Is het in strijd handelen met gedragsregels bij arbeidsongeschiktheid een dringende reden?

maandag, 1 januari 2001

Het hof Amsterdam heeft recent de vraag beantwoord of er gesproken kan worden van een dringende reden die een ontslag op staande voet rechtvaardigt, indien werkneemster in strijd zou hebben gehandeld met de gedragsregels bij arbeidsongeschiktheid.

Werkneemster is in 2001 bij werkgever in dienst getreden in de functie van medewerker Securities Operations/taxreclaim. Op deze dienstbetrekking is de cao van werkgever van toepassing met als onderdeel de gedragsregels bij arbeidsongeschiktheid. In deze gedragsregels is onder andere opgenomen dat een werknemer steeds bereikbaar dient te zijn. Indien een werknemer gedurende de ziekte niet op zijn/haar eigen woonadres wordt verpleegd, dient dit te worden doorgegeven aan de leidinggevende.

In 2006 is werkneemster op staande voet ontslagen wegens het niet bereikbaar zijn voor controle door de arbodienst en overtreding van de gedragsregels tijdens arbeidsongeschiktheid. Werkneemster heeft een beroep gedaan op de vernietigbaarheid van het ontslag. Werkgever wordt bij kortgedingvonnis veroordeeld werkneemster het verschuldigde loon door te betalen tot het tijdstip waarop de dienstbetrekking rechtsgeldig zal zijn ge?indigd. Werkgever heeft ter uitvoering van dit vonnis € 11.349,16 aan werkneemster voldaan.

Werkgever vordert in dit geding terugbetaling van het bedrag ad € 11.349,16, omdat zij van mening is dat deze onverschuldigd is betaald. Voorts stelt zij dat het ontslag op staande voet rechtsgeldig is. Werkneemster stelt daarentegen dat het ontslag op staande voet nietig is en dat zij recht heeft op doorbetaling van het loon, zoals reeds door de kantonrechter is toegewezen.

Het is een vaststaand feit dat werkneemster in strijd heeft gehandeld met de gedragsregels bij arbeidsongeschiktheid door niet haar verpleegadres door te geven toen zij zich ziek meldde. Dat valt haar aan te rekenen, te meer omdat zij enkele jaren eerder was berispt wegens schending van de gedragsregels. Toen werkneemster van haar verpleegadres naar haar woonadres ging, had voor haar duidelijk moeten zijn dat zij onbereikbaar was geweest. In deze brieven is werkneemster meerdere malen tevergeefs opgeroepen te verschijnen. Werkneemster heeft wel getracht contact op te nemen met de arbodienst wat niet is gelukt, waardoor zij haar mobiele telefoonnummer en e-mailadres had op gegeven.

Voorts verschillen partijen van mening over de inhoud van een telefoongesprek tussen werkneemster en werkgever. Werkgever stelt dat het voor haar niet kenbaar was dat werkneemster niet in staat was naar Amsterdam te komen of dat ze psychisch niet in staat was een gesprek met haar werkgever te voeren. Werkgever heeft geen bewijs aangeboden dat toegespitst is op de inhoud van het telefoongesprek. Het hof kan van de juistheid van de stellingen van werkgever op dit punt daarom niet uitgaan.

Het hof oordeelt dat de weigering van werkneemster het gesprek met werkgever aan te gaan, alsmede andere omstandigheden in de gegeven omstandigheden geen dringende reden voor het ontslag op staande voet vormen. Ook al was werkgever destijds bevoegd tot opschorting van de betaling van het loon, de gronden voor het ontslag op staande voet waren niet ernstig genoeg om dit ontslag te rechtvaardigen.

Conclusie: Het in strijd handelen met de gedragsregels bij arbeidsongeschiktheid is in dit geval niet aan te merkten als een dringende reden.

Deze uitspraak laat (wederom) zien dat een werkgever de nodige voorzichtigheid in acht dient te nemen bij zijn beoordeling of er sprake is van dringende reden die een ontslag op staande voet rechtvaardigen.

http://www.rechtspraak.nl/, LJN: BQ5705

 

Auteur