Hoge Raad: Zaak over precariobelasting Naarden moet over

vrijdag, 24 juni 2016

De zaak over precariobelasting in de gemeente Naarden moet over. Dat heeft de Hoge Raad vandaag geoordeeld. Volgens het hof kon de netbeheerder zich beroepen op een vrijstelling in de precarioverordening. De Hoge Raad stelt dat eerst moet worden onderzocht of de rechten uit de in 1999 gesloten overeenkomst wel aan de huidige beheerder zijn overgedragen. De zaak wordt daarom verwezen naar het hof Amsterdam.

De Hoge Raad wijst erop dat een beroep op de vrijstelling niet opgaat als de bij een dergelijke verkoopovereenkomst verleende toestemming voor gebruik van gemeentegrond is gegeven op grond van de publiekrechtelijke bevoegdheid van de gemeente. 

In 1999 verkochten 12 Gooise gemeenten de aandelen in het regionale energiebedrijf. Bij die verkoop aan een ander energiebedrijf beloofden de gemeenten dat zij de eerste 10 jaar geen precariobelasting zouden invoeren voor gas- en elektriciteitsleidingen in de grond van de gemeente. Ook kreeg het kopende energiebedrijf toestemming voor het gebruik van gemeentegrond voor kabels en leidingen.

Een uitspraak over precariorechten in een ander Gooise gemeente - de gemeente Blaricum - laat de Hoge Raad in stand. Ook in deze zaak beroept de huidige netbeheerder zich op de destijds bij de aandelenverkoop gemaakte afspraken. Zij leidt daaruit af dat de gemeente ook in 2011 geen precariobelasting mag heffen. Hof Amsterdam heeft beslist dat de huidige netbeheerder niet de juridische eigenaar van de kabels en leidingen is en daarom geen beroep kan doen op de in 1999 met de toenmalige eigenaar gemaakte afspraken. De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie tegen die beslissing vandaag verworpen.

Zie hieronder de betreffende uitspraken: 
ECLI:NL:HR:2016:1267 
ECLI:NL:HR:2016:1270

Auteur