Kartelclaim Deutsche Bahn: USD 3 miljard

maandag, 1 december 2014

Deutsche Bahn dient vandaag in Keulen en New York schadevorderingen in tegen 13 leden van het luchtvrachtkartel, waaronder Air-France KLM, British Airways en Deutsche Lufthansa. Het Duitse spoorwegbedrijf claimt in totaal meer dan USD 3 miljard. Deze twee rechtszaken tonen aan dat kartelslachtoffers steeds mondiger worden bij het opeisen van schadevergoeding. In het bijzonder als de toezichthouder al een kartelinbreuk heeft vastgesteld.

Het Nederlandse en het Europese kartelverbod worden zowel publiekrechtelijk als privaatrechtelijk gehandhaafd.

Publiekrechtelijke handhaving

Bij publiekrechtelijke handhaving onderzoekt de toezichthouder – de Nederlandse Autoriteit Consument & Markt of de Europese Commissie – of er sprake is van een kartelinbreuk. Als de toezichthouder een dergelijke inbreuk constateert, kan zij de betrokken ondernemingen een kartelboete opleggen. In Nederland kunnen bovendien ook feitelijk leidinggevenden worden beboet. In andere landen kunnen leidinggevenden nog strengere sancties tegemoet zien: soms worden ze uit hun functie gezet, en zelfs gevangenisstraf behoort tot de mogelijkheden.

In de onderhavige zaak heeft de Europese Commissie in 2010 besloten dat er gedurende zes jaar sprake was van een luchtvrachtkartel, waaraan ook Air-France KLM deelnam. De vliegtuigmaatschappijen spraken af de prijs voor brandstof en beveiliging kunstmatig te verhogen, zodat zij allemaal meer inkomsten konden genereren. Dit ten nadele van hun klanten. De toezichthouder veroordeelde deze praktijken en legde in totaal bijna EUR 800 miljoen aan kartelboetes op.

Ook in andere landen werd dit luchtvrachtkartel veroordeeld. Onder meer in de Verenigde Staten, Australië en Zuid-Korea. In totaal moesten de deelnemers circa USD 3 miljard aan kartelboetes ophoesten. Bovendien kregen negen leidinggevenden persoonlijke kartelboetes. Sommigen moesten zelfs de cel in.

Privaatrechtelijke handhaving

Bij privaatrechtelijke handhaving dienen kartelslachtoffers schadeclaims in. Dat kan zelfstandig (stand-alone), maar vaker zien wij claims nadat de toezichthouder reeds een kartelinbreuk heeft vastgesteld (follow-on). De belangen zijn doorgaans groot. Het Hof van Justitie van de EU oordeelde in 2001 dat alle slachtoffers van een kartel – of zij nu individuen, bedrijven of overheden zijn – in beginsel hun gehele kartelschade vergoed moeten kunnen krijgen. Na jarenlange benadeling kan het zomaar om honderden miljoenen euro’s gaan.

Bij de onderhavige rechtszaak in Keulen, die vorig jaar aanhangig werd gemaakt, zal Deutsche Bahn meer dan USD 1,5 miljard aan kartelschade, rente en kosten claimen. Bij de rechtszaak in New York, die in augustus aanhangig is gemaakt, zal circa USD 370 miljoen worden geclaimd. Onder Amerikaanse wetgeving kan dit bedrag verdrievoudigd worden (treble damages). Deutsche Bahn heeft geprobeerd haar kartelschade te schikken met de leden van het luchtvrachtkartel, maar tevergeefs. De beide rechtszaken zullen daarom naar verwachting komend jaar verder doorrollen.

BNR

Adriaan Buyserd gaf op BNR News Radio een eerste reactie op de rechtszaken van Deutsche Bahn. Terugluisteren kan via de BNR Mediaspeler (Programma ‘De Ochtendspits’, maandag 1 december 2014, interview onmiddellijk na het nieuws van 08.00u).

Commentaar 

Kartelslachtoffers, zoals Deutsche Bahn die beweert te zijn, worden geholpen door het feit dat na in kracht van gewijsde gaan van de kartelbeschikking van de toezichthouder, het onrechtmatige karakter van de kartelafspraken in beginsel gegeven is, althans binnen de jurisdictie waar de kartelovertreding heeft plaatsgevonden. Aan de andere kant is procederen niet eenvoudig: onze Hoge Raad heeft in 2012 eens temeer duidelijk gemaakt dat elke kartelclaim een goede onderbouwing vergt – zowel juridisch als economisch. Het uitprocederen van een kartelclaim blijft daarmee werk voor specialisten.

Bij de afwezigheid van uniforme procesregels binnen de EU, moeten kartelclaims vooralsnog volgens nationale regels worden uitgeprocedeerd. De ervaring leert dat met name in Nederland, maar ook  in Duitsland en het Verenigd Koninkrijk, kartelclaims aanhangig gemaakt worden. In andere EU lidstaten veel minder. Een reden hiervoor kan zijn dat de rechters in deze drie landen een goede reputatie hebben op het gebied van het mededingingsrecht. Ook de nationale procesregels zijn gunstig voor kartelslachtoffers. In Nederland kan men bijvoorbeeld relatief goedkoop procederen. Bovendien krijgen eisers sneller toegang tot essentiële documenten en is het eenvoudiger getuigen te horen.

Afgelopen maand is binnen de EU een Richtlijn aangenomen, die de nationale procesregels van de EU lidstaten op dit punt dichterbij elkaar moet brengen. Zie onze eerdere berichtgeving daarover. Naar verwachting dienen de EU lidstaten de Richtlijn eind 2016, begin 2017 doorgevoerd te hebben in hun nationale recht. Tot die tijd blijven de nationale systemen uiteen lopen.

Gesofisticeerde spelers als Deutsche Bahn zijn bedacht op kartelboetes als (terug)verdienmodel. Wanneer zij een follow-on schadevergoeding kunnen indienen, omdat zij naar eigen inschatting benadeeld zijn door een kartel, kan dit potentieel enorme ‘winst’ opleveren. Hetzij via een schikking, hetzij via een rechterlijk oordeel. Deutsche Bahn liet eerder dit jaar weten dat zij benadeeld wordt door circa 1/3 van de kartels die binnen de EU boven water komen. In 2014 had het bedrijf daarom maar liefst 10 rechtszaken lopen, met nog eens 10 in de pijplijn. Follow-onkartelclaims zijn, in alle opzichten, big business.