Ketenregeling - Achtergrond voorgestelde aanpassingen

woensdag, 29 januari 2014

De wetgever heeft overwogen dat de Nederlandse wet, in vergelijking met andere landen, (te) ruime mogelijkheden voor langdurige inschakeling van flexwerkers biedt. De voordelen van de flexibiliteit voor de werkgever, zouden niet in verhouding staan tot de nadelen voor de werknemer. De wetgever wenst de ketenregeling aan te passen en werkgevers te verplichten werknemers met een contract voor bepaalde tijd “aan te zeggen”. 

Ketenregeling

Op basis van de huidige ketenregeling is het toegestaan om binnen een periode van 36 maanden 3 contracten voor bepaalde tijd aan te gaan. De derde arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, eindigt van rechtswege, mits de periode van 3 jaar niet wordt overschreden en mits tussen de contracten geen tussenpozen gelegen zijn, van meer dan 3 maanden. Bij CAO kan van deze ketenbepaling worden afgeweken.

Wijzigingen

De ketenbepaling zal als volgt worden aangepast:

  1. de maximum termijn van de ketenbepaling wordt teruggebracht van 3 jaar naar 2 jaar;
  2. de tussenpoos waarbinnen contracten als opeenvolgend worden gezien, wordt verlengd van 3 maanden naar 6 maanden.
  3. afwijking bij CAO van de maximale duur en het maximaal aantal contracten wordt aan voorwaarden gebonden.

Concreet betekent dit dat de werkgever nog steeds 3 contracten voor bepaalde tijd met een werknemer kan overeenkomen, waarvan het laatste contract van rechtswege eindigt, mits het tijdvak van 2 jaar niet wordt overschreden. Ligt er tussen 2 overeenkomsten een periode van langer dan 6 maanden, dan is het nieuwe contract de eerste schakel in de nieuwe keten.

Overgangsrecht

De beoogde datum van inwerkingtreding van het nieuwe artikel (artikel 7:668a BW) is 1 juli 2014. Daarbij geldt het volgende:

  • op arbeidsovereenkomsten aangegaan op of na 1 juli 2014 wordt het nieuwe recht van toepassing (tenzij een CAO van toepassing is waarvoor overgangsrecht geldt);
  • het nieuwe recht geldt tevens voor de tussenpoos, die voorafgaat aan de arbeidsovereenkomst die na 1 juli 2014 is gesloten;
  • voor tussenpozen tussen eerdere arbeidsovereenkomsten, blijft gelden dat de keten doorbroken is (en blijft) bij een tussenpoos van langer dan 3 maanden.

Is een opvolgende arbeidsovereenkomst aangegaan vóór 1 juli 2014, dan geldt nog het oude recht. Hiermee mag de 24 maandentermijn overschreden worden; de oude regeling is dan nog van toepassing. De regering acht dat redelijk en wenselijk vanwege de rechtszekerheid, zodat de werkgever (en de werknemer) ná inwerkingtreding van de wet nog een keuzemoment hebben, voordat er sprake is van een omzetting in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd.

Uitzonderingen

Afwijking van de ketenregeling is toegestaan bij CAO:

  • de periode van 24 maanden kan worden verlengd tot ten hoogste 48 maanden en
  • het aantal van 3 contracten, kan worden verhoogd naar ten hoogste 6.

Dat is mogelijk indien:

  • het een uitzendovereenkomst betreft als bedoeld in de wet (artikel 7:690 BW); of
  • uit de CAO blijkt dat voor bij die overeenkomst te bepalen functies of functiegroepen de intrinsieke aard van de bedrijfsvoering deze verlenging of verhoging vereist.

Met de term “intrinsiek” (tweede uitzondering) wordt volgens de regering tot uitdrukking gebracht dat het hier niet gaat om normale schommelingen in de bedrijfsvoering als gevolg van economische omstandigheden, maar om een noodzaak die voortvloeit uit de aard van de bedrijfsvoering in de sector. Hierbij wordt gedoeld op de wijze waarop het productieproces is ingericht, bijvoorbeeld ten aanzien van de wijze waarop de werkzaamheden worden gefinancierd. Als voorbeelden worden genoemd de sectoren media, cultuur en de academische sector. Het is de bedoeling dat van deze afwijkingsmogelijkheid alleen gebruik wordt gemaakt in zwaarwegende gevallen.

In de toekomstige wet worden meer mogelijkheden tot afwijking gecreëerd:

  • bij CAO kan van de regeling van opvolgend werkgeverschapworden afgeweken.
  • bij CAO kan van de ketenregeling worden afgeweken, ten nadele van een bestuurder van een rechtspersoon.
  • de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is bevoegd te bepalen dat de ketenregeling bij CAO of bij regeling, voor bepaalde functies in een bedrijfstak, buiten toepassing kan worden verklaard (bijvoorbeeld: profvoetbal).
  • er wordt een afwijkingsmogelijkheid gecreëerd voor leerlingen die een duale opleiding volgen (het betreft de leerling in dienst van een bedrijf, die tevens een opleiding volgt).
  • de ketenregeling is niet van toepassing is op een arbeidsovereenkomst met een werknemer die:
    • de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt; en
    • indien de gemiddelde omvang van de door hem verrichtte arbeid ten hoogste 12 uur per week heeft bedragen.

Overgangsrecht

Op arbeidsovereenkomsten aangegaan op of na 1 juli 2014 wordt het nieuwe recht van toepassing, tenzij een CAO van toepassing is waarvoor overgangsrecht geldt. 

De oude (CAO) regeling kan onder omstandigheden van kracht blijven, tot einde looptijd CAO, doch maximaal tot 18 maanden na inwerkingtreding van de wet. 
 

Aanzegging werknemer met arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd

Aanzegging

Indien de nieuwe wet in werking treedt, geldt dat een werkgever voortaan bij afloop van arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd van 6 maanden of langer, een aanzegtermijn van 1 maand in acht dient te nemen. De werkgever dient de werknemer uiterlijk 1 maand vóór het einde van de arbeidsovereenkomst schriftelijk te informeren over het al dan niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst, alsmede over de voorwaarden waaronder die arbeidsovereenkomst kan worden voortgezet.

In geval van niet-naleving van deze verplichting is de werkgever aan werknemer een vergoeding verschuldigd, van gelijk aan het bedrag van het in geld vastgestelde loon voor 1 maand (1 maandsalaris) en bij niet tijdige nakoming een vergoeding naar rato. Niet duidelijk is of deze vergoeding ook verschuldigd is indien de werkgever de werknemer te laat aanzegt, maar vervolgens toch de arbeidsovereenkomst verlengt.

Overgangsrecht

Deze bepaling heeft met ingang van het beoogde tijdstip van inwerkingtreding van de wet (1 juli 2014) onmiddellijke werking. Hierop is 1 uitzondering: dit artikel geldt niet voor arbeidsovereenkomsten die eindigen binnen 1 maand na inwerkingtreding (dus uiterlijk op 31 juli 2014). Voor alle andere overeenkomsten voor bepaalde tijd (van 6 maanden of langer) die eindigen na 1 juli 2014 (concreet dus vanaf 1 augustus 2014) geldt deze aanzegtermijn wel.

Actuele situatie

De vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid, belast met het voorbereidend onderzoek van het wetsvoorstel heeft verslag uitgebracht van haar bevindingen, ten behoeve van de openbare behandeling van het voorstel in de Tweede Kamer. De kamerleden vragen zich af of de doelstellingen van de regering met deze wetswijzigingen worden bereikt. Het wordt nu juist mogelijk om sneller afscheid te nemen van een werknemer met een contract voor bepaalde tijd. Bovendien staat het terugdringen van de maximale duur van drie jaar na twee jaar op gespannen voet met de (op basis van het nieuwe recht) aanspraak van de werknemer op een transitievergoeding. Deze aanspraak ontstaat na twee jaar.

Ook over de aanzegtermijn worden vragen gesteld: is de aanzegtermijn te omzeilen door meteen bij het aangaan van de arbeidsovereenkomst alvast aan te zeggen tegen de einddatum? Is de aanzegtermijn niet een mooi woord voor “gebakken lucht”; een wetsregel die niet uitvoerbaar en handhaafbaar is? Hoe is de voorgestelde aanzegtermijn in overeenstemming te brengen met de essentie van een contract voor bepaalde tijd, waarbij namelijk in beginsel juist duidelijk is wanneer of in welke omstandigheden het contract eindigt?

De regering zal in de gelegenheid worden gesteld om de vragen te beantwoorden, onduidelijkheden op te helderen en (onder meer) de uitzonderingsmogelijkheden nader toe te lichten. Uiteraard zullen wij u over nadere ontwikkelingen op de hoogte stellen en tijdig informeren over door te voeren wijzigingen in het wetsvoorstel en de concrete inwerkingtredingsdatum.