op de weg van de vennootschap had gelegen AFM hierop te wijzen alvorens een kort geding te starten. Ook voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding, aangezien de vennootschap twee maanden heeft gewacht met het verzoek aan AFM om het persbericht en het boetebesluit van haar website te verwijderen. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening dan ook af.