Hoge Raad: goodwill valt tevens onder de non-conformiteitsregels ex boek 7 BW

maandag, 10 juni 2013

In een recent gepubliceerd (maar al enige tijd geleden gewezen) arrest heeft de Hoge Raad geoordeeld dat bij verkoop van een onderneming in de vorm van een activa-passiva transactie de zogenaamde "conformiteitsregels" ex titel 1 van boek 7 BW inzake koop tevens van toepassing zijn op de aan de betreffende onderneming verbonden goodwill.  

De aan het arrest van de Hoge Raad ten grondslag liggende casus betrof de overname van een notariskantoor door middel van een activa-passiva transactie. Drievierde van de koopsom bestond uit een vergoeding voor goodwill. Na de overname is vast komen te staan dat de goodwill om bepaalde redenen aanzienlijk minder bedroeg dan door kopers was betaald. Kopers hebben in rechte van verkoper terugbetaling gevorderd van het voor de goodwill betaalde bedrag, op grond dat de overgedragen notarispraktijk terzake van goodwill niet beantwoordde aan de redelijke verwachtingen van kopers. Kopers hebben in dat kader ontbinding van de koopovereenkomst voor wat betreft het goodwill-gedeelte ingeroepen en hebben zich in hoger beroep bij het gerechtshof op dwaling beroepen en wijziging van de koopovereenkomst gevorderd. De rechtbank en het gerechtshof hebben de vorderingen van kopers afgewezen, onder meer omdat goodwill niet als zaak of vermogensrecht zou kunnen worden aangemerkt als bedoeld in de artikelen 7:17 BW en 7:47 BW.  

De Hoge Raad oordeelt echter anders. De Hoge Raad concludeert dat - hoewel de regels ex titel 1 van boek 7 inzake koop primair zien op zaken en vermogensrechten - wanneer op grond van een koopovereenkomst een onderneming wordt verkocht waarbij aan de onderneming een hogere waarde wordt toegekend dan het geheel van activa en passiva (en dus sprake is van goodwillvergoeding), een tekortkoming in de nakoming van de koopovereenkomst tevens kan bestaan indien de overgedragen onderneming (niet qua activa maar) wat betreft de goodwill niet beantwoordt aan hetgeen de kopers mochten verwachten. De Hoge Raad komt tot dit oordeel omdat, aldus de Hoge Raad, het bij toepassing van de conformiteitsregels die zijn neergelegd in titel 1 van boek 7 BW inzake koop gaat om de vraag of de verkochte onderneming, bestaande uit een geheel van activa en passiva zoals in de koopovereenkomst omschreven, een bepaalde kwaliteit of eigenschap mist die door partijen tot uitdrukking was gebracht in de goodwill als aan de onderneming toegekende meerwaarde. Op deze grond vernietigt de Hoge Raad het arrest van het gerechtshof.

NJ 2013/256