Kinderalimentatie en niet-wijzigingsbeding: niks mis mee

dinsdag, 22 mei 2012

Staat het ouders vrij afspraken te maken over de hoogte van de kinderalimentatie, die een van hen of ieder van hen zal betalen? Vaak wordt beweerd dat kinderalimentatie “van openbare orde” is, zodat er geen contractsvrijheid bestaat. Als dan wordt gevraagd waaruit dat blijkt, blijft het vaak stil. De bewering blijkt niet op de wet gebaseerd te zijn. Wonen ouders samen, dan kunnen zij samen bepalen hoeveel geld ze uitgeven aan de kinderen. Ik meen dat het de ouders ook na echtscheiding vrijstaat afspraken te maken over de hoogte van de kinderalimentatie en de voorwaarden, waaronder die zal worden betaald. Daar denkt de Rechtbank ’s-Hertogenbosch echter anders over.

De wetgever heeft in artikel 1:392 tot en met 1:400 BW een regeling gegeven voor het verstrekken van levensonderhoud op grond van bloed- of aanverwantschap. Daaronder valt kinderalimentatie. In artikel 1:400 lid 2 BW staat dat “overeenkomsten waarbij van het volgens de wet verschuldigde levensonderhoud wordt afgezien, nietig zijn”. Daar staat niet dat de ouders de hoogte van de door hen te betalen kinderalimentatie niet zelf mogen regelen. Het staat hen vrij te doen wat zij willen, behoudens afzien van het volgens de wet verschuldigde levensonderhoud. In artikel 1:159 BW heeft de wetgever bepaald dat ex-echtelieden bij overeenkomst kunnen bedingen dat deze niet bij rechterlijke uitspraak zal kunnen worden gewijzigd op grond van een wijziging van omstandigheden. Een dergelijk niet-wijzigingsbeding heeft de wetgever voor kinderalimentatie niet in de wet opgenomen. Maar dat wil nog niet zeggen dat ouders geen niet-wijzigingsbeding mogen opnemen. Ik geef een voorbeeld waarin een niet wijzigbare kinderalimentatie van groot belang is.

Man en vrouw gaan scheiden en zij hebben twee kinderen. Die gaan bij hun moeder wonen. Dat mogen de ouders zelf bepalen. Een overeenkomst, waarin de huisvesting van de kinderen wordt geregeld, noemt het Gerechtshof 's-Gravenhage (2 maart 2011, RFR 2011, 73 en LJN BP9424) een vaststellingsovereenkomst. De behoefte van ieder van de kinderen bedraagt € 550,- per kind per maand. Man en vrouw werken en ieder van hen is in staat om in de kosten van de kinderen bij te dragen. Daarnaast heeft de vrouw recht op partneralimentatie. De echtelieden streven naar zoveel mogelijk zelfstandigheid. De vrouw is bereid om af te zien van de haar toekomende partneralimentatie, onder voorwaarde dat de man alle kosten van de kinderen zal betalen. De man vindt dat een uitstekend idee. Partijen besluiten daarom in een convenant de partneralimentatie niet-wijzigbaar op nihil te stellen en overeen te komen dat de man niet-wijzigbaar alle kosten van de kinderen conform hun behoefte zal voldoen. De door de man te betalen kinderalimentatie wordt daarom niet wijzigbaar (naar beneden toe) gesteld op de geïndexeerde € 550,- per kind per maand.

In dit voorbeeld is het voor de vrouw, die niet-wijzigbaar afziet van partneralimentatie, van groot belang dat de man niet alleen nu, maar ook in de toekomst alle kosten van de kinderen blijft betalen. De tussen partijen gemaakte afspraken strijden met geen enkel wetsartikel. De Rechtbank ’s-Hertogenbosch oordeelde in een juridisch vergelijkbare zaak op 16 maart 2012 (LJN BV9760) echter anders. Volgens de rechtbank hadden partijen in hun convenant geen niet-wijzigingsbeding voor kinderalimentatie kunnen opnemen en hadden zij ook niet kunnen overeenkomen dat dit in het convenant opgenomen beding op verzoek van een der partijen slechts wijzigbaar is conform artikel 1:159 lid 3 BW. Laatstgenoemd artikel ziet volgens de rechtbank enkel op een bijdrage voor een ex-echtgenoot. Partijen zouden in hun convenant genoemd artikellid niet op de kinderalimentatieafspraak van toepassing kunnen verklaren. Bovendien zou een dergelijk niet-wijzigingsbeding volgens de rechtbank op gespannen voet staan met het bepaalde in artikel 1:400 lid 2 BW. Het honoreren van een niet-wijzigingsbeding zou immers tot gevolg kunnen hebben dat, ondanks de stijging van de inkomens van (een der) partijen, de kinderalimentatie ongewijzigd zou blijven. Het gevolg van deze redenering is dat de rechtbank de partneralimentatieafspraak ongemoeid laat en de door de man te betalen kinderalimentatie halveert. De vrouw zou immers ook uit inkomen bij kunnen dragen aan de kosten van de kinderen. De beslissing leidt daarmee tot een voor de kinderen ongunstige situatie.

Het behoeft geen betoog dat het ongepast is op een dergelijke wijze in te grijpen in het totaalpakket van afspraken, dat ex-echtelieden met elkaar hebben gemaakt. De beslissing van de rechtbank is niet op de wet gebaseerd. Het staat echtelieden immers vrij de regelingen te treffen, die zij willen, zolang maar niet wordt afgezien van het volgens de wet verschuldigde levensonderhoud.