Kan een winkelinrichting als merk worden beschermd? – Afbeelding van de inrichting van een Apple 'flagship store' kan zich voor inschrijving als merk lenen, beslist Hof van Justitie EU

donderdag, 21 augustus 2014

De tijd dat een winkel enig in zijn soort was, is weliswaar (gelukkig) niet voorbij, maar men moet zo’n soort winkel zoeken binnen een winkellandschap dat - bij wijze van spreken - van dorp tot dorp, van stad tot stad, ja zelfs van land tot land wordt gedomineerd door ‘de uniforme winkel’. De uniforme winkel wordt gekenmerkt door uniformiteit: van gevel tot kassa(bon) ziet alles er hetzelfde uit. Op de gevel prijkt dezelfde bedrijfsnaam, hetzelfde merk en logo. Het winkelpersoneel draagt dezelfde kleding en bedient het winkelend publiek op dezelfde manier. Toonbanken, winkelkasten, kledingrekken, paskamers, etalagepoppen, spiegels, noem maar op: alles identiek.

De uniforme winkel wordt (veelal) ‘gevoed’ door enerzijds ondernemers die - zelf en/of via franchisenemers - hun waren en diensten aanbieden onder de paraplu van een identiek merk en anderzijds de vraag van consumenten. Voor consumenten kan dergelijke uniformiteit immers het verrichten van aankopen vereenvoudigen. Als een winkel van een bepaald merk er overal hetzelfde uitziet en hetzelfde aanbiedt, op dezelfde wijze, maakt het niet uit in welke winkel aankopen worden verricht, is de gedachte. Het resultaat van deze ‘formule’ is uniform ingerichte winkelketens.

Het rendement van een uniforme winkelinrichting kan worden vergroot, indien niet iedere detailhandelaar deze zo maar in gebruik kan nemen. Om dat te voorkomen wordt in de praktijk getracht de winkelinrichting zo veel als mogelijk te beschermen met intellectuele eigendomsrechten. Intellectuele eigendomsrechten zijn namelijk verbodsrechten: de houder van zo’n recht kan derden die daarvoor geen toestemming hebben het gebruik verbieden van hetgeen door dat recht wordt beschermd, zoals bijvoorbeeld een uitvinding (octrooirecht), een merk (merkrecht), een model (modelrecht) of een bouwwerk (auteursrecht).

In dat kader wordt van oudsher geprobeerd de bescherming van winkelinrichtingen via de boeg van het auteursrecht te effectueren. Voor de verkrijging van het auteursrecht is geen inschrijving vereist in een daartoe bestemd openbaar register, zoals wel het geval is bij bijvoorbeeld merkrechten, waaraan bovendien kosten (taksen) zijn verbonden. Het auteursrecht ontstaat door het creëren van een oorspronkelijk werk dat het persoonlijk stempel van de maker draagt. Op ontwerpen van winkelinrichtingen die voldoen aan deze criteria rust auteursrecht en dat auteursrecht blijft daarop lange tijd rusten: de bescherming strekt zich meestal uit tot zeventig jaar na de dood van de maker.

Mogelijk kan echter ook gekozen worden voor merkenrechtelijke bescherming van een winkelinrichting. Een voordeel daarvan kan zijn dat een merkinschrijving vatbaar is voor vernieuwing, dat wil zeggen dat de looptijd ervan - tien jaar - telkens opnieuw verlengd kan worden voor een zelfde periode. Zo zou dan voor een winkelinrichting in beginsel merkenrechtelijke bescherming kunnen worden verkregen voor onbepaalde tijd.

De deur naar deze bescherming van winkelinrichtingen als merk voor onbepaalde tijd lijkt in de EU geopend, nu het Hof van Justitie EU (HvJ EU) op 10 juli 2014 heeft beslist dat onderstaande afbeelding van een inrichting van een ‘flagship store’ van Apple een merk kan zijn.

Apple heeft deze afbeelding als merk ingeschreven bij het Patent- und Markenamt (DPMA) in Duitsland, maar het DPMA weigerde tot inschrijving over te gaan. In beroep belandde deze kwestie bij het Bundespatentgericht dat niet zeker wist of de inschrijving van de afbeelding van de winkelinrichting als merk mogelijk was en daarom vragen van uitleg stelde aan het HvJ EU.

Uit de beslissing van het HvJ EU volgt dat een “ononderbroken geheel van lijnen, contouren en vormen”, als waarneembaar in de afbeelding van de Apple winkelinrichting, een merk kan zijn. Voorwaarde is wel dat deze weergave (afbeelding) de waren of diensten van Apple kan onderscheiden van die van andere ondernemingen. Of dat het geval is, laat het HvJ EU over aan de nationale (feiten)rechter. Het HvJ EU stelt echter buiten kijf dat een afbeelding van een winkelinrichting als zodanig onderscheidend vermogen kan hebben, met name indien deze significant verschilt van wat gangbaar is in de betrokken branche.

Met deze steun van het HvJ EU in de rug is het zeker de moeite waard na te gaan een (afbeelding van een) winkelinrichting als merk in te schrijven om daarmee de bescherming van de winkelinrichting te versterken.