Klassiek geval van verticale prijsbinding bij LEGO Duitsland

woensdag, 13 januari 2016

De Duitse mededingingsautoriteit legt een boete van EUR 130.000 op aan LEGO Duitsland voor verticale prijsbinding. Medewerkers van het verkoopteam van LEGO GmbH dwongen sommige retailers om bepaalde minimum verkoopprijzen te hanteren voor een twintigtal LEGO producten.

Overtreding

De werknemers hielden lijsten bij van zogenoemde “highlight producten” met bijbehorende prijzen en de namen van de geselecteerde retailers die zich aan de prijzen moesten houden.  Deden de retailers dit niet, dan werd gedreigd met een leveringsmindering of leveringsweigering. Ook werd in sommige gevallen de hoogte van de korting die retailers ontvingen afhankelijk gesteld van de verkoopprijzen die de retailers hanteerden. 

Boetereductie door medewerking

Vanaf het begin van het Duitse kartelonderzoek heeft LEGO zich coöperatief opgesteld. Zij liet zelf vrijwillig een uitgebreid intern onderzoek uitvoeren om de feiten boven tafel te krijgen. 

Het onderzoek wees uit dat de interne LEGO Group Compliance richtlijnen door bepaalde werknemers uit het verkoopteam niet waren opgevolgd. De overtredingen hebben in 2012 en 2013 in Duitsland plaatsgevonden. Het ging om 20 LEGO producten en een beperkt aantal retailers. Vanwege de geringe omvang hebben de overtredingen geen invloed gehad op het algehele prijsniveau voor consumenten. 

Naar aanleiding van de onderzoeksresultaten heeft LEGO interne disciplinaire maatregelen genomen en haar compliance trainingsprogramma aangescherpt. Deze omstandigheden zijn meegewogen in het berekenen van de hoogte van de boete, die het resultaat was van een schikking. 

Verticale prijsbinding

Op grond van het mededingingsrecht is het een leverancier niet toegestaan om een distributeur of retailer op te leggen voor welke prijs zij de producten van de leverancier moet doorverkopen (‘verticale prijsbinding’). Een retailer moet vrij zijn in het bepalen van zijn verkoopprijs. Een leverancier mag wel advies verkoopprijzen verstrekken, zolang deze niet gepaard gaan met dwang- of sanctiemechanismen die er alsnog voor moeten zorgen dat het in werkelijkheid gaat om het opleggen van vaste of minimum verkoopprijzen. Voorbeelden hiervan zijn het afhankelijk stellen van bonussen of kortingen van het gehanteerde prijsniveau van de retailer of het dreigen met leveringsstop bij niet respecteren van een bepaald prijsniveau, zoals het geval bij LEGO Duitsland. 

De Duitse kartelautoriteit is de afgelopen jaren erg actief geweest in het optreden tegen verticale prijsbinding door ondernemingen, getuige de talrijke boetes en onderzoeken van de afgelopen jaren (zie voor recente Duitse zaken o.a. Metzeler SchaumRecticelUnited Navigation en diverse bekende partijen in de food retail sector). Nederlandse partijen die leveren aan Duitse afnemers zijn dus gewaarschuwd. Zeker nu de Duitse kartelautoriteit veel strenger optreedt tegen verticale prijsbinding dan de Autoriteit Consument & Markt in Nederland tot op heden.

Heeft u vragen over dit onderwerp? Mail vrijblijvend met Minos van Joolingen of Esra van der Wolk.