Hoge Raad: Nederlandse rechter onbevoegd in geschil Europese Octrooi Organisatie

vrijdag, 20 januari 2017
De Europese Octrooi Organisatie kan zich beroepen op immuniteit van jurisdictie in een geschil met vakbonden. Dat oordeelt de Hoge Raad vandaag. Dit betekent dat de Nederlandse rechter onbevoegd om te oordelen in het aan hem voorgelegde geschil tussen de Europese Octrooi Organisatie (EOO) en twee vakbonden: de Vakbondsunie van het Europees Octrooibureau (VEOB) en de Staff Union of the European Patent Office (SUEPO). Eerdere uitspraken van de voorzieningenrechter en van het gerechtshof Den Haag zijn door de Hoge Raad vernietigd.
 
EOO is een internationale organisatie, die 38 deelnemende lidstaten telt en haar zetel heeft in München. Een van de organen van EOO is het Europees Octrooibureau, dat is gevestigd in München en ook een vestiging heeft in Rijswijk. VEOB is een vakbondsunie van het Europees Octrooibureau. Het lidmaatschap van VEOB staat open voor (voormalig) werknemers van het Europees Octrooibureau bij de vestiging in Rijswijk. SUEPO is een overkoepelende vakbond voor werknemers van EOO.
 
De vakbonden menen dat EOO door de invoering van nieuwe bepalingen over stakingen in het dienstreglement voor het personeel van EOO, het recht op staking te zeer beperkt en het vakbondswerk belemmert. Ook menen de vakbonden dat EOO hen ten onrechte niet toelaat tot collectieve onderhandelingen. De vakbonden hebben tegen EOO een kort geding aangespannen bij de rechtbank Den Haag. Ze willen dat de betreffende bepalingen worden ingetrokken.
 
EOO heeft zich in de eerste plaats beroepen op het Protocol inzake voorrechten en immuniteiten van EOO. Volgens EOO is de Nederlandse rechter op grond van die immuniteit niet bevoegd om in dit geschil te oordelen.
 
De voorzieningenrechter in de rechtbank Den Haag (ECLI:NL:RBDHA:2014:420) heeft het beroep van EOO op immuniteit van jurisdictie verworpen. In hoger beroep heeft het gerechtshof Den Haag (ECLI:NL:GHDHA:2015:255) eveneens beslist dat EOO geen beroep op immuniteit van jurisdictie toekomt. Vervolgens heeft het gerechtshof EOO bevolen om de vakbonden onbelemmerd gebruik te laten maken van het e-mailsysteem van EOO, EOO verboden om toepassing te geven aan de bepalingen over stakingen in het dienstreglement, en EOO bevolen om de vakbonden toe te laten tot collectieve onderhandelingen.
 
De minister heeft daar een stokje voor gestoken: volgens hem was de uitspraak van het hof in strijd met de volkenrechtelijke verplichtingen van de Nederlandse Staat. Die moet zich houden aan afspraken over immuniteit van internationale organisaties. EOO heeft cassatieberoep ingesteld tegen de uitspraak van het hof Den Haag. De Staat der Nederlanden ondersteunt het standpunt van EOO in de cassatieprocedure als gevoegde partij. 
 
Volgens het EHRM vormt de toekenning van immuniteit van jurisdictie aan een internationale organisatie een beperking van het recht op toegang tot de rechter in de zin van art. 6 van het Europees Verdrag inzake de bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden ( EVRM). Die beperking is aanvaardbaar, mits de rechtzoekende over redelijke alternatieve middelen beschikt om zijn rechten effectief te kunnen beschermen.
 
Die alternatieven zijn er volgens de Hoge Raad. De rechten van VEOB en SUEPO zijn voldoende gewaarborgd door de bij EOO bestaande interne geschillenprocedure met een beroepsmogelijkheid van individuele werknemers en personeelsvertegenwoordigers bij het Arbeidstribunaal van de International Labour Organisation in Genève. Het recht op toegang tot de rechter is daarom niet wezenlijk aangetast, aldus de Hoge Raad.
 
 
Klik hier voor de onderliggende uitspraak. 
Auteur