Is de vereenvoudigde berekening van kinderalimentatie ook een verbetering?

donderdag, 14 februari 2013

Alimentatie heeft de laatste jaren volop in de belangstelling gestaan. In 2004 werd een wetsvoorstel ingediend om het kinderalimentatiestelsel te vereenvoudigen. De PvdA en VVD kwamen op 29 september 2011 met een nota voor een nieuwe berekening van kinderalimentatie. Nu is de Werkgroep Alimentatienormen gekomen tot aanpassing van de richtlijn voor de vaststelling van kinderalimentatie. Deze richtlijn treedt op 1 april 2013 in werking, maar een aantal wijzigingen is al opgenomen in het Rapport Alimentatienormen van januari 2013. Het is daarom van belang om alvast stil te staan bij de nieuwe richtlijn.

Achtergronden

In 2004 werd een wetsvoorstel (Kamerstukken 29 480) ingediend tot herziening van het kinderalimentatiestelsel. Het streven was de vergroting van de financiële zelfstandigheid van alleenstaande ouders en een besparing op de collectieve uitgaven. Een eenvoudiger rekensysteem zou bovendien de rechterlijke macht kunnen ontlasten, omdat het ouders in staat stelt gemakkelijker zelf afspraken te maken over de kinderalimentatie. Beoogd werd om het draagkrachtprincipe los te laten en de kinderalimentatie forfaitair vast te stellen. Het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen (LBIO) moest dit gaan doen aan de hand van het verzamelinkomen van de onderhoudsplichtigen en het aantal kinderen. Maar dit voorstel kreeg onvoldoende steun. De kritiek was onder meer dat echtscheidingen danig van elkaar verschillen: maatwerk moest dus mogelijk blijven. De criteria behoefte en draagkracht mochten niet losgelaten worden.

De uit september 2011 stammende nota van de PvdA en VVD voor de nieuwe berekening van kinderalimentatie heeft tot doel  betalingsproblemen te verhelpen door de berekening van de kinderalimentatie te vereenvoudigen. Volgens het plan zou uit rapporten uit binnen- en buitenland blijken dat veel betalingsproblemen worden veroorzaakt door de ingewikkelde en niet herkenbare berekening. De Tremanormen zouden niet transparant zijn en niet op eenvoudige wijze kunnen worden uitgewerkt. PvdA en VVD stelden voor om te rekenen met vele forfaitaire bedragen. Zo zouden onderhoudsplichtigen in 80% van de gevallen zelf een berekening kunnen maken. Ook in deze nota  heeft het LBIO een rol: een wijziging van de alimentatie zou eerst aan het LBIO moeten worden voorgelegd, voor de weg naar de rechter open staat.

Op de nota is veel kritiek gekomen. Volgens de advocatuur blijkt uit de praktijk dat niet zozeer onduidelijkheid over de berekening leidt tot betalingsproblemen, maar dat deze problemen vooral voortkomen uit betalingsonwil en -onmacht. Bovendien zouden alimentatieplichtigen moeilijk accepteren dat de alimentatie wordt besteed op een manier waarop zij geen invloed hebben. De vereniging van Familierechtadvocaten en Scheidingsmediators (vFAS) heeft erop gewezen dat de onderzoeken van TNO (slechts gebaseerd op 15 ondervraagden) en het LBIO, die ten grondslag liggen aan de nota, niet representatief zijn. Want uit onderzoek van NIPO (in opdracht van de vFAS) blijkt dat slechts 14 % van de Nederlanders het moeilijk vindt om afspraken over kinderalimentatie te maken. Bovendien vindt 82% van de gescheiden Nederlanders het zelfs noodzakelijk, dat er bij een scheiding een specialist wordt betrokken. Ook stelt de vFAS vast dat het in de nota voorgestelde nieuwe rekenmodel niet veel eenvoudiger is en dat niet mag worden verwacht dat 80% van de ouders zelf de berekening kunnen maken.

In 2012 verscheen het voorstel van de Werkgroep Alimentatienormen voor de richtlijn vereenvoudiging kinderalimentatie. Inmiddels is de richtlijn definitief. In de toelichting is te lezen dat de Werkgroep alimentatienormen zijn nieuwe wijze van berekening van kinderalimentatie verkiest boven de huidige benadering en andere benaderingen, die de laatste tijd als alternatief zijn gepubliceerd. Dit heeft onder meer te maken met de wens tot vereenvoudiging, voorspelbaarheid en behoud van de band met de realiteit. Als knelpunten in het huidige stelsel noemt de toelichting de vele potentiële geschilpunten, het ontbreken van een minimumbijdrageverplichting, het feit dat het gebrek aan draagkracht niet wordt verdeeld, de complexiteit van samengestelde gezinnen, co- en stiefouderschap en het feit dat - door het in aanmerking nemen van forfaitaire bedragen en ficties aan de lastenkant - de pretentie van maatwerk niet altijd wordt waargemaakt. Bovendien is het begrip en inzicht van justitiabelen in het systeem beperkt, wat het draagvlak kan aantasten. De belangrijkste doelen van de richtlijn zijn dan ook: meer eenvoud, duidelijkheid, rechtvaardigheid en conflictbestendigheid. Ook de prioriteit van kinderalimentatie wordt als doel genoemd. Verder wil de Werkgroep dat de nieuwe richtlijn kan worden toegepast op alle soorten van inkomen en vermogen en in verschillende situaties (zoals samengestelde gezinnen en co-ouderschap). Of en hoe de voorgestelde richtlijn buiten een procedure kan worden ingezet, is aan de rechtspraktijk. Daarmee is wel zoveel mogelijk rekening gehouden.

Klik hier om het gehele artikel te lezen

Auteur