Het faillissement van een v.o.f. – ook de vennoten de klos?

woensdag, 29 juli 2015

Tot voor kort was het vaste rechtspraak dat de faillietverklaring van een v.o.f. ook het faillissement van de individuele vennoten met zich brengt. Recent is de Hoge Raad teruggekomen van deze vaste rechtspraak door te oordelen dat de faillietverklaring van een v.o.f. niet zonder meer het faillissement van de individuele vennoten met zich brengt.

Toelichting

De Hoge Raad onderbouwt zijn nieuwe oordeel met de volgende vijf argumenten:

  1. Uit artikel 4 lid 3 Faillissementswet kan niet worden afgeleid dat het faillissement van de v.o.f. ook steeds het faillissement van de vennoten met zich brengt;
  2. Een vennoot kan voldoende (privé)vermogen hebben om zowel de schuldeisers van de v.o.f. als zijn eigen privé schuldeisers te voldoen. Betaalt die vennoot bepaalde vorderingen niet, dan brengt dat niet noodzakelijkerwijs met zich dat hij of zij in privé in faillissementstoestand verkeert. Bovendien is het mogelijk dat de vennoot zelf een verweermiddel heeft jegens de aanvrager van het faillissement of een andere schuldeiser, welk verweermiddel de v.o.f. niet kan aanvoeren;
  3. Individuele vennoten (natuurlijke personen) die een WSNP-verzoek hebben ingediend, dienen niet altijd automatisch failliet te worden verklaard wanneer het faillissement van de v.o.f. wordt uitgesproken;
  4. Uit rechtspraak van het Europese Hof van Justitie volgt dat de rechter ten aanzien van elke schuldenaar afzonderlijk dient te bepalen of de rechter (internationale) bevoegdheid toekomt om een insolventieprocedure te openen;
  5. Het staat op gespannen voet met artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens om een vennoot in privé failliet te verklaren, zonder dat dit ook ten aanzien van hem afzonderlijk is verzocht en zonder dat is onderzocht of hij ook in privé in faillissementstoestand verkeert.

Gevolgen

Een van de belangrijkste aandachtspunten naar aanleiding van dit arrest is dat de schuldeiser die naast het faillissement van de v.o.f. ook faillietverklaring van de vennoten wenst, daarom afzonderlijk dient te verzoeken. Dat kan overigens in hetzelfde verzoekschrift, mits een gezamenlijke behandeling mogelijk is gelet op de bevoegdheid van de rechtbank.

De rechter zal alle verzoeken afzonderlijk beoordelen. De door de Hoge Raad geformuleerde nieuwe rechtsregel kan dus met zich brengen dat de v.o.f. wel, maar de vennoten zelf niet failliet worden verklaard. Het privévermogen van de vennoten zal dan geen onderdeel uitmaken van de afwikkeling van het faillissement van de v.o.f.

Hoewel de Hoge Raad dit niet expliciet overweegt, mag ervan worden uitgegaan dat deze regel ook geldt voor de commanditaire vennootschap en de maatschap. Als een commanditaire vennootschap met één of meer beherende vennoten in staat van faillissement wordt verklaard, leidt dit dus evenmin zonder meer tot het faillissement van deze vennoot of vennoten.