Is sluiting van kledingwinkel wegens aanwezigheid asbest proportioneel?

donderdag, 5 juli 2012

In een kledingwinkel werd in het magazijn asbest aangetroffen. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zag zich gesteld voor twee vragen. Ten eerste of het proportioneel was om zowel het magazijn als de kledingwinkel te sluiten? Ten tweede moest de Afdeling zich buigen over de vraag of de kosten van een asbestrisicoanalyse op de eigenaar konden worden verhaald, nu deze stelde dat het bestuursorgaan onvoldoende onderzoek had gedaan naar de vraag of het onderzoek goedkoper had kunnen worden uitgevoerd. In de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 22 februari 2012 heeft de Afdeling beide vragen beantwoord.

Feiten

De appellant in deze zaak was de eigenaar van een met asbest besmet pand dat hij verhuurde. De huurder exploiteerde in het pand een kledingwinkel. In opdracht van het college van burgemeester en wethouders heeft Search Ingenieursbureau B.V. (hierna: “Search”) een rapportage opgesteld. Hieruit bleek dat het (magazijn van het) pand mogelijk verontreinigd was met asbest. Daarom was de eigenaar verzocht een risicoanalyse - waarmee een uitgebreide asbestinventarisatie wordt bedoeld - uit te voeren. Hieraan werd niet voldaan, waarna het gemeentebestuur aankondigde de risico-inventarisatie uit te laten voeren door Search. In deze rapportage adviseerde Search "op korte termijn de restanten en plafondbeplating in de magazijnruimte te laten saneren en tot die tijd de ruimte af te sluiten voor derden.” Tevens werd geadviseerd een NEN 2991 onderzoek in de naastgelegen ruimtes uit te voeren om een eventuele besmetting in die ruimtes in kaart te brengen.

De locoburgemeester van Zandvoort besloot met toepassing van bestuursdwang het pand vanwege gezondheidsrisico’s te sluiten en de toegang te verzegelen. Vervolgens verhaalde het college de kosten van de asbestinventarisatie op de eigenaar. Hiertoe is het college overgegaan omdat artikel 7.3.2 van de Bouwverordening werd overtreden. Ingevolge artikel 7.3.2, aanhef en onder c, van de Bouwverordening, voor zover hier van belang, was het verboden in een bouwwerk stoffen te hebben of handelingen na te laten waardoor gevaar wordt veroorzaakt. Voor de volledigheid wordt hier opgemerkt dat sinds de inwerkingtreding van het Bouwbesluit 2012 (1 april 2012) dit artikel uit de bouwverordening is vervallen en vervangen door artikel 7.22 van het Bouwbesluit 2012.

Standpunt eigenaar

De eigenaar betoogde dat de rechtbank had miskend dat de sluiting van zowel het magazijn als de winkelruimte niet in een redelijke verhouding stonden tot de daarmee gediende belangen nu alleen in het magazijn asbest was aangetroffen. Daarnaast betoogde hij aan dat de rechtbank had miskend dat het college de kosten van het onderzoek door Search niet op hem kon verhalen. Daartoe voerde hij aan dat het college onvoldoende had onderzocht of de door Search verrichte nadere inventarisatie door een ander bureau goedkoper kon worden uitgevoerd.

Oordeel Afdeling

Uit de opgestelde rapporten kon niet worden vastgesteld of de naast het magazijn gelegen ruimten besmettingsvrij waren. De rechtbank had daarom terecht geoordeeld dat het college in redelijkheid kon overgaan tot sluiting van zowel het magazijn als de winkelruimte. Daarbij was van belang dat de in de winkelruimte aanwezige kleding in het magazijn opgeslagen was geweest en dus mogelijk sporen van asbest kon bevatten en dat de toilet en de keuken van het pand alleen bereikbaar zijn via het magazijn. Daarnaast had de rechtbank terecht geoordeeld dat, nu de eigenaar geen gebruik heeft gemaakt van de hem geboden mogelijkheid zelf een nadere inventarisatie uit te laten voeren, de gevolgen van het inschakelen van Search voor zijn rekening en risico komen. Overigens kwam uit een intern memo van de gemeente naar voren dat marktconform gefactureerd was, zodat geen aanleiding bestond om het factuurbedrag te matigen. 

Naschrift

Deze uitspraak geeft een goed voorbeeld van de pragmatische wijze waarop de Afdeling haar asbestgerelateerde zaken behandelt. Ook blijkt hieruit dat een overtreder zich niet kan beklagen over de hoogte van de op hem verhaalde kosten, indien deze overtreder eerst zelf de mogelijkheid is geboden om maatregelen te nemen. Wil je als overtreder dus niet afhankelijk zijn van de keuzes die het bestuursorgaan maakt, dan is het verstandig om zelf de teugels in handen te houden en te voldoen aan de aanschrijving. Dit laat uiteraard onverlet dat – indien je als overtreder het niet eens bent met deze aanschrijving – tegen het bezwarende besluit in rechte kan worden opgekomen.