Intensieve controle op asbest blijft

vrijdag, 12 juli 2013

Op 11 juli 2013 heeft Minister Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de sectorrapportage Asbest 2013 en het rapport ‘Weten waar asbest zit’ aangeboden aan de Tweede Kamer. De sectorrapportage Asbest 2013 geeft een beeld van de arbeidsomstandigheden in de gecertificeerde asbestsector en van de aanpak van malafide asbestsaneerders. In het rapport ‘Weten waar asbest zit’ wordt een beeld geschetst van het functioneren van certificerende keuringinstellingen op het terrein van asbestinventarisatie. Wat zijn de gevolgen van deze onderzoeken?

Aanleiding

Door Minister Asscher wordt ten eerste stilgestaan bij het feit dat jaarlijks nog altijd 900 tot 1.300 mensen overlijden als gevolg van in het verleden ingeademde asbestvezels. Wat de dramatische gevolgen van (langdurige) blootstelling kunnen zijn, is evident. Om blootstelling te voorkomen is daarom het systeem ingevoerd waarbij vooraf moet worden geïnventariseerd of asbest aanwezig is om, indien dit inderdaad het geval is, te bepalen of een sanering moet plaatsvinden. Enkel bedrijven en personen die zijn gecertificeerd mogen dit werk uitvoeren. Het Ministerie van SZW is verantwoordelijk voor dit certificatiestelsel.

De intensieve aandacht van de Inspectie voor het arbeidsrisico is, naast de gezondheidsrisico’s door de blootstelling aan asbest, ook ingegeven door de tekortkomingen die zijn geconstateerd bij de naleving van wet- en regelgeving van een aantal gecertificeerde bedrijven, aldus de Minister. Daarnaast is regelmatig sprake van malafide asbestverwijderingen. Dergelijke illegale verwijdering van asbest brengt niet alleen gezondheidsrisico’s met zich mee, maar ondermijnt bovendien de toepassing en verbetering van het stelsel van legale saneringen.

In de opgestelde rapporten zijn zowel ten aanzien van arbeidsomstandigheden (Sectorrapportage Asbest 2013) als het functioneren van gecertificeerde keuringsinstellingen (rapport ‘Weten waar asbest zit’) verbeterpunten in kaart gebracht hoe (nog) gezonder en (nog) veiliger kan worden gewerkt met asbest.

Gecertificeerde sector

Sinds januari 2012 heeft de Inspectie SZW een intensieve aanpak en een gerichte focus op de gecertificeerde asbestsaneringsector. Onder meer is een asbest-inspectieteam gevormd. Deze aanscherping van handhaving heeft geleid tot een stijging van geconstateerde overtredingen en een grotere pakkans. Bij 70% van de geïnspecteerde saneringslocaties zijn in 2012 tekortkomingen geconstateerd, tegenover 58% in de voorgaande jaren. Volgens de Inspectie SZW zijn er geen aanwijzingen dat deze stijging is te wijten aan een verslechterde naleving door bedrijven, maar is deze stijging het gevolg van beter toezicht.

Bij het verscherpte toezicht is ook bijzondere aandacht uitgegaan naar malafide asbestsaneringen. Hierbij is volgens de Minister gebleken dat niet uitsluitend het behalen van financieel gewin de hoofdoorzaak is van malafide saneringen. Ook tijdwinst en onwetendheid van de geldende wet- en regelgeving komen als hoofdoorzaak naar voren. De Minister heeft aangekondigd dat de beschikbare inspectiecapaciteit de komende jaren wordt ingezet om – in samenwerking met het Openbaar Ministerie – te blijven optreden tegen illegale saneringen.

In het onderzoek ‘Weten waar asbest zit’ is ook het handelen van de certificerings- en keuringsinstellingen (CKI’s) onder de loep genomen. Op basis van het onderzoek concludeert de Inspectie dat CKI’s niet altijd voldoende controleren of gecertificeerde inventarisatiebedrijven volgens de regels en de normen van certificatieschema SC-540 werken. Een belangrijke conclusie is dat systeemcontroles ten tijde van het onderzoek niet of onvoldoende werkten. Er bestaat tevens verschil tussen de CKI’s ten aanzien van aard en omvang van de afwijkingen en de daarop getroffen sancties. Deze variatie onderstreept volgens de Minister het belang van eenduidigheid bij het omgaan met normtoepassing en beoordeling.

Het veldwerk voor het onderzoek betreft overigens de periode voor de inwerkingtreding van het nieuwe certificatiestelsel in februari 2012. De effecten van het nieuwe stelsel zijn daarom nog niet zichtbaar in dit onderzoek. Met de invoering van het nieuwe stelsel is getracht verbeteringen aan te brengen; zo zijn nieuwe eisen en zwaardere sancties opgenomen. Het nieuwe stelsel sluit tevens beter aan bij de wettelijke bepalingen waaraan CKI’s toetsen.

Maatregelen

Uit de brief van 11 juli 2013 die de Minister aan de Tweede Kamer heeft verzonden blijkt dat de conclusies uit de onderzoeken zullen leiden tot maatregelen. De Minister onderstreept nogmaals dat een goed werkend certificatiesysteem van cruciaal belang is voor het veilig en gezond inventariseren (en saneren) van asbest. Deze maatregelen zijn onder meer:

  • Het nadrukkelijker aanspreken van de CKI’s op hun verantwoordelijkheden in het stelsel. De Inspectie SZW zal in dat kader bezien of het mogelijk is om in haar rapportages bedrijven met naam en toenaam te benoemen.
  • Het (verder) uitrollen van het Landelijk Asbest Volgsysteem (LAVS) waarmee de keten van de asbestverwijdering vanaf inventarisatie tot en met de stort in beeld kan worden gebracht.
  • Het verkennen of in de arboregelgeving ketenaansprakelijkheid kan worden toegepast daar waar het asbestinventarisatie en asbestsanering betreft. Bij een dergelijke aanpak kan naast de werkgever ook de opdrachtgever worden aangesproken.
  • Het stimuleren van initiatieven van de asbestbranche om te komen tot veilige en gezonde werkomstandigheden. Hierbij kan onder meer worden gedacht aan campagnes die het bewustzijn omtrent veiligheid vergroten.
  • Het invoeren van nieuwe (lagere) grenswaarden voor de maximale blootstelling aan asbest. Deze aanscherping wordt doorgevoerd op advies van de Gezondheidsraad. De beoogde invoeringsdatum is 1 januari 2014.
  • Er zijn signalen dat illegale saneringen worden uitgevoerd door ondeskundige of ongeschoolde werknemers uit het buitenland. Er wordt gezocht naar een manier om deze vorm van ‘uitbuiting’ te bestrijden.

De verwachting van de Minister is dat bovenstaande aanpak een positief effect zal hebben op veilig en gezond werken in de asbestsector, en dat het zal leiden tot betere naleving.

Afsluiting

Het veilig en gezond werken met asbest blijft een belangrijk aandachtspunt van het Ministerie van SZW. Uit de onderzoeken blijkt bovendien dat nog veel winst te behalen is op dit vlak. De Minister heeft daarom een aantal belangrijke maatregelen aangekondigd, die hun weerslag zullen (moeten) hebben op de gehele branche om zo gezamenlijk tot een gezondere en veiligere inventarisatie en sanering van asbest te komen.

Deze maatregelen gaan gepaard met wijzigingen in wet- en regelgeving. Ons advies is dan ook om deze ontwikkelingen goed in de gaten te houden of om je kundig en op tijd (juridisch) te laten adviseren. De gehele asbestbranche staat onder verscherpt toezicht, en dit zal – zoals blijkt uit deze brief van Minister Asscher – nog wel even zo blijven. 

Zie ook: http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/kamerstukken/2013/07/11/kamerbrief-rapportages-asbest.html