Jurisprudentie: niet onderkennen van valgevaar bij het verwijderen van asbesthoudende golfplaten leidt tot boete

donderdag, 26 januari 2012

Een veel voorkomende klus in de asbestbranche is het verwijderen van asbesthoudende golfplaten. Het is daarbij van belang om naast de specifieke asbestvoorschriften uit de SC540 ook het risico dat werknemers vallen goed in het oog te houden. De specifieke beschermingsmiddelen (zoals gezichtsmaskers) voor het werken met asbest kunnen er zelfs toe leiden dat daardoor sneller met valgevaar rekening moet worden gehouden, zo blijkt uit een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 18 januari jl.

Artikel 3.16 van het Arbobesluit schrijft voor dat de werkgever bij ‘valgevaar’ zo mogelijk een veilige steiger, stelling of hekwerk moet aanbrengen of het gevaar door het aanbrengen van doelmatige hekwerken, leuningen of andere voorzieningen moet tegengaan. Volgens dat zelfde artikel 3.16 is er in elk geval sprake van valgevaar als er risicoverhogende omstandigheden aanwezig zijn, openingen in vloeren, of als het gevaar bestaat om 2,5 meter of meer te vallen.

Op 18 januari 2012 heeft de Afdeling uitspraak gedaan in een zaak, waarin werknemers van een asbestverwijderingsbedrijf op 2 meter hoogte werkten op een loopplank van 48 centimeter op het dak. Zij maakten daar golfplaten los en lieten deze naar beneden schuiven. Eén werknemer verloor zijn evenwicht en viel door het dak, waarbij hij letsel opliep. De werkgever had – waarschijnlijk mede vanwege de relatief geringe hoogte – geen maatregelen getroffen om het valgevaar in te dammen. De Arbeidsinspectie legde de werkgever een boete op van € 8.100,-.

De werkgever procedeerde tot in hoogste instantie tegen de boete. Hij stelde zich onder meer op het standpunt dat er geen sprake was van risicoverhogende omstandigheden en dus ook geen sprake van ‘valgevaar’ in zin van artikel 3.16 Arbobesluit.

Tevergeefs, zo blijkt uit de recente uitspraak. De Afdeling nam aan dat wel risicoverhogende omstandigheden aanwezig waren waardoor bij het werken op ‘slechts’ 2 meter hoogte toch sprake was van valgevaar. De Afdeling nam daarbij in aanmerking dat het dak bestond uit niet draagkrachtige golfplaten, de werknemers persoonlijke beschermingsmiddelen en een volledig gelaatsmasker droegen, en zij op een relatief smal oppervlak moesten werken. De werkgever had daarom maatregelen tegen valgevaar moeten treffen hetgeen hij had nagelaten. De boete was daarom terecht opgelegd, aldus de Afdeling.